Brielle

Stolpersteine / Struikelstenen

Het "vergissing" bombardement op Brielle

Graven

Monumenten

Eilandbewoners met een oorlogsverhaal

 

Stolpersteine / Struikelstenen

Ik heb ze allemaal gekend. Kitty Katan was van mijn leeftijd. Daar speelde ik mee, in de Boterstraat. Ik zie ze nog zo voor me. Je kunt je het eigen niet voorstellen. Ze waren op een dag gewoon weg. Het is 's morgens vroeg gebeurd, wij wisten het niet eens. Je kunt het niet bevatten dat zoiets bestaat.

Na een diepe emotionele stilte waarin verdriet, ongeloof en onbegrip te voelen is zegt hij: "Het is nog steeds onbegrijpelijk.”

Andre Avelino.

 

Stolpersteine, ook bekend als struikelstenen, is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. De stenen zijn van beton met op de kop een messing plaatje, waarin de naam, geboortedatum, deportatiedatum, plaats en datum van het overlijden zijn gestanst. De Stolpersteine herinneren ons aan de Joden, Sinti en Roma, politieke gevangenen, dienstweigeraars, homoseksuelen, Jehova's getuigen en gehandicapten, die door de nazi's verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. De gedenktekens worden in het trottoir voor de vroegere woonhuizen van mensen geplaatst. Het is een over geheel Europa verspreid monument voor de slachtoffers van het nationaalsocialisme.

Uit Brielle zijn 21 joden weggevoerd.

De familie Gazan woonde in de Nobelstraat 10.

 
     

Izaak (Izaäk) Gazan     Geboren 14 maart 1891 te Brielle, Overleden 10 september 1943 in Auschwitz.

Beroep, veehandelaar, getrouwd met Roosje Izaks en broer van Simon Gazan.

Roosje Louisa Gazan –Izaks     Geboren 19 februari 1896 te Woerden, Overleden 10 september 1943 in Auschwitz.

Salomon Gazan     Zoon, Geboren 20 maart 1916, te Brielle, beroep slager, Overleden 30 september 1942 in Auschwitz.

Mietje Gazan     Dochter, Geboren 27 februari 1921, te Brielle, Overleden 30 september 1942, in Auschwitz.

Hanna Gazan     Dochter, Geboren 05 mei 1922, te Brielle, Overleden 30 september 1942, in Auschwitz.

Roosje Gazan     Dochter, Geboren 07 oktober 1924, te Brielle, Overleden 30 september 1942, in Auschwitz.

Eliza Louise (Liesje) Gazan     Dochter, Geboren 13 februari 1935, te Brielle, Overleden 10 september 1942, in Auschwitz.

 

Broer en Zus Cohen woonden in de Nobelstraat 67 

     

Michel Cohen     Broer, Geboren 18 februari 1882 te Brielle, Overleden 05 november 1942 in Auschwitz.

Beroep, winkelier in ijzerwaren.

Esther Cohen     Zus, Geboren 06 november 1879 te Brielle, Overleden 05 november 1942 in Auschwitz.

 

De familie Gazan woonde in de Nobelstraat 85

     

Simon Gazan     Geboren 21 september 1887 te Brielle, Overleden 21 mei 1943 in Sobibor.

Broer van Izaak Gazan.

Elisa (Eliza) Gazan – Izaks     Geboren 19 februari 1896 te Woerden, Overleden 21 mei 1943 in Sobibor.

Mietje Gazan     Dochter, Geboren 06 april 1916 te Brielle, Overleden 21 mei 1943 in Sobibor.

 

De familie Philipse woonde in de Koopmanstraat 7

     

Jannetje Philipse van Buren     Moeder, Weduwe, Geboren 07 augustus 1845 te Goederede, Overleden 05 maart 1943 in Sobibor.

Philippine Josephina Philipse     Dochter, Geboren 12 september 1888 te Brielle, Overleden 03 mei 1945 te Poortugaal (in de inrichting Maasoord).

Jakob (Jacob) Joseph Philipse     Zoon, Geboren 30 juni 1877 teBrielle, Overleden 15 januari 1943 te Amsterdam.

Beroep, muziekleraar en getrouwd met Rica Stranders.

Rica Philipse – Stranders     Geboren 02 juni 1887 te Charlois, Overleden 14 mei 1943 in Sobibor.

 

De familie Katan woonde in de Voorstraat 42 

     

Israël Levie Katan     Geboren 30 november 1894 te Vlaardingen, Overleden 31 maart 1943 in Midden – Europa.

Beroep, goud- en zilverhandelaar en getrouwd met Francisca Beerenborg.

Francisca Katan – Beerenborg     Geboren 07 mei 1896 te Zevenbergen, Overleden 05 november 1942 in Auschwitz.

Kaatje Cato Katan     Dochter, Geboren 22 april 1929 te Rotterdam, Overleden 05 november 1942 in Auschwitz.

Levie Israël Katan     Zoon, Geboren 21 augustus 1930 te Rotterdam, Overleden 05 november 1942 in Auschwitz.

Guus Katan     Zoon, Geboren 01 januari 1935 te Rotterdam, Overleden 05 november 1942 in Auschwitz.

 

https://www.sjoelbrielle.nl/assets/lesbrieven/Lesbrief-Jodenvervolging-Kitty-2013.pdf

Filmpjes

Stolpensteinen Brielle, Koopmanstraat 7
Stolpersteinen Brielle, Nobelstraat 10
Stolpersteinen Brielle, Brielseweg 1

 

Het “vergissing” bombardement op Brielle

Op de grauwe ochtend van 4 maart vertrekt vanaf het Britse vliegveld Thurleigh een groep van 71 geallieerde B-17 bommenwerpers. De vier bomgroepen, behorende tot de 8th Air Force, gaan op missie richting Duitsland. De vliegtuigen vliegen naar het Ruhrgebied om daar het rangeerterrein bij Hamm te bombarderen. Van de 71 vliegtuigen lukt het er slechts twintig vliegtuigen om het doel in Hamm te bereiken.

Thurmleigh (UK) - Hamm (D)

Door de slechte weersomstandigheden valt de formatie uit elkaar en keert een deel van het eskader richting het zuiden. Zo’n dertig vliegtuigen zette koers naar Rotterdam om als alternatief doel de dokken van de scheepswerf Wilton - Feijenoord in Schiedam te bombarderen. De werf was op dat moment van groot strategisch belang voor de Duitsers. De 306de bomgroep, The Reich Wreckers, keert zonder een bom te laten vallen terug naar Engeland. Op de terugweg wordt deze groep onderschept door Duitse Focke- Wulf jachtvliegtuigen. Eén van de B-17 vliegtuigen word getroffen en raakt achter op de rest van de formatie. Om het vliegtuig en de bemanning te redden worden vijf bommen geloosd. Helaas heeft de actie niet mogen baten en is het vliegtuig zo'n tien kilometer uit de kust bij Hoek van Holland in zee gestort. Eén bemanningslid is aangespoeld en begraven. Van de andere bemanningsleden is nog niets teruggevonden en staan dan ook nog officieel vermeld als Missing in Action (MIA). Cruciaal is het moment van deze dropping. Nu veroorzaakte de bommen veel schade en waren er diverse gewonden en doden te betreuren. Iets eerder of later had dit wellicht voorkomen.

Rond 11:20 viel de eerste bom in het talud van het Slagveld. Het beschadigde een boot die op dat moment net gelost was. Hierbij viel slechts één licht gewonde maar de ravage was aanzienlijk. Kasseien werden door de explosie gelanceerd en later terug gevonden op zolders van de huizen in de Voorstraat.

De tweede kwam terecht in de Dijkstraat, verwoeste een schuur en vier huizen. Hier vielen vier zwaar gewonden van wie er later één overleed.

De derde bom viel midden in de Langestraat ter hoogte van het badhuis wat zwaar beschadigd raakte.

De vierde bom kwam terecht op de Vakschool voor Meisjes. Dit gebouw was gevoderd door de bezetter om de Organisation Todt te huivesten. Hierbij kwamen vier personen om het leven en van de drie zwaargewonden overleed er later alsnog één in het ziekenhuis. De vijfde bom kwam op een vleugel van de Ambachtsschool terecht. In de ambachtsschool waren op dat moment de Vakschool voor Meisjes en de Christelijke school voor lager onderwijs gevestigd.

Ondanks dat er geen les werd gegeven, werden er toch nog veertien lichamen geborgen en waren er vier zwaar- en negen licht gewonden te betreuren. De volgende dag werd het laatste slachtoffer onder de puinresten gevonden.

De chaos was gigantisch. Overal puin en brokstukken. Ook het standbeeld van Koppelstok was niet ongeschonden uit deze strijd gekomen. De arme man was onthoofd.

Deze zwarte dag voor Brielle was koren op de molen van de Duitse propagandamachine blijkens de diverse krantenartikelen waarin de vijandelijke aanval op onschuldige burgers werd veroordeeld.

Zo lezen we in het Algemeen Handelsblad:  Verscheidene kinderen in school gedood. En in de Duitstalige kranten die in bezet Nederland verschenen lezen we zelfs: Britischer Kindermord in Brielle.

 

Op initiatief van ir. Hoozemans is tijdens de herbouw van de lagere technische school een monument opgericht ter nagedachtenis aan dit drama voor de omgekomen leerlingen en medewerkers. De tekst op de gedenksteen luid:

TER HERINNERING AAN ONZE ADMINISTRATIE EN LEERLINGEN DIE IN 1943 DOOR DE OORLOG OM HET LEVEN KWAMEN.

 

De 14 kinder slachtoffers van het bombardement.

Enkele bijzonderheden:

Jacoba Willemijntje (Coba) Boutkan en Hendrika (Riva) de Rave liggen naast elkaar in hetzelfde graf met twee aparte stenen.

Jacomijntje Johanna (Mijni) Kruik en Pieternella Annetje (Nelly) Wageveld liggen bij elkaar in één graf met één gecombineerde steen. In de akte van overlijden staat vermeld de naam Pieter Oranje, op de grafsteen staat vermeld Piet Oranje. Op de grafsteen van Maaike van Rietschoten staat het geboorte jaar verkeerd vermeld. Van Adriana Jacoba Oudenaarden en Antonie Willem van der Reest is geen graf aanwezig of gevonden.

Wouter Hordijk

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

 

13 jaar

Rotterdam

Spijkenisse

Spijkenisse

Vredeshof

Brielle No 17  

 

06-08-1929

09-03-1943

     

Jan Teunis Luijten

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden   

 

13 jaar

Poortugaal

Poortugaal

Poortugaal

Kerkstraat

Brielle No 27    

 

04-05-1929  

maart 1943

     

Piet Oranje

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden             

 

13 jaar

Nieuwenhoorn

Soerabaja

Brielle

G.J. v/d Boogerdweg

Brielle No 18

 

06-05-1929

08-03-1943        

     

Jacoba Willemijntje Boutkan 

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

 

13 jaar

Nieuwenhoorn

Nieuwenhoorn

Nieuwenhoorn             

Stofweg

Brielle No 22

 

30-04-1928

maart 1943            

     

Johannes Friederich August Georg Hoek

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

 

14 jaar

Hoogvliet

Rotterdam

Hoogvliet

Achterweg

Brielle No 11                             

 

15-08-1928

09-03-1943                      

     

Maaike van Rietschoten 

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

 

14 jaar

Rockanje

Rockanje

Rockanje

Maria Rust

Brielle No 20          

 

18-07-1928

08-03-1943       

     

 Maaike van Rietschoten     Maria Juliana (Marie) Stolk

Maria Juliana Stolk

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden   

 

14 jaar

Rockanje

Rockanje

Rockanje

Maria Rust

Brielle No 21    

 

16-07-1928

08-03-1943  

     

Jacomijntje Johanna Kruik

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

 

14 jaar

Nieuw Hellevoet

Nieuw Hellevoet

Nieuw Hellevoet        

Smitsweg

Brielle No 14

 

23-02-1928

08-03-1943         

     

Pieternella Annetje Wageveld 

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

 

14 jaar

Nieuw Hellevoet

Nieuw Hellevoet

Nieuw Hellevoet            

Smitsweg

Brielle No 12

 

14-12-1928

maart 1943             

     

Adriana Jacoba Oudenaarden        

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

 

15 jaar

Oostvoorne

Overschie

Rotterdam

Zuiderbegraafplaats           

Brielle No 15

 

 

11-03-1927

08-03-1943

graf geruimd               

     

Bastiaan Verhey

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

 

15 jaar

Spijkenisse

Spijkenisse

Spijkenisse

Vredeshof

Brielle No 16  

 

26-12-1927

maart 1943

     

Hendrika de Rave

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

 

15 jaar

Nieuwenhoorn

Nieuwenhoorn

Nieuwenhoorn

Stoofweg

Brielle No 23

 

16-09-1929

maart 1943

     

Mijndert Langedoen

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden        

 

15 jaar

Nieuw hellevoet

Nieuw Hellevoet

Nieuw Hellevoet   

Rijksstraatweg

Brielle No 31

 

27-02-1928

maart 1943     

     

Anthonie Willem van der Reest                  

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

 

16 jaar

Hellevoetsluis

Bruinisse

Hellevoetsluis                            

 

Brielle No 26

 

19-09-1929

08-03-1943                        

     

De 8 volwassenen slachtoffers van het bombardement.

Enkele bijzonderheden:

Van 6 volwassenen is geen graf aanwezig of terug gevonden.

Pieter de Raadt

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden               

Distributie ambtenaar

22 jaar

Zwartewaal

Zwartewaal

Zwartewaal

Wouddijk

Brielle No 19

 

02-06-1920

maart 1943          

    

Bernardina Cornelia Pijnaken

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden                                  

Secretaresse

23 jaar

Oostvoorne

Rotterdam

Oostvoorne

Voorweg

Brielle No 28                           

 

02-06-1920

maart 1943                      

     

Paulus Visser

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden       

Chauffeur

25 jaar

Zwijndrecht

Zwijndrecht

Zwijndrecht

Jeroen Boschlaan

Brielle No 19

 

 

16-04-1917

09-03-1943

graf geruimd   

     

Angenietje Roskam van der Meer                   

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

 

 

26 jaar

Brielle

Oostvoorne

 

 

Brielle No 13                                   

 

28-11-1916

maart 1943                            

    

Johanna Maria van den Dool Kohlmann                                    

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

werkvrouw

35 jaar

Hellevoetsluis

Bardenberg (D)

Hellevoetsluis

Rijksstraatweg                                             

Brielle No 24

 

26-10-1906

maart 1943                                             

     

Albertus Vink

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden             

Chauffeur

44 jaar

Rotterdam

Barendrecht

Rotterdam

Zuiderbegraafplaats

Brielle No 30

 

10-10-1898

09-03-1943        

     

Gobel Marinus van Stenis

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden                       

Wachtman WA                

40 jaar

Rotterdam

Almkerk

Rotterdam

Crooswijk

Brielle No 25

 

 

20-09-1902

09-03-1943

graf geruimd             

     

 

Barbara Krabbe Schmidt

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden                       

 

42 jaar

Rotterdam

Metz (D)

 

 

Rotterdam No 19             

 

 

maart 1943              

     

 

Graven

In Brielle bevinden zich twee begaafplaatsen waar zowel militaire als burger slachtoffers liggen begraven.

De Oude Algemene Begraafplaats aan de G.J. van den Boogerdweg.

Op de deze begraafplaats bevinden zich de graven van: David Dickson, Pieter van der Wallen, Piet en Pieter Oranje, Conelis Adrianus Kok en de Torpedisten

De Rooms Katholieke Begraafplaats aan de Kloosterweg.

Hier bevinden zich de graven van John Thomas Cook en Jacob Janssen

David Dickson

   

David Dickson, geboren op 28 maart 1923 in Tillycountry, is de 22 jarige zoon van Archibald en Mary Dickson uit Coalsnaughton, Clackmannanshire (Schotland). Hij is Flight Engineer bij de Royal Air Force Volunteer Reserve. De fatale vlucht wordt gemaakt met een Avro Lancaster III, met serie nummer ND 579 en roepletters AS-M. Er bestaat onduidelijkheid of het een M of een H was. De bemanning van de Lancaster bestond uit:

J.W. Reilly, Pilot Officer Pilot, Heeft de crash overleefd en is gevangen genomen door de Duitsers. Na ziekenhuisopname is hij naar het kamp Stalag III in Sagan (Polen) gestuurd. Hij stond te boek als POW nr. 5504.
P. Pochaillo, Flight Officer Bomb Aimer, Is ontkomen en overleden op 21 mei 2016.
D. Dickson, Sergeant Flight Engineer, Omgekomen en begraven te Brielle. De Duitsers hebben zijn graf 180 graden verkeerd geplaatst.
L.C. Clutterbuck, Navigator Flight Sergeant, Omgekomen en begraven te Hoek van Holland.
T.J. Meehan, Sergeant Wireless Operator, Omgekomen en begraven te Hoek van Holland.
W.B. Rankin, Sergeant Mid Upper Gunner, Omgekomen en begraven te Den Haag - Westduin.
A. Patmore, Sergeant Rear Gunner, Na de oorlog geborgen en herbegraven te Bergen op Zoom.

De Missie van de Avro Lancaster III (ND579 AS-M) naar Duisburg op 21-05-1944.

Avro Lancaster Avro Lancaster       Vliegveld Kirmington

Op zondag 21 mei 1944 om 22:30 steeg (een deel van) het 166 squadron (RAF) op vanaf het vliegveld Kirmington voor een missie naar Duisburg. De terugkeer van de missie was gepland voor maandag 22 mei 1944. Rond 02:15 werd de Lancaster op de terugweg naar Engeland onderschept boven de Noordzee. De Lancaster werd neergeschoten door een Messerschmitt Bf 110 G-4 (Bayerische Flugzeugwerke) door nachtjagerpiloot Hauptmann Martin Drewes van de Stabsstaffel III./Nachtjagdgeschwader 1. Het vliegtuig stortte neer nabij de kust van Hoek van Holland, de huidige Maasvlakte.

 BF 110

Enkele delen van het vliegtuig en resten van sergeant Patmore werden in juni 1971 door de afdeling Berging van de Koninklijke Luchtmacht teruggevonden / geborgen uit het havenbekken in aanbouw. (dossier nummer RNLAF-61). De rest van het vliegtuig bevind zich nog in de bodem van het Yangtze kanaal.

 crashsite 1944   crashsite heden

 

Pieter van der Wallen

  

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

Titel

Beroep

Rang

Groep

Gearresteerd  

Overleden

30-08-1900, te Brielle

29-04-1930, te Baarn

Wilhelmina Petronella Stork

Ingenieur

Fabrieksdirecteur Kalkfabriek Brielle

Reserve Kapitein RVO

Verzet

21-12-1944

18-02-1945, te Heineoord, gefusilleerd

Op 7 december 1944 werd de NSB’er Martinus Adrianus Simonis benoemd tot waarnemend burgemeester van Nieuw-Beijerland, Goudswaard en Piershill. In die functie bleek Marinus Adrianus Simonis maar wat fanatiek, samen met zijn door hem benoemde zoon (een SS-er) leverde hij de bevolking van deze drie dorpen veel problemen. Het plaatselijke verzet, knokploeg Zinkweg, was niet erg gecharmeerd van de nieuwe burgemeester en besloot op 13 februari 1945 de heer Simonis een waarschuwing te geven. Ze drongen de woning van de burgemeester binnen en lieten hem en zijn zoon afgeranseld achter. Als reactie op deze verzetsdaad hield de bezetter, in opdracht van Simonis, in de late avond van 15 februari een razzia in het dorp. Ongeveer 75 mannen werden op transport gesteld naar Schouwen-Duivenland om daar te werken voor de Wehrmacht. Reden voor het verzet om een plan te bedenken om de NSB-burgemeester uit de weg te ruimen. Al op 17 februari deed zich een mogelijkheid voor. Toen Simonis naar zijn woning in Leidschendam fietste, werd hij op de provinciale weg, ter hoogte van de Oud-Heinenoordseweg door vier leden van het verzet doodgeschoten en in de sloot gegooid. Om één uur ’s middags diezelfde dag vond een wachtmeester van de rijkspolitie het lichaam. Op hetzelfde moment passeerden ook twee leden van de Sicherheitsdienst. Uit het persoonsbewijs bleek dat het om het lichaam van burgemeester Simonis ging. De volgende morgen werden tien gevangenen, waaronder Pieter van der Wallen, uit de strafgevangenis van Scheveningen gehaald en overgebracht naar de bewuste plek aan de provinciale weg. Zonder enig vorm van proces werden zij door de bezetter gefusilleerd. Eén van de weinige getuigen was Pleun Rozendaal. Hij woonde in het nabijgelegen buurtschap Platte Reedijk. Het was geen executie van allemaal op een rij en knal. De tien mannen werden opgesteld. Op een bepaald moment, waarschijnlijk toen ze snapten dat het menens was, probeerden sommigen nog weg te rennen. Het vuur werd geopend. Als eenden werden ze afgeschoten. De roep “moeder” was op zondagmorgen 18 februari 1945 te horen in Heinenoord. Een van hen slaakte die kreet vlak voordat hij werd doodgeschoten.Pieter van der Wallen was naast directeur ook reserve kapitein RVO. Hij spioneerde en hielp diverse personen om naar Engeland te komen. Op 21 september 1944 vond er in Brielle een razzia plaats, waarbij alle mannen zich op de Markt moesten verzamelen, terwijl de Russische militairen de huizen doorzochten. Meerdere mensen werden opgepakt, waaronder Pieter van der Wallen en Pieter Oranje. Pieter van der Wallen word op 20 december 1944 vastgezet in het Oranje hotel te Scheveningen.

Op 18 februari 1946 om negen uur, precies één jaar na dato, is een tijdelijk monument neergezet voor deze tien willekeurige mannen die als represaillemaatregel waren doodgeschoten. Het huidige monument Moeder werd op 20 mei 1950 onthuld. De namen van de tien mannen staan op de sokkel van het beeld. Aan de andere kant ervan staan de namen van oorlogsslachtoffers uit de Hoeksche Waarden. Hoeksche Waards personen die door of voor het verzet overleden. Mannen van Westmaas, ’s Gravendeel, Oud-Beijerland. Er staat één dame staat ertussen: Catharina Traas-de Jager, de moeder van het verzet.

Pieter van der Wallen wordt genoemd in de Dodenboeken van het Oranjehotel en in de erelijst van Gevallenen 1940-1945, welke in de entree van de tweede kamer der Staten Generaal ligt.

              

 Zijn familie kreeg pas half 1945 zekerheid over zijn lot zoals blijkt uit de familiebeichten in diverse kranten.

     

 

  Na de oorlog is de Zuiddam hernoemd naar Pieter van den Wallendam.

 

Piet en Pieter Oranje

Piet en Pieter liggen bij elkaar. Piet, de zoon van Pieter is besproken bij de slachtoffers van het vergissings bombardement.

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

Beroep

Rang

Groep

Gearesteerd

Huis van Bewaring Noordsingel  

Kamp Amersfoort

Overleden

29-11-1887, te Den Haag

07-05-1915, te Nieuw Hellevoet

Jansje Luijting

Zonder

Sergeant torpedist / Adjudant onderofficier b.d. 

Verzet

21-12-1944, te Brielle

23-12-1944 tot 07-03-1945

7 - 8 maart

08-03-1945, te leusden, gefusilleerd

Tijdens de razzia van 21 september in Brielle, werd onder ander Pieter Oranje gevangen genomen. Pieter Oranje werd op 23 december 1944 afgevoerd naar Rotterdam en zat daar tijdelijk vast in het Huis van Bewaring Noordsingel te Rotterdam. Hij stond te boek als Todeskandidat.  Een Todeskandidat was een gevangene die op een lijst stond om gefusilleerd te worden als represaille voor een aanslag van het verzet. Dezelfde dag is hij opgehaald en naar kamp Amersfoort gebracht. Op 23 december zijn er zeven eiland bewoners door Kriminal Oberassistent Richter aangegeven. Uit het arrestantenregister van de Rotterdamse politie is het aannemelijk dat dit een verzetsgroep was en bestond uit: Frederik Hendrik Gijsbertus van Itterson (Nr 9844), Cornelis de Jonge (Nr 9845), Theodorus Johannes Kwanten (Nr 9846), Jan Boot (Nr 9847), Pieter Oranje (Nr 9848), Pieter Burik (Nr 9849), Adriaan Diederik van Bergeijk (Nr 9850). 

          

In de nacht van 6 op 7 maart 1945 vind er een overval plaats op een vlees transport op de Veluwe. Door een samenloop van omstandigheden vind er onbedoeld een aanslag plaats op de Duitse leider van de politie in Nederland, SS officier Hans Albin Rauter. Die overleefd de aanslag nipt en wordt naar een ziekenhuis gebracht. Karel Eberhard Schöngarth en Arthur Seyss-Inquart besluiten na overleg met Rauter over te gaan tot zware represailles. een represaillemaatregel die Rauter zelf ingesteld heeft. Namelijk, elke gedode Duitser kost tien Todeskandidaten. In de ochtend van 8 maart executeerden de Duitse bezetters als wraak 117 gevangenen bij de plaats van deze aanslag. De gevangenen kwamen vanuit de Willem III-kazerne te Apeldoorn, uit gevangenissen in Assen, Almelo, Zwolle, Doetinchem en Colmschate. Daarnaast werden door het hele land executies voltrokken: 53 gevangenen in Amsterdam, 11 uit het Oranjehotel met nog 27 Todeskandidaten op de nabijgelegen Waalsdorpervlakte, 6 gevangenen uit Utrecht bij Fort de Bilt en 49 Todeskandidaten in Kamp Amersfoort. Hier zitten Pieter Oranje en Theodorus J. Kwanten ook bij.

Curt Carl Ferdinand Henry Richter was in dienst van de Duitse Sicherheitspolizei (Sipo) Rotterdam. Op 27 juni 1949 werd hij berecht door een Nederlandse rechtbank te Rotterdam op beschuldiging van deelname aan het doodschieten van 4 Nederlandse mannen en het mishandelen van gevangenen. Hij wordt veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Op 2 juli 1954 wordt hij vrijgelaten uit Nederlandse hechtenis en overgedragen aan de Duitse autoriteiten.

Pieter Oranje wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945, welke in de entree van de tweede kamer der Staten Generaal ligt.

Cornelis Adrianus Kok

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

Overleden

Kinderen

Hertrouwd

Echtgenote

Beroep

Overleden

30-11-1881, te Gouda

03-11-1905, te Reeuwijk

Geertruida Groenenscheij

28-01-1932, te Hellevoetsluis

2

13-09-1936, te Hellevoetsluis

Neeltje Elisabeth Schrijver

Postbesteller

24-10-1944, te Helleoetsluis

 

Via het Kanaal door Voorne worden door de Duitse bezetter eenmansduikboten en sprengboten aangevoerd naar de haven van Hellevoetsluis, voor acties tegen geallieerde schepen op de Westerschelde en de dan al bevrijde haven van Antwerpen. Op 16 en 24 oktober 1944 word de haven van Hellevoetsluis gebombardeerd. Op 16 oktober stijgen elf Spitfires op voor een aanval op de schepen in de haven. Vier schepen worden geraakt. Verder vallen er nog bommen op het spoorweg emplacement. Hierbij komen twee burgers om het leven. Nog geen week later, op 24 oktober wordt Hellevoet wederom opgeschrikt door een bombardement. Zestien Typhoons droppen hun lading. Twee munitieschepen in de haven worden geraakt en er vallen bommen op het rangeerterrein van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij. Verder vuren ze nog 64 raketten af. Door een rondvliegende scherf wordt, zoals vermeld in het verslag van de Mareschaussee, opgemaakt door Opperwachtmeester J. Groenendijk, één persoon gedood.

Hellevoetsluis 25 Oktober 1944

MARECHAUSSEE GEWEST ROTTERDAM.

GROEP HELLEVOETSLUIS.

Rapport van bominslag te Hellevoetsluis

op 24 October 1944

In aansluiting op de telefonische 24 October 1944 te omstreeks 17.45 uur heeft ondergetekende, J. Groenendijk, Opperwachtmeester der Marechaussee te Hellevoetsluis, de eer Uwe edel Gestrenge, het volgende nader te rapporteren:

Op Dinsdag den 24 October 1944, te omstreeks 17.30 uur, zijn er vanuit een zestiental vliegtuigen, 30 bommen neergeworpen, verspreid over de Gemeente Hellevoetsluis: waaronder raketbommen zich bevonden, terwijl het gewicht van de brisantbommen zeer uiteenliep.

Bedoelde bommen waren o.a. neergekomen op het terrein van de voormalige marinewerf alhier, waardoor schade aan een gebouw werd toegebracht.

Ten 2e op en nabij schepen liggende in het Openbaar vaarwater het Kanaal alhier, waardoor een motorschip, behorende aan de Rijksbetonning is gezonken. Tenslotte waren een zestal bommen neer gekomen naast het rangeerterrein van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij, waarbij één Persoon werd gedood door een bomscherf. Bedoelde persoon was genaamd:

– Cornelis Adrianus Kok: geboren te Gouda op 30 November 1881, brievenbesteller gewoond hebbende te Hellevoetsluis, Kerkstraat No. 16a.

Een persoon was licht gewond. Verder was er vooral in de nabijheid waar de bommen neergevallen waren, veel glasschade.

Waarvan door mij, Opperwachtmeester dit rapport is opgemaakt op den eed bij den aanvang mijner bediening afgelegd.

De Opperwachtmeester, J.Groenendijk

Aan den heer- Hoofdinspecteur Der Luchtbescherming te s’ Gravenhage

Gezien: De Burgemeester- Politiegezagsdrager te Hellevoetsluis

Adrianus Cornelis Kok, komt dus om bij een bombardement op Hellevoetsluis. Hij wordt op 26 september 1944 begraven op de Algemene Begraafplaats aan de G.J. van den Boogerdweg te Brielle. Bij de Oorlogsgravenstichting, gevestigd te ’s Gravenhage ligt een persoonlijk dossier van Adrianus Kok.

De Torpedisten

Omdat het Korps Torpedisten sinds 1882 Brielle als standplaats had gekregen, schreven de “Nieuwe Brielsche Courant” en het “Weekblad of Brielsche Courant voor Voorne, Putten, Overflakkee en Goederede”, uitvoerig over het noodlottige ongeval waarbij zes militairen tijdens de uitoefening van hun plicht waren omgekomen. Dit waren: 1e luitenant Johannes Oostrijck, wonende te Den Haag. Sergeant-majoor Herman Leendert Vreugdenhil, wonende te Den Briel. Sergeant-schipper Cornelis Hendrik Smits, wonende te Den Briel. Sergeant-duiker C. Stigter, wonende te Den Helder. Milicien B. Visser, wonende te Scheveningen. Kanonnier-stoker, Arie Cornelis van Luijpen, wonende te Rotterdam.

 

vlnr; Sergeant Majoor Herman Leendert Vreugdenhil, Sergeant-schipper Cornelis Hendrik Smits, Milicien B. Visser.

De loodsen aan het eind van de Langestraat zijn in 1884 gebouwd voor de sloepen van het Korps Torpedisten. De torpedisten konden hun vaartuigen te water laten in de Maarlandse haven. De sloepen werden gebruikt om torpedo’s (zeemijnen) in havens en riviermondingen te leggen.

Na serie proefnemingen met verschillende watermijnen zond het Bataljon Mineurs en Sappeurs in 1866 een detachement genisten naar Brielle om de mijnen te bedienen. Dat werd in 1867 de Torpedistencompagnie. Naast het plaatsen van mijnen werden de torpedisten ook ingezet om wrakken op te ruimen die hinderlijk in de weg lagen voor de visserij. Op donderdag 14 oktober 1909 vertrokken er een ijzeren barkas (grote sloep) met een duiktoestel, een vlet en de sleepboot “Torpedodienst II” richting Katwijk. Aan boord bevonden zich torpedisten en soldaten van de Pantserfort Artillerie. De opdracht was om het in december 1894 gestrande stoomschip Caledonia met explosieven te ruimen. Bij het scheepswrak aangekomen ging het barkas boven het wrak liggen en bleven de sleepboot en de vlet op een afstand. De duiker ging te water om twee ladingen pikrine zuur op het wrak aan te brengen. Nadat de duiker weer aan boord was verwijderde de barkas zich van het wrak om van een veilige afstand de lading met hulp van elektrische stroom tot ontploffing te brengen. Niemand weet wat er precies gebeurd is, waarschijnlijk is het pikrine zuur in aanraking gekomen met het slagkwik, maar plotseling hoorden de vier mannen in de vlet een zware explosie. Op de plaats waar de barkas lag zagen zij een grote, schuimende, waterkolom tientallen meters omhoog schieten. Door de kracht van het water werd de vlet omhoog geslingerd maar sloeg niet om. De bemanning van de vlet ging direct naar overlevenden zoeken. Van de barkas en bemanning was niets meer te zien. Wel zagen zij kanonnier stoker van Luijpen drijven en haalden hem binnen boord. Korporaal van Dijk verklaarde: “Toen leefde hij nog. De aan het hoofd ernstig verwonde vroeg nog wat er gebeurd was en sloot toen de oogen.” Van de andere opvarenden van de barkas werd ter plekke niets meer gevonden. ‘s Avonds spoelde bij paal 5, enigszins ten noorden van de Wassenaarse Slag het lichaam van sergeant-majoor Vreugdenhil aan. Zijn arm en been waren gebroken en zijn horloge stond stil op half twee. Zondag de 17de vond men op het strand bij Bloemendaal het lichaam van milicien B. Visser. De lichamen van van Luijpen en Vreugdenhil werden per torpedo stoomboot overgebracht naar Brielle, waar maandagmiddag 18 oktober onder grote belangstelling de begrafenis plaats vond in twee aparte graven.

     

Maandag 25 oktober spoelde, binnen de pieren van IJmuiden, het lichaam van sergeant-schipper C. Smits aan en het lichaam werd dezelfde dag per trein naar Den Briel vervoerd. Hij werd in de ochtend van woensdag 27 oktober te Den Briel begraven. Eind oktober werd er ten behoeve van weduwe Smits een liefdadigheid voorstelling gegeven, om haar karige pensioentje aan te vullen. Zodat zij met haar kleine zoon de winter door kon komen. Briellenaren werden gevraagd gul te geven. Op de 27ste werd het lichaam van de duiker Stigter op het strand van Noordwijk aan Zee gevonden. Vrijdag 12 november spoelde het lichaam van luitenant Oostrijck aan op het strand van Wijk aan Zee. De identificatie van Johannes Oostrijck en Cornelis Hendrik Smits werd onder andere gedaan door eerste luitenant der artillerie Josephus Adrianus Mussert, woonachtig te Brielle. De broer van Anton Mussert.

John Thomas Cook

 

Jacob Janssen

 

 

Monumenten

In Brielle vinden we diverse monumenten die ons doen herinneren aan de tweede wereldoorlog en latere gewapende conflicten.

Het Indië monument op de algemene begraafplaats aan de G.J. van den Boogerdweg

     

Monument voor de gevallenen, naast de Sint Catherijene kerk.

Het Joods monument in de Sjoel.

Het "vergissings" bombardement monument in de Burgemeester H. van Sleenstraat.

De gedenksteen voor Manuel Avelino bij de rotonde G.J. van den Boogerdweg / Schrijversdijk.

Het Vrijheidsbos aan de Spanjaardsweg.

 

 

Eilandbewoners met een oorlogsverhaal.

Gerrit Jan van den Boogerd 

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

Kinderen

Beroep

Rang

Groep

Gearresteerd

Overleden

22-08-1908, te Zwartewaal

16-10-1936, te Zwartewaal

Leuntje Maria Neecken

2

Kandidaat Notaris

Reserve 1e Luitenant bij 2-III-11 R.I.

Verzet, knokploeg

20-04-1944

25-07-1944, te Rhijnauwen, gefusilleerd

In 1926 behaald Gerrit Jan van den Boogerd zijn eindexamen van de RHBS te Brielle. Daarna gaat hij op voor het examen kandidaat notaris. Hij werkt enkele jaren in Rotterdam en Zeist voordat hij als kandidaat verbonden wordt aan Notariskantoor L.P. van den Blink in Brielle. Tijdens de mobilisatie in 1939 wordt hij opgeroepen en wordt ingedeeld bij het 2de compagnie 11 Regiment Infanterie, gestationeerd te Amerongen. In de eerste dagen van de Duitse inval was hij actief bezig met de   verdediging van de Grebbenberg. Toen 14 Mei 1940 Nederland capituleerde deelde Gerrit van den Boogerd zijn manschappen mede dat de oorlog nog niet voorbij was, maar pas begonnen en hij met andere middelen, verbitterd de strijd zou voort te zetten. In Brielle werden in de loop van de zomer van 1940 verschillende voorbereidingen getroffen. Zo werden er zoeklichten en afweergeschut geplaatst. De grenspolizei nam haar intrek in een winkelpand in de Voorstraat. Hitler besluit als geste naar de Nederlander om de krijgsgevangen Nederlandse soldaten vrij te laten. Een besluit dat hij later weer zal terug draaien. In juli  1940 wordt de Nederlandse Unie opgericht en via een oproep in de Nederlandse dagbladen wordt het Volk gevraagd zich te verenigen. Het  was een alternatief voor alle opgeheven partijen, en moest dienen als krachtige tegenhanger van de NSB. De organisatie wist binnen een week na de oproep meer dan honderdduizend leden te werven en dat aantal steeg daarna tot ruim negenhonderd duizend. Dankzij de drijvende kracht van de kandidaat-Notaris G.J. van den Boogerd abonneerden maar liefst 250 mensen uit Brielle en omgeving zich op het Unie orgaan. In augustus arriveerden Duitse soldaten. De sloepenloodsen en diverse schoollokalen werden ingericht als kazerne. De bezetting bleek lang te gaan duren te zijn, dus werden op bastion 5 en 6 barakken opgericht. De Ortskommandantur kreeg zijn bureau in de HBS. De gemeenteraad bleef voorlopig in ongewijzigde vorm aan, maar speelde nauwelijks een rol van betekenis. Als in 1943  alle ex militairen zich moeten melden voor krijgsgevangenschap duikt Gerrit Jan onder. Al sinds het najaar in 1940 heeft hij contact gelegd met enige officieren. Hij duikt onder in de achterhoek. Daar woont een groot gedeelte van zijn legermaten. Hij zet in Lintvelde onder de schuilnaam Oom Gert een militaire knokploeg op. De groep bestaat uit zo’n 500 man. Begin 1944 wordt de verzetsgroep geïnfiltreerd door de SD’er Willy van Erp. Deze verzameld gedurende drie maanden genoeg informatie om op 20 april een groot deel van de knokploeg op te laten pakken tijdens een geplande aanslag op een Rurloose landwacht. Twee maanden later wordt hij door de Duitsers wegens spionage en wapenbezit ter dood veroordeeld. Op 25 juli 1944 word hij bij Fort Rhijnauwen (nabij Utrecht) gefusilleerd.

Gerrit Jan van den Boogerd wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945, welke in de entree van de tweede kamer der Staten Generaal ligt.

 Na de oorlog wordt het eerste stukje Rijksstraatweg in Brielle hernoemd naar G.J. van den Boogerdweg.

Arnoldus Botbijl 

Arnoldus Bravenboer, geboren op 27 augustus 1910, is een kind van Maria Bravenboer (14-12-1887). Zij treed op 08-12-1910 in het huwelijk met Arnoldus Botbijl (04-06-1989) en daarbij wordt Arnoldus Bravenboer geëcht en krijgt de achternaam Botbijl. Hoewel geboren in Geervliet brengt Arnoldus een groot deel van zijn jeugd door in Brielle. Na de lagere technische school gaat hij naar de zeevaartschool in Vlissingen en volgt daar de opleiding tot machinist. Ten tijde van de tweede wereldoorlog is Arnoldus 3de machinist aan boord van het stoomschip Rooseboom. Dit schip voer voor de KPM (Koninklijke Pakket Maatschappij). De KPM begon met het vervoer van passagiers en vracht tussen de eilanden van Nederlands Indië. Later werd dit uitgebreid met lijnen naar China, Australië en Siam. Het huidige Thailand. In februari 1942 hadden Brits Malaya (Malaisie) en Singapore zich overgegeven aan het Japanse leger. Meer dan 100.000 Britse en keizerlijke militairen waren gevangenen geworden, evenals duizenden burgers. Een paar duizend anderen ontsnapten naar het nabijgelegen Nederlands Indië en vandaar naar Australië, Ceylon of India in elk schip dat maar te vinden was. Op 26 februari 1942 vertrok de Rooseboom met Arnoldus Botbijl uit Emma haven, Padang (Sumatra) met ongeveer 500 passagiers (militairen en burgers) op weg naar Colombo, Sri Lanka. Op 1 maart wordt het schip opgemerkt door de Japanse onderzeeboot I-59. Luitenant Yoshimatsu torpedeert het schip in de Indische oceaan. De Rooseboom zinkt vrijwel direct.

     

Er kan nog één reddingsboot te water worden gelaten. Waar normaal plek is voor 28 personen zitten er nu 80. In het water klampen nog 135 mensen zich vast aan die ene reddingsboot, wrakhout of drijven in het water. Twee van deze drenkelingen worden na negen dagen opgepikt en men is in de veronderstelling dat dit de enige overlevende van deze ramp zijn. Na de oorlog wordt in 1949 tijdens een openbaar verhoor in de rechtbank van Edinburgh duidelijk wat er met de drenkelingen in de sloep is gebeurt, als Korporaal Walter Gardiner Gibson zijn verhaal doet. Na een reis van 1600 kilometer drijft de sloep op een koraalrif bij het eiland Sipora. Door het overlijden aan verwondingen, zelfmoord en moord waren er nog slecht 5 personen van de 80 in leven. Eén Javaan verdronk in de branding en twee andere Javanen verdwenen in de jungle. Gibson en de Chinese Doris Lin worden opgevangen en verzorgt door de lokale bevolking. Later zijn ze opgepakt door een Japanse patrouille. Gibson wordt weer krijgsgevangen gezet en Doris geëxecuteerd. Of Arnoldus Botbijl bij de overlevende zat of direct is overleden is niet te achterhalen. 

Arnoldus Botbijl wordt genoemd in de digitale erelijst van Gevallenen 1940-1945, niet in het geschreven versie welke in de entree van de tweede kamer der Staten Generaal ligt.

 Na de oorlog wordt het pad tussen het Scharloo en de Pieter van der Wallendam vernoemd naar Arnoldus Botbijl.

Manuel Avelino

Manuel Avelino is in 1889 geboren op het Kaapverdische eiland Ilha do Fogo. Hij komt rond 1920 naar Nederland. Daar ontmoet hij zijn vrouw, de Brielse Willempje Heijndijk en trouwd met haar in 1929. Manuel en Willempje krijgen drie kinderen, Andre, Maarten en Luzia.

          

Hij voer bij de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM) en monsterde aan in september 1939 op het motorschip Colombia. Gezien de oorlogsdreiging werd het schip veilig gesteld door het naar West-Indië te sturen. Toen de oorlog uitbrak werd het schip gevorderd door de marine. Omdat Manuel de Portugese nationaliteit heeft, mocht hij niet meer aan boord blijven. De oplossing werd gevonden in het vrijwillig in dienst gaan bij de Nederlandse marine, waardoor hij het Nederlanderschap verkreeg. Door de gebrekkige communicatie sijpelde dit bericht niet door naar Nederland. Zijn vrouw en kinderen werden door de Duitse bezetters automatisch aangemerkt als vreemdeling. Ze moesten hun huis verlaten en gingen naar Rotterdam, waarze de hongerwinter hebben doorstaan.

         

Voor vrijwel alle Nederlandse oorlogsschepen was het na de vele krijgsverrichtingen in de Indische Archipel noodzakelijk om reparaties te ondergaan. Hiervoor stoomde de schepen naar Bombay (India). De Nederlandse onderzeeboot O19 kreeg orders om naar Kilindini op te stomen. De Colombia moest derhalve mee. In augustus werd naar East-London gevaren, waar ze werd ingezet voor de haven verdediging. Het MS Colombia vertrekt 27 februari om 07:00 vanuit het Zuid-Afrikaanse East London (Oos London) naar Simonstown (Simonstad) om daar het dok in te gaan voor reparaties.

In de ochtend van 27 februari 1943 krijgt commandant Gerhard Wiebe van de U 516 het Nederlandse schip in het vizier. OM 11:42 word de Colombia getroffen door een torpedo. Het schip maakt snel slagzij en loopt vol met water. De kapitein geeft order om het schip te verlaten. Tijdens het laten zakken van reddingsboot no 2 loopt deze vast. Manuel Avelino klimt weer terug aan boord en zorgt ervoor dat de reddingssloep veilig te water komt. Daarna heeft hij nog geholpen bij het strijken van nog drie sloepen. Hierdoor heeft hij vele levens gered Nadat het schip gezonken was, werd hij uit het water gehaald. Er worden 8 opvarende vermist. De rest 312 zeevarende, worden veilig aan wal gezet in East-London. De Portugese matroos in Nederlandse dienst voer de rest van de oorlog op andere schepen van de KNSM waarmee hij onder andere geallieerde troepen naar Sicilië bracht. Hij werd pas in augustus van 1945 met zijn vrouw en kinderen herenigd.

Zijn zoon, Andre Avelino vertelt.

"Na de oorlog kwamen wij vanuit Rotterdam terug naar Brielle. Daar ontvingen we van de familie Hamelink uit Terneuzen een brief. De heer Hamelink had met mijn vader gevaren en werkte na de oorlog bij de post. In de sluis van Gent naar Terneuzen kwam hij mijn vader tegen. Die voer toen op de Vulcanes van de KNSM . In de brief stond dat als ik mijn vader wilde ontmoeten, dat ik dan moest komen en bij hun kon logeren totdat het schip weer langskwam. Ik ging proberen om daar te komen. In Rotterdam ben ik naar een garage van het militair gezag gegaan. Daar heb ik gevraagd of er een auto richting Terneuzen ging. Helaas was er die ochtend net een wagen die kant op gegaan. Dus ik mocht wachten tot er eventueel weer één ging. Ik sta daar een poosje en er komt een mannetje met een rieten koffer langs mij lopen en die vraagt naar een auto richting Den Briel. Ik loop naar de man toe en vraag: bent u Avelino. Hij zegt: Ja. Nou, ik ben je zoon. We zijn direct naar Brielle terug gegaan. Hij mocht een weekend naar zijn familie. Hij had Cadbury chocolade mee. Heerlijk. Maandag ochtend is hij op de motor door directeur Kalkman van de houthandel weer terug gebracht naar Rotterdam. Daar vandaan is hij weer teruggegaan naar Terneuzen. Er moest tenslotte weer gevaren worden."

Op 6 mei 1943 word Manuel Avelino door Koningin Wilhelmina voorgedragen voor het Kruis van Verdienste voor moedig, bekwaam en doortastend optreden.

          

Manuel Avelino is gedecoreerd met het Kruis der verdienste en het Oorlogsherinneringkruis met de gespen: Oorlogsdienst-Koopvaardij 1940-1945, Middellandse Zee 1940-1945, Oost Azie - Zuid Pacific 1942-1945. Beide uitgereikt maart 1953.

In 1947 is Manuel genaturaliseerd tot Nederlander. Op 8 juni 1980 is hij op 81-jarige leeftijd in Brielle overleden. De vaartplicht beloning, welke het rijk normaal gesproken vlak na de oorlog uitkeerde aan gemilitariseerde bemanningsleden van Nederlandse koopvaardijschepen, werd pas in 1995 uitgekeert. 

     Plaquette nabij de rotonde aan de G.J. van de Boogerdweg onthuld november 2012.