Op 25 mei 2022 hadden we een gesprek met de heer Touw, geboren in 1935 en nu woonachtig in Heenvliet. Ook na ruim 77 jaar zijn de herinneringen er nog steeds.

Zijn verhaal.

Toen de oorlog uitbrak woonde wij in een boerderij gelegen aan het einde van de (Vekhoeksche) Kerkweg. Waar zich nu het huidige industrieterrein Seggelant bevindt.

     

Situatie 1940 versus 2022.

Onze buurman die een tuindersbedrijf had op de plek waar nu van Adrighem zit, kwam ’s morgens 10 mei naar ons toe en vertelde dat er oorlog was. Hij had dat gehoord op de radio.

Er was vlakbij ons veel lawaai. Boven de Ondernemingspolder vlogen veel vliegtuigen. En ik zag “wolkjes”. Ze waren in gevecht en schoten op elkaar. Een aangeschoten vliegtuig zag ik al draaiend naar beneden gaan.

De boerderij van de familie Touw.

Er kwamen Nederlandse soldaten bij ons langs op de boerderij. Die jongens waren erg zenuwachtig en op zoek naar Duitsers. Ze staken met hun bajonetten in het stro. Mijn vader, die in 1916 heeft gediend bij de vestingartillerie in Hellevoetsluis, zei tegen die soldaat: Geloof mij nou maar, daar zit geen Duitser en ik zou dat geweer maar op veilig zetten.

Mijn broer vertelde dat een van die soldaten uit de buurt kwam. Dat was Kommer Klok, de opa van Robin Klok van de huidige landwinkel.

Dezelfde dag kwam de dorpsveldwachter aanfietsen. Op last van de burgemeester moesten wij de wagens die we hadden op de Groene Kruisweg zetten om te voorkomen dat er vliegtuigen zouden landen.

Een paar dagen later stonden we op de Maasdijk en zagen rook in de verte. Dat moet Rotterdam geweest zijn. Mijn vader had tranen in zijn ogen.

Na de overgave ging het normale leven voor een kleine jongen zoals ik weer verder. Duitse soldaten verkenden de buurt. Ze kwamen bij ons op het erf en hebben eieren gekocht.

Vrij snel werd er in opdracht van de Duitsers door een bouwfirma uit Rhoon of Poortugaal een bunker gebouwd in de Maasdijk. Die bunker keek uit over de Ondernemingspolder. ’s Avonds werden door de bezetter lampen aangestoken, zodat het leek alsof er een landingsbaan van een vliegveld was.

De bunker uitkijkend over het schijnvliegveld.

De Engelsen zijn erin getrapt en bombardeerden het schijnvliegveld. Hierdoor ontstond er een grote krater achter onze boerderij en de druivenkas van onze buren was zwaar beschadigd.

Over de Groene Kruisweg marcheerden soldaten en er reden kanonnen en auto’s met OT erop. (organisation Todt was een Duitse bouworganisatie tijdens het nazibewind, red.). Er waren schilders uit Zwartewaal bij ons bezig om de boerderij te schilderen. Ik had een houten speelgoedauto en heb net zolang gezeurd totdat een van die mannen ook op mijn auto OT had gezet met witte verf.

En er moest natuurlijk verduisterd worden. Blinden voor de ramen, om maar geen spoortje licht naar buiten te laten komen. Op een dag brandde er een carbidlamp, maar we hadden nog niet verduisterd. Er kwam een wild, woeste Duitser aan de deur. Die stond te blaffen tegen mijn vader en moeder. Hij was met de motor langsgereden en had licht gezien.

Tijdens de hongerwinter kwamen er mensen langs die om eten vroegen. Mijn moeder sneed ’s morgens boterhammen en belegde deze. Die gaf ze dan aan de bedelende mensen. Ook werd er melk gegeven en soms voedsel verkocht. Er werden zakken met aardappelen en zakken graan geruild voor steenkool met werknemers van de werf Wilton Fijenoord uit Schiedam.

Achter bij de Brielse Maas was een klein haventje. Daar kwam ene Bram van der Waal met een roeibootje en die ruilde dan weer lakens. Mensen met kinderwagens die voedsel bij elkaar hadden geschraapt, liepen op de terugweg het risico dat ze bij passage Spijkenisserbrug alles weer moesten inleveren.

Tsja, je had goede en slechte Duitsers.

In 1944, toen de geallieerden aan het oprukken waren in Brabant, konden we het geschut horen. Onze buurman, dove Jaap, die werkte bij Rodenburg, voelde de grond trillen.

Op een gegeven moment was Luuk Biesheuvel, mijn buurjongen, bij mij aan het spelen. Hij woonde aan de andere kant van de Groene Kruisweg. Zijn vader zat in Curaçao. Opeens kwam er een vliegtuig al schietend laag over de dijk heen. Wij speerden weg naar ons huis en doken in de trappenkast. Mijn vader die aan het werk was op het land dook in de slootkant. Ze schoten op een groene vrachtauto. Dit bleek later een burger wagen te zijn.

In Zwartewaal was veel verzet. Zo heeft de ondergrondse een wissel omgezet met de bedoeling om een Duits troepentransport te laten ontsporen. De stationschef van Zwartewaal heeft toen op tijd de wissel weer teruggezet. Dat was een goede daad vind ik. Stel je voor: Omdat de tram niet zo hard reed, waren er wellicht een paar Duitse  soldaten gewond geraakt. Maar de vergelding die de bevolking had moeten ondergaan was tig keer zo erg geweest.

In de nacht van 4 op 5 december 1944 was er een inval op de Meeldijk bij de gebroeders Koene. Daar zaten drie Italiaanse deserteurs ondergedoken. Ze wilde niet meer voor de fascisten vechten en zijn in Zwartewaal terecht gekomen. Ze zijn verraden. De gebroeders Koene zijn zogenaamd op de vlucht doodgeschoten. De Duitsers hebben het huis in brand gezet.  Daarbij zijn twee Italianen omgekomen. Buurman Klaas Rodenburg is gaan kijken, omdat hij zoveel herrie hoorde. Hij werd opgepakt en geblinddoekt aan een boom vastgebonden. De Insellkommandant (Duitse militaire bevelhebber, red.) Ernst Eugen Schermuly, die verantwoordelijk was voor de inval en executie heeft na de oorlog 20 jaar gekregen, maar is weer vervroegd vrijgelaten.

Tijdens het gesprek komt ook de familie van de heer Touw ter sprake.

Mijn vader en moeder moesten niets hebben van de bezetter en hun ideeën. In de loop van 1944 stond er veel van het eiland onder water. Zo ook de polder Nieuwenhoorn. De zus van mijn vader en haar man hadden daar een tuinderij. Ze moesten evacueren en zijn bij ons met hun vier dochters ingetrokken.

Omdat ze bij ons woonden ging ik natuurlijk vaak langs bij de familie. De ene kant was communistisch gezind en had het over die rot Moffen. De andere kant was lid van de NSB en die vertelde juist weer dat het aardige lui waren.  Als kleine jongen zat ik daar dan tussenin en hoorde dit allemaal aan. Dat was erg verwarrend

Een aantal familieleden van mijn moeder was lid van de NSB.

Haar zus en zwager (ome Cor, slager in Brielle) waren brood NSB’ers. (Nederlanders die zich om niet politieke redenen aansloten bij de Nationale Socialistische Beweging, red.). Mijn tante zei; als we lid worden van de NSB, dan kunnen we aan de Duitsers leveren.

Ze hadden 1 dochter, die was lid van de Nationale Jeugdstorm geworden. Zij liep met het vaandel vooraan tijdens parades door de straten van Brielle.

Mijn broer Cor was 18 en kon worden opgeroepen voor de arbeitseinsatz (dwangarbeid, red.). Oom Cor zei: als je nu lid wordt van de NSB dan hoef je niet naar Duitsland. Dat heeft hij stiekem gedaan. Mijn moeder vond in een zak van zijn jasje zijn lidmaatschapskaart. Mijn vader ging met een bloedgang naar ome Cor. Hij zei: Schrappen die inschrijving van die jongen. We willen er niets mee te maken hebben. Dat is toen ook gebeurd. Alleen is de doorhaling nooit doorgekomen op de Maliebaan in Utrecht bij het hoofdbureau van de NSB. Op 31 oktober 1945 kwam de politie hem ophalen en hij heeft tot eind december 1945 vastgezeten in Fort Haerlem.

Fort Haerlem, Hellevoetsluis.

Hoewel hij geen proces heeft gekregen, mocht hij 10 jaar niet stemmen en werd hij buitengewoon dienstplichtig. Ik zat toen op de lagere school in Vierpolders. Een meisje uit mijn klas vertelde dat haar vader die bewaker was in het Fort een paling had meegenomen. Zij had daar heerlijk van gegeten. Later hoorde ik dat mijn broer die had gevangen en dat haar vader deze had afgepakt.

Een ander oom van mij begon in te zien dat hij toch een verkeerde keuze had gemaakt, maar die zei: ik zit er van het begin af bij en nu het moeilijker gaat trek ik me niet meer terug. Ook hij moest zitten

Zijn broer die nog fanatieker was, maar korter in de gevangenis heeft gezeten, droomde ervan dat hij een boerderij zou krijgen in Oekraïne. Want dan zouden die untermenschen (zoals Hitler ze noemde) wel verdreven zijn en zou er een hoop landbouwgrond beschikbaar zijn.

In de meidagen na de oorlog stond er een BS’er (lid Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, red.) bij ons aan de deur. Hij moest ome Kobus hebben, een klein boertje uit Tinte. Gedurende de oorlog was hij voorzitter van de plattelandsjongeren. Die waren door de Duitsers een beetje ingelijfd. In 1944 had hij 14 dagen bij de Duitsers vastgezeten, omdat hij weigerde voor de Wehrmacht te rijden. Na de oorlog werd hij weer gepakt, omdat hij zou hebben samengewerkt met de bezetter.

Mijn nicht is na de oorlog de politiek in gegaan en wethouder geworden in Brielle. Daarnaast heeft zij veel voor de katholieke kerk gedaan. Door haar keuze in de oorlog kwam zij echter niet meer in aanmerking voor een lintje, werd er geen straat naar haar vernoemd en mocht zij ook niet aanwezig zijn bij de heropening van de gerestaureerde Sjoel.

Mijn toekomstige schoonvader werkte bij Wilton Fijenoord Schiedam. Hij had een gezin van zes en zei: niet iedereen kan onderduiken. Hij werkte aan de beschadigde U-boten. Je kan het wel of niet doen, maar je moet toch eten hebben voor je gezin.

Goed of slecht ? Het zijn keuzes die je maakt op dat moment en in die situatie.