In Rozenburg bevind zich één begraafplaats met militaire slachtoffers.
De gemeentelijke Begraafplaats aan de Molenweg.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle
Op deze begraafplaats bevinden zich de graven van:
Nederlands: D. van den Beukel
Geallieerd: P.J.H. Rowan, B.P. Grigson, F.L. Lees, G. Villiers-Tuthill.
Geboren: 21 mei 1915 Omgekomen: 31 maart 1945, Brandenburg.
Bron: 1) historische vereniging den Berchsen hoeck / Eigendom: 2) Bevrijdingsfestival Brielle
Dirk van den Beukel is geboren in Bergschenhoek en getrouwd met Helena Geertruida Voorberg. Hij verhuist in 1924 naar Rozenburg waar hij werkt als bakker in een broodfabriek. Via de arbeitseinsatz komt hij in Brandenburg, Duitsland, terecht. Tijdens een bombardement van de geallieerden komt hij om en wordt begraven op de begraafplaats Brandenburg an der Havel (Altstädtischer Friedhof). Op 7 oktober 1947 wordt hij herbegraven op het Franse Ereveld Frohnau in Berlijn. Op 29 mei 1948 wordt Dirk van den beukel herbegraven op de gemeentelijke begraafplaats in Rozenburg.
Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Bron: 1) ww2cemeteries / eigendom: 2) Bevrijdingsfestival Brielle
G. Villiers-Tuthill |
![]() |
Eigendom: 1, Bevrijdingsfestival Brielle
Piloot (junior) Luitenant Barry Pawlet Grigson Oud: 20 jaar, East Harling - Norfolk.

Eigendom: 1) Mr. Patrick Wilson / 2) Bevrijdingsfestival Brielle
Observator / Schutter (junior) Luitenant Frederick Leonard Lees Oud: 23 jaar, Tayside - Newport.

Bron: 1) newportontayhistory / Eigendom: 2) Bevrijdingsfestival Brielle
In de nacht van 1 op 2 juni 1940 stijgen 18 Fairey Sword-fishes en 5 Fairey Albacores op van het RNAS Worthy Down (HMS Kestrel) in Hampshire, voor een missie naar Rotterdam. Ze vallen schepen aan die wellicht gebruikt gaan worden voor de invasie van Duitsland op Engeland. De bewolking zorgde ervoor dat niet alle vliegtuigen hun bestemming bereikte. Door luchtafweergeschut werd het vliegtuig L7646 met aan boord piloot Barry Pawlet Grigson, schutter en observator Frederick Leonard Lees en een derde bemanningslid naar beneden gehaald. Al brandend stort ze neer en de bemanning probeert zich te redden door uit het vliegtuig te springen. Grigson en Lees vallen dood neer in de polder Langeplaat. Vliegtuigonderdelen de muren voor de vloedplanken en het toestel zelf brandt geheel uit in de polder Zuid-Blankenburg. De twee omgekomen bemanningsleden worden door de Duitsers ter plaatse begraven. Eén was er verbrand, de andere had nog een ingepakte parachute op zijn rug. Er is sprake van een derde bemanningslid die twee dagen later wordt gearresteerd en afgevoerd.

Bron: 1) gemeente archief rozenburg / Eigendom 2) Mr. Patrick Wilson
Beide vliegeniers worden tijdelijk als onbekende begraven. Op 9 en 10 juli worden ze met militaire eer herbegraven op de Algemene begraafplaats in Rozenburg.
In Rozenburg bevinden zich op de begraafplaats twee monumenten die ons doen herinneren aan de tweede wereldoorlog en latere gewapende conflicten.
Een Kruis voor de slachtoffers van de Tweede wereldoorlog.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle
Een Steen / Plaquete ter herinnering aan Hendrik Goudappel, omgekomen in Blitar.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle
Geboren: 31 juli 1918 Omgekomen: 19 augustus 1943, Gilze-Rijen.
Cornelis Quak is tuindersknecht van beroep en wordt in februari 1938 opgeroepen voor de dienstplicht Hij wordt paardenverzorger bij het Remontedepot in Nieuw-Millingen. In augustus 1939 gaat hij met groot verlof. Tien dagen later wordt de mobilisatie afgeroepen en keert hij terug naar het 4de Regiment Huzaren gelegerd in Ede. Na de capitulatie gaat Cornelis Quak verder bij de marechaussee. Na zijn opleiding bij de brigade Moerdijk gaat hij via de Brigade Baarle-Nassau naar de Brigade Best. Op 1 maart 1943 wordt het politieapparaat door de bezetter gereorganiseerd. Cornelis Quak wordt ontslagen en aangesteld als wachtmeester der Staatspolitie en gestationeerd in Etten. In september 1943 wil hij gaan trouwen met Jacoba Langeweg. In de avond van 19 augustus zit hij samen met een collega in de trein van Eindhoven naar Gilze-Rijen. Bij het naderen van Gilze-Rijen wordt het vliegveld door geallieerde vliegtuigen aangevallen. De inzittende springen uit de gestopte trein in een greppel. Cornelis Quak is door een bomscherf in de trein al dodelijk verwond. Op 24 augustus wordt hij met (beperkte) korpseer begraven op de gemeentelijke begraafplaats.
Het uitgebreide verhaal is te lezen in het blad marechausseecontact op pagina 14.
Na WW2
Geboren: 14 oktober 1926 Omgekomen: 17 maart 1949, Gendinging, West Java.

Bron: 1,2) oorlogsgravenstichting
Hendrik Goudappel was fuselier bij het 4 Garde Regiment Prinses Irene. Zijn bataljon vertrok op 4 juni 1947 naar Nederlands Indië en is onderdeel van het 2de Palmboom divisie. De divisie neemt deel aan de 1ste politionele actie. Tijdens de 2de politionele actie trekt het bataljon via het Zuiderkalksteengebergte naar Kederisi. Grote inspanningen kost het openhouden van de verkeerswegen. De weg Blitar-Wlingi kreeg de naam dodenweg en ook de route Blitar-Kediri wemelde van mijn- en bomtrechters, teweeggebracht door trekbommen, drukmijnen en alle mogelijke combinaties ervan. Hendrik Goudappel sneuvelt tijdens deze missie door een trekbom. Hij wordt begraven op de begraafplats Peneleh, Baliwerti en in oktober 1949 herbegraven op het Nederlands Ereveld Kembang Kuning.
Hendrik Goudappel wordt genoemd op het monument op de gemeentelijke begraafplaats en in de lijst van gevallenen 1945-heden.
In Rozenburg geboren personen (verhuisd) die niet meer thuis gekomen zijn ten gevolge van oorlogshandelingen.
A
Geboren: 18 juni 1907 Woonplaats: Pernis Omgekomen: 12 mei 1940, Grebbeberg.

Bron: 1,2) oorlogsgravenstichting / Eigendom: 3) Bevrijdingsfestival Brielle
Leendert Assenberg van Eijsden werd opgeroepen tijdens de mobilisatie van 1939. Hij dient als soldaat 4 R.v.A. bij het 2-I-4 Regiment Artillerie in de Grebbelinie. Op 22 april 1940 moet hij zich melden. Tijdens hevige beschietingen op 12 mei slaat een Duitse granaat op een meter achter hem uit elkaar en hij is op slag dood. Hij wordt begraven op het militair kerkhof Grebbeberg.
Een uitgebreide video met het verhaal over Leendert Assenberg van Eijsden is te zien op: Een brief met bloed besmeurd.
Leendert Assenberg van Eijsden wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.
B
Geboren: 18 juli 1897 Woonplaats: Batavia Omgekomen: 31 maart 1945, kamp Tjideng.

Bron: 1) oorlogsgravenstichting / 2) nationaal archief
Maartje Oostenga is de zuster van Gerben Jacobus Riepke Pieter Oostenga. Ze trouwt op 5 augustus 1920 met Marinus Anthony de Baan. Ze verhuizen naar Nederlands Indië waar Marinus, leraar van beroep, directeur van de Huloschool van de vereniging van Christelijke scholen van Batavia wordt. In de oorlog wordt hij door de Japanse bezetter vastgezet en overleefd de oorlog. Maartje Antje Hendrika Jitske de Baan Oostenga wordt vastgezet in het vrouwenkamp Tjideng. Daar overlijdt zij en wordt begraven te Petamburah en in 1956 herbegraven op het Nederlands ereveld Kalibanteng.
G
Geboren: 23 maart 1885 Woonplaats: Rotterdam Omgekomen: 17 maart 1945, Hamburg-Fuhlsbüttel.

Bron: 1,2) oorlogsgravenstichting
Johan Goedendorp is ingezet voor de arbeitseinsatz en is tijdens zijn verblijf in Duitsland overleden aan hartfalen. Johan Goedendorp wordt genoemd op het digitale monument Neuengamme en is begraven op het Nederlands ereveld Ohlsdorf te Hamburg.
Geboren: 08 december 1874 Woonplaats: Simonshaven Omgekomen: 04 april 1944, Natzweiler.

Bron: 1) stadsarchief rotterdam / 2) arolsen archief
Maarten de Graaf heeft In de periode 1896 – 1898 gediend in Nederlands-Indië bij het 6de regiment infanterie. Na terugkomst trouwt hij en gaat in Simonshaven wonen. Hij werkt als stoker in het gemaal van Simonshaven. Tijdens de oorlog heeft hij onder andere Joden helpen te vluchten naar Engeland. Hij is tijdens een van deze acties verraden en door de SD opgepakt. Via Rotterdam en kamp Vught is hij in het kamp Natzweiler terecht gekomen. Hier is hij overleden aan een sepsis door flegmone.
Maarten de Graaf wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.
N
Geboren: 17 september 1911 Woonplaats: Maassluis Zeemansgraf: 27 januari 1941, Kanaal van Bristol.

Bron: 1) marhisdata / 2) googlemaps
Nadat hij het zinken van de Stad Schiedam op 16 september 1940, waarbij oud inwoner uit Hellevoetsluis Dirk Verhagen omkomt, heeft overleefd wordt hij als stoker aangemonsterd op het stommschip Beemsterdijk. Het schip maakt een reis in konvooi van Halifax naar Liverpool waar ze op 27 december aankomt. Ze vertrekken op 22 januari in ballast uit Glasgow naar Liverpool om zich bij een konvooi te voegen. Op 26 januari bevindt het schip zich ter hoogte van het Bristol kanaal als er rond 10:30 een heftige explosie wordt gehoord. De Beemsterdijk is op een geallieerde mijn gelopen en begint te water te maken maar zinkt niet. De bemanning, al van boord gegaan, keert terug. Men verstuurt een noodbericht voor hulp. Gedurende de nacht verslechtert het weer zodanig dat er nog meer schade optreedt. De kapitein geeft om 09:30 de opdracht om het schip te verlaten maar de Beemsterdijk zinkt binnen twee minuten. 38 bemanningsleden, waaronder Maarten van Noort komen om.
Maarten van Noort wordt genoemd op het HAL monument op Katendrecht en in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.
O
Geboren: 24 oktober 1898 Woonplaats: Bandoeng Omgekomen: 25 november 1942, Rangoon.

Bron: 1) oorlogsgravenstichting / 2) nationaal archief
Gerben Jacobus Riepke Pieter Oostenga is de broer van Maartje Antje Hendrika Jitske de Baan Oostenga. Hij trouwt op 30 september 1920 met Trijntje Zijlstra. Ze verhuizen naar Nederlands-Indië waar hij leraar wordt op het christelijk Lyceum. Op 13 mei 1942 wordt hij door de Japanse bezetter gevangengezet. Met het transportschip Tacoma Maru wordt hij naar Birma gebracht.

Bron: 1) universiteit van washington
Het schip vertrekt met 1700 Nederlandse krijgsgevangenenop 16 november vanuit Tandjong Priok. Via Singapore en langs Malakka vaart ze naar Rangoon waar ze 7 november 1942 aankomen. Onderweg breekt er bacillaire dysenterie uit. Tijdens de reis overlijden er 12 krijgsgevangenen en ongeveer 600 worden er ziek. Gerben Oostenga komt op 15 augustus aan in het kamp Thanbyuzayat. Dit is een werk / hospitaalkamp voor de aanleg van de Birmaspoorlijn. Hij overlijdt op 25 november en wordt te Rangoon begraven. Op 20 maart 1950 wordt Hij herbegraven op het Nederlands ereveld Menteng Pulo.
R
Geboren: 07 december 1890 Woonplaats: Maassluis Zeemansgraf: 24 april 1944, Het Kanaal.

Bron: 1) marhisdata / 2) googlemaps / 3) s-boot.net
Jochgem Rietdijk is kok aan boord van de sleepboot Roode Zee van de firma L. Smit & Co uit Rotterdam. Begin mei 1940 ligt de sleepboot op station op de Bermuda-eilanden. Daar verricht zij sleep en bergingswerk in het Caribisch gebied en langs de oostkust van Amerika. Omdat met name de bemanning actief wil deelnemen aan de bevrijding van Europa en Nederland verdaagt zij in 1943 in de Middellandse Zee. In november dat jaar sleept ze de Cape Mohican van Malta naar Falmouth. Op 21 april 1944 krijgt ze de opdracht om vanuit Dungeness een aantal caissons naar Portsmouth te brengen in voorbereiding op de geallieerde invasie van Normandië. In de nacht van 23 op 24 april zijn vanuit Cherbourg zes Duitse Schnellboten opzoek naar geallieerde schepen. Om 4:45 wordt de Roode Zee getroffen door een torpedo afgeschoten door de Schnellboot S 100. De sleepboot zinkt direct en alle 15 bemanningsleden komen om, waaronder Marinus Teun Weijman woonachtig te Zwartewaal.
Jochgem Rietdijk wordt genoemd in de digitale erelijst van Gevallenen 1940-1945.
Na WW2
Geboren: 30 april 1894 Woonplaats: Tjimahi, West Java Omgekomen: onbekend.
Jacobus Boxhoorn woonde in Maassluis en wordt op 25 november 1911 ingedeeld bij 2de regiment veldartillerie. In 1915 wordt hij kanonnier in het Indische leger en in 1918 gaat hij een vrijwillige diensttijd voor 6 jaar aan bij de koloniale troepen. Hij wordt in juli 1923 ziek en vanwege ongeschiktheid in september met pensioen gestuurd waarbij hij een certificaat van goed gedrag meekrijgt. Hij is begraven op een Buiten Ereveld.
Jacobus Boxhoorn wordt genoemd in de lijst van gevallenen 1945-heden.