Het dorp Nieuwenhoorn valt sinds 1960 onder Hellevoetsluis.
In het dorp bevind zich de Algemene begraafplaats aan de Stoofweg.

Eigendom: Bevrijdingsfestival Brielle
Hier bevinden zich de graven van:

Eigendom: 1) Mevr. Lugtenburg / 2 & 3 ) Dhr. Boutkan
Beide vriendinen zijn slachtoffer van de Bommen op Brielle en naast elkaar begraven.

Eigendom: Fam. Boutkan (1943) / Eigendom: Bevrijdingsfestival Brielle (2025)
Geboren: 17 februari 1920 Omgekomen: 30 april 1945, Pullach.

Bron: oorlogsgravenstichting / Eigendom: Bevrijdingsfestival Brielle
Maarten Vinke woont in Nieuwenhoorn en heeft bij de infanterie gezeten. Daarnaast heeft hij een melkzaak. Hij is via de arbeitseinsatz in Pullach terecht gekomen. Daar is hij door granaatvuur om het leven gekomen. Hij wordt begraven op het Friederichskerkhof. In november 1951 wordt hij herbegraven op de gemeentelijke begraafplaats in Nieuwenhoorn.
In Nieuwenhoorn aan de Rijksstraatweg staat het Verzetsmonument ter nagedachtenis aan Theodorus Johannes Kwanten en Piet Oranje.
Eigendom: Bevrijdingsfestival Brielle
Geboren: 08 augustus 1893 Gefusilleerd: 08 maart 1945, Leusden.
Bron: oorlogsgravenstichting / stadsarchief rotterdam
Theodorus Johannes Kwanten trouwt op 18 september 1919 in Brielle met Engelina Maria Slok. Ze krijgen 2 kinderen, een dochter en zoon. Van beroep is hij kleermaker. Gedurende de bezetting zit hij in het verzet en wordt Commandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. In de avond van 22 december 1944 wordt Theodorus Johannes Kwanten door twee Duitse militairen opgepakt. Zijn woning wordt doorzocht maar er wordt dan niets gevonden. Pas op kerstavond worden de verborgen wapens, munitie en radio’s gevonden. Theodorus Johannes Kwanten is vastgezet in de Heesterhof te Oostvoorne en 23 december afgevoerd naar het Huis van Bewaring Noordsingel in Rotterdam. Via het Oranjehotel, gevangenis in Scheveningen wordt hij naar kamp Amersfort gebracht. Op 23 december zijn er zeven eilandbewoners door Kriminal Oberassistent Richter aangegeven. Uit het arrestantenregister van de Rotterdamse politie is het aannemelijk dat dit een verzetsgroep was en bestond uit: Frederik Hendrik Gijsbertus van Itterson (Nr 9844), Cornelis de Jonge (Nr 9845), Theodorus Johannes Kwanten (Nr 9846), Jan Boot (Nr 9847), Pieter Oranje (Nr 9848), Pieter Burik (Nr 9849), Adriaan Diederik van Bergeijk (Nr 9850). Net als Pieter Oranje zal Theodorus Johannes Kwanten te boek hebben gestaan als Todeskandidat. Een Todeskandidat was een gevangene die op een lijst stond om gefusilleerd te worden als represaille voor een aanslag van het verzet. Samen met Pieter Oranje (begraven te Brielle) wordt hij op 8 maart 1945 gefusilleerd en begraven in een massagraf. In augustus 1945 geïdentificeerd en herbegraven op de gemeentelijke begraafplaats Rusthof te Amersfoort.
Het verhaal achter de executie:
In de nacht van 6 op 7 maart 1945 vindt er een overval plaats op een vlees transport op de Veluwe. Door een samenloop van omstandigheden vindt er onbedoeld een aanslag plaats op de Duitse leider van de politie in Nederland, SS-officier Hans Albin Rauter. Die overleefd de aanslag nipt en wordt naar een ziekenhuis gebracht. Karel Eberhard Schöngarth en Arthur Seyss-Inquart besluiten na overleg met Rauter over te gaan tot zware represailles. een represaillemaatregel die Rauter zelf ingesteld heeft. Namelijk, elke gedode Duitser kost tien Todeskandidaten. In de ochtend van 8 maart executeerden de Duitse bezetters als wraak 117 gevangenen bij de plaats van deze aanslag. De gevangenen kwamen vanuit de Willem III-kazerne te Apeldoorn, uit gevangenissen in Assen, Almelo, Zwolle, Doetinchem en Colmschate. Daarnaast werden door het hele land executies voltrokken: 53 gevangenen in Amsterdam, 11 uit het Oranjehotel met nog 27 Todeskandidaten op de nabijgelegen Waalsdorpervlakte, 6 gevangenen uit Utrecht bij Fort de Bilt en 49 Todeskandidaten in Kamp Amersfoort. Hier zitten Theodorus J. Kwanten en Pieter Oranje ook bij.
Curt Carl Ferdinand Henry Richter was in dienst van de Duitse Sicherheitspolizei (Sipo) Rotterdam. Op 27 juni 1949 werd hij berecht door een Nederlandse rechtbank te Rotterdam op beschuldiging van deelname aan het doodschieten van 4 Nederlandse mannen en het mishandelen van gevangenen. Hij wordt veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Op 2 juli 1954 wordt hij vrijgelaten uit Nederlandse hechtenis en overgedragen aan de Duitse autoriteiten.
Theodorus Johannes Kwanten wordt genoemd op het verzetsmonument.
Geboren: 06 mei 1929 Omgekomen: 04 maart 1943, Brielle.

Eigendom: Bevrijdingsfestival Brielle (2025) / Bron: streekarchief voorne-putten
Piet Oranje komt om als er rond 10:30 uur op 4 maart 1943 Bommen op Brielle vallen. Hij ligt begraven in Brielle op de Oude Algemene Begraafplaats aan de G.J. van den Boogerdweg.
Geboren: 29 november 1897 gefusilleerd: 8 maart 1945, Leusden
Bron: streekarchief voorne-putten (1943)
Pieter Oranje is de vader van Piet Oranje. Pieter Oranje is gelijk met Theodorus johannes Kwanten gefusilleerd en herbegraven in Brielle. Pieter Oranje wordt genoemd op het verzetsmonument en in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.
Zie Graven op de pagina Brielle.