Brielle

Stolpersteine / Struikelstenen

Het "vergissing" bombardement op Brielle

Graven

Monumenten

Briellenaren met een oorlogsverhaal 

Stolpersteine / Struikelstenen

Ik heb ze allemaal gekend. Kitty Katan was van mijn leeftijd. Daar speelde ik mee, in de Boterstraat. Ik zie ze nog zo voor me. Je kunt je het eigen niet voorstellen. Ze waren op een dag gewoon weg. Het is 's morgens vroeg gebeurd, wij wisten het niet eens. Je kunt het niet bevatten dat zoiets bestaat.

Na een diepe emotionele stilte waarin verdriet, ongeloof en onbegrip te voelen is zegt hij: "Het is nog steeds onbegrijpelijk.”

Andre Avelino.

 

Stolpersteine, ook bekend als struikelstenen, is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. De stenen zijn van beton met op de kop een messing plaatje, waarin de naam, geboortedatum, deportatiedatum, plaats en datum van het overlijden zijn gestanst. De Stolpersteine herinneren ons aan de Joden, Sinti en Roma, politieke gevangenen, dienstweigeraars, homoseksuelen, Jehova's getuigen en gehandicapten, die door de nazi's verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. De gedenktekens worden in het trottoir voor de vroegere woonhuizen van mensen geplaatst. Het is een over geheel Europa verspreid monument voor de slachtoffers van het nationaalsocialisme. 

Uit Brielle zijn 21 joodse inwoners weggevoerd.

Het gezin van Izaäk Gazan woonde in de Nobelstraat 10. Izaäk Gazan was de broer van Simon Gazan uit de Nobelstraat 85.

     

     

Bron: mevr. R. de Leeuw van Weenen

Portret foto van Izaäk Gazan, omcirkeld op de groepsfoto de kinderen van Izaak Gazan en Roosje Louisa Gazan - Izaks.

Izaak (Izaäk) Gazan

Geboren: 14 maart 1891 te Brielle,     Vermoord: 10 september 1943, Auschwitz,     Beroep: veehandelaar / slager.

Roosje Louisa Gazan - Izaks

Geboren: 19 februari 1896 te Woerden,     Vermoord: 10 september 1943, Auschwitz.

Salomon Gazan

Geboren: 20 maart 1916 te Brielle,     Vermoord: 30 september 1942, Auschwitz,     Beroep: slager.

Mietje Gazan

Geboren: 27 februari 1921 te Brielle,     Vermoord: 30 september 1942, Auschwitz.

Hanna Gazan

Geboren: 05 mei 1922 te Brielle,     Vermoord: 30 september 1942, Auschwitz.

Roosje gazan

Geboren: 07 oktober 1924 te Brielle,   Vermoord: 30 september 1942, Auschwitz.

Eliza Louise (Liesje) Gazan

Geboren: 13 februari 1935 te brielle,     Vermoord: 10 september 1942, Auschwitz.

 

Broer en zus Cohen woonden in de Nobelstraat 67

     

Bron: staatkundig gereformeerd dagblad, 06-03-1943

Michel Cohen

Geboren: 18 februari 1882 te Brielle,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz,     Beroep: winkelier in ijzerwaren.

Esther Cohen

Geboren: 06 november 1879 te Brielle,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz.

 

het gezin van Simon Gazan woonde in de Nobelstraat 85. Simon Gazan was de broer van Izaäk Gazan, uit de Nobelstraat 10.

     

          

Bron: mevr. R. de Leeuw van weenen

Portret foto van Simon Gazan, Eliza Gazan - Izaks en Mietje Gazan.

Simon Gazan

Geboren: 21 september 1887 te Brielle,     Vermoord: 21 mei 1943, Sobibor,     Beroep: slager

Elisa (Eliza) Gazan - Izaks

Geboren: 19 februari 1896 te Woerden,     Vermoord: 21 mei 1943, Sobibor.

Mietje Gazan

Geboren: 06 april 1916 te Brielle,     Vermoord: 21 mei 1943, Sobibor.

Ze hadden nog een dochter, Hanna Gazan. Geboren op 20 mei 1917 en 14 januari 1943 getrouwd met Mozes van Stedum te Rotterdam. Ze woonde te Rotterdam en is vermoord op 11 juni 1943 in Sobibor.

 

Het gezin Philipse woonde in de Koopmanstraat 7.

Moeder Jannetje woonde samen met dochter Josephina, zoon Jacob en schoondochter Rica.

     

     

Bron: mevr. R. de Leeuw van Weenen

Portret foto van Jannetje Philipse van Buren en zoon Jacob Joseph Philipse.

Jannetje Philipse van Buren

Geboren: 07 augustus 1845 te Goederede,     Vermoord: 05 maart 1943, Sobibor.

Jannetje van Buren was getrouwd met Joseph Salomon Philipse (✝︎ 1923). Zij hadden naast Jakob Joseph en Phillipine Josephine nog drie kinderen.

Cornelia Josephina, geboren 28 juli 1879, vermoord op 15 oktober 1942 te Auschwitz. Ze wasgetrouwd met David Blitz (vermoord Auschwitz), woonachtig te Den Haag en ze hadden 1 dochter (vermoord Auschwitz).

David Joseph, geboren 22 juli 1881, vermoord 16 juli 1943 te Sobibor. Hij was getrouwd met Judith Frieser (vermoord Sobibor), woonachtig te Rotterdam en ze hadden twee dochters (vermoord Auschwitz, Dorohucza).

Barend Karel Joseph, geboren 26 oktober 1890, vermoord 15 oktober 1942 te Auschwitz. Hij was getrouwd met Sara Viool (vermoord Auschwitz) en woonachtig te Den Haag. Ze hadden twee dochters (vermoord Auschwitz).

Phillipine Josephine Philpse

Geboren: 12 september 1888 te Brielle,     Vermoord: 03 mei 1945, Poortugaal, inrichting Maasoord.

Jakob (Jacob) Joseph Philipse

Geboren: 30 juni 1877 te Brielle,     Vermoord: 15 januari 1943, Amsterdam,     Beroep: muziekleraar.

Rica Philipse - Stranders

Geboren: 02 juni 1887 te Charlois,     Vermoord: 14 mei 1943, Sobibor.

 

Het gezin Katan woonde in de Voorstraat 42 

     

          

Bron: mevr. R. de leeuw van Weenen

Portret foto van Kaatje Cato katan, Levie Israël Katan en Guus Katan.

Bron: mevr. R. de Leeuw van Weenen

Omcirkeld op de groepsfoto de kinderen van Israël Levie Katan en Francisca Katan - Beerenborg.

Israël Levie Katan

Geboren: 30 november 1894 te Vlaardingen,     Vermoord: 31 maart 1943, Midden - Europa,     Beroep: goud- en zilverhandelaar.

Francisca Katan - Beerenborg

Geboren: 07 mei 1896 te Zevenbergen,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz.

Kaatje Cato Katan

Geboren: 22 april 1929 te Rotterdam,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz.

Levie Israël Katan

Geboren: 21 augustus 1930 te Rotterdam,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz.

Guus Katan

Geboren: 01 januari 1935 te Rotterdam,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz.

 

https://www.sjoelbrielle.nl/assets/lesbrieven/Lesbrief-Jodenvervolging-Kitty-2013.pdf

 
TOP

Het “vergissing” bombardement op Brielle

Op de grauwe ochtend van 4 maart 1943 vertrekt vanaf het Britse vliegveld Thurleigh een groep van 71 geallieerde B-17 bommenwerpers. De vier bomgroepen, behorende tot de 8th Air Force, gaan op missie richting Duitsland. De vliegtuigen vliegen naar het Ruhrgebied om daar het rangeerterrein bij Hamm te bombarderen. Van de 71 vliegtuigen lukt het er slechts twintig vliegtuigen om het doel in Hamm te bereiken.

Thurmleigh (UK) - Hamm (D)

Door de slechte weersomstandigheden valt de formatie uit elkaar en keert een deel van het eskader richting het zuiden. Zo’n dertig vliegtuigen zette koers naar Rotterdam om als alternatief doel de dokken van de scheepswerf Wilton - Feijenoord in Schiedam te bombarderen. De werf was op dat moment van groot strategisch belang voor de Duitsers. De 306de bomgroep, The Reich Wreckers, keert zonder een bom te laten vallen terug naar Engeland. Op de terugweg wordt deze groep onderschept door Duitse Focke- Wulf jachtvliegtuigen. Eén van de B-17 vliegtuigen word getroffen en raakt achter op de rest van de formatie. Om het vliegtuig en de bemanning te redden worden vijf bommen geloosd. Helaas heeft de actie niet mogen baten en is het vliegtuig zo'n tien kilometer uit de kust bij Hoek van Holland in zee gestort. Eén bemanningslid is aangespoeld en begraven. Van de andere bemanningsleden is nog niets teruggevonden en staan dan ook nog officieel vermeld als Missing in Action (MIA). Cruciaal is het moment van deze dropping. Nu veroorzaakte de bommen veel schade en waren er diverse gewonden en doden te betreuren. Iets eerder of later had dit wellicht voorkomen.

Rond 11:20 viel de eerste bom in het talud van het Slagveld. Het beschadigde een boot die op dat moment net gelost was. Hierbij viel slechts één licht gewonde maar de ravage was aanzienlijk. Kasseien werden door de explosie gelanceerd en later terug gevonden op zolders van de huizen in de Voorstraat.

De tweede kwam terecht in de Dijkstraat, verwoeste een schuur en vier huizen. Hier vielen vier zwaar gewonden van wie er later één overleed.

De derde bom viel midden in de Langestraat ter hoogte van het badhuis wat zwaar beschadigd raakte.

De vierde bom kwam terecht op de Vakschool voor Meisjes. Dit gebouw was gevorderd door de bezetter om de Organisation Todt te huivesten. Hierbij kwamen vier personen om het leven en van de drie zwaargewonden overleed er later alsnog één in het ziekenhuis. De vijfde bom kwam op een vleugel van de Ambachtsschool terecht. In de ambachtsschool waren op dat moment de Vakschool voor Meisjes en de Christelijke school voor lager onderwijs gevestigd.

Ondanks dat er geen les werd gegeven, werden er toch nog veertien lichamen geborgen en waren er vier zwaar- en negen licht gewonden te betreuren. De volgende dag werd het laatste slachtoffer onder de puinresten gevonden.

De chaos was gigantisch. Overal puin en brokstukken. Ook het standbeeld van Koppelstock was niet ongeschonden uit deze strijd gekomen. De arme man was onthoofd.

Deze zwarte dag voor Brielle was koren op de molen van de Duitse propagandamachine blijkens de diverse krantenartikelen waarin de vijandelijke aanval op onschuldige burgers werd veroordeeld.

Zo lezen we in het Algemeen Handelsblad:  Verscheidene kinderen in school gedood. En in de Duitstalige kranten die in bezet Nederland verschenen lezen we zelfs: Britischer Kindermord in Brielle.

 

 

 

 

Bron: algemeen handelsblad, 05-03-1943 / deutsche zeitung in den niederlande, 05-03-1943

Op initiatief van ir. Hoozemans is tijdens de herbouw van de lagere technische school een monument opgericht ter nagedachtenis aan dit drama voor de omgekomen leerlingen en medewerkers. De tekst op de gedenksteen luid:

TER HERINNERING AAN ONZE ADMINISTRATIE EN LEERLINGEN DIE IN 1943 DOOR DE OORLOG OM HET LEVEN KWAMEN.

 

De 14 kinder slachtoffers van het bombardement.

Enkele bijzonderheden:

Piet Oranje ligt bij zijn vader Pieter ✝︎ 1945 en moeder Jansje Oranje Luijting ✝︎ 1987 in hetzelfde graf met 1 steen. Jacoba Willemijntje (Coba) Boutkan en Hendrika (Riva) de Rave liggen naast elkaar in hetzelfde graf met twee aparte stenen. De overlijdensakten komen uit de Collectie Streekarchief Voorne-Putten en het Stadsarchief Rotterdam.

Jacomijntje Johanna (Mijni) Kruik en Pieternella Annetje (Nelly) Wageveld liggen bij elkaar in één graf met één gecombineerde steen. In de akte van overlijden staat vermeld de naam Pieter Oranje, op de grafsteen staat vermeld Piet Oranje. Op de grafsteen van Maaike van Rietschoten staat het geboorte jaar verkeerd vermeld. Van Adriana Jacoba Oudenaarden en Antonie Willem van der Reest is geen graf aanwezig of gevonden.

Wouter Hordijk

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

13 jaar

Rotterdam

Spijkenisse

Spijkenisse

Vredeshof

Brielle No 17

06-08-1929

09-03-1943

Jan Teunis Luijten

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

13 jaar

Poortugaal

Poortugaal

Poortugaal

Kerkstraat

Brielle No 27

04-05-1929

maart 1943

Piet Oranje

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

13 jaar

Nieuwenhoorn

Soerabaja

Brielle

G.J. v/d Boogerdweg

Brielle No 18

06-05-1929

08-03-1943

Jacoba Willemijntje Boutkan

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

13 jaar

Nieuwenhoorn

Nieuwenhoorn

Nieuwenhoorn

Stoofweg

Brielle No 22

30-04-1928

maart 1943

Johannes Friedrich August George Hoek

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

14 jaar

Hoogvliet

Rotterdam

Hoogvliet

Achterweg

Brielle No 11

 

15-08-1928

09-03-1943

 

Maaike van Rietschoten

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

14 jaar

Rockanje

Rockanje

Rockanje

Maria Rust

Brielle No 20

18-07-1928

08-03-1943

Bron: mariarust

Maria Juliana Stolk

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

14 jaar

Rockanje

Rockanje

Rockanje

Maria Rust

Brielle No 21

16-07-1928

08-03-1943

Bron: oudheidkamer oostvoorne

Jacomijntje Johanna Kruik

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

14 jaar

Nieuw Hellevoet

Nieuw Hellevoet

Nieuw Hellevoet

Smitsweg

Brielle No 14

23-02-1928

08-03-1943

Pieternella Annetje Wageveld (Nelly)

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

14 jaar

Nieuw Hellevoet

Nieuw Hellevoet

Nieuw Hellevoet

Smitsweg

Brielle No 12 

14-12-1928

maart 1943

Adriana Jacoba Oudenhoorn

     

Bron: rotterdamsch nieuwsblad, 06-03-1943

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

15 jaar

Oostvoorne

Overschie

Rotterdam

Zuiderbegraafplaats

Brielle No 15

 

11-03-1927

08-03-1943

graf geruimd

Bastiaan Verheij

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

15 jaar

Spijkenisse

Spijkenisse

Spijkenisse

Vredeshof

Brielle No 16

26-12-1927

09-03-1943

Hendrika de Rave

     

Leeeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

15 jaar

Nieuwenhoorn

Nieuwenhoorn

Nieuwenhoorn

Stoofweg

Brielle No 23

16-09-1927

maart 1943

Mijndert Langendoen

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

15 jaar

Nieuw hellevoet

Nieuw Hellevoet

Nieuw Hellevoet

Rijksstraatweg

Brielle No 31 

27-02-1928

maart 1943

Antonie Willem van der Reest

     

Bron: rotterdamsch nieuwsblad, 09-03-1943

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

16 jaar

Hellevoetsluis

Bruinisse

Hellevoetsluis

 

Brielle No 26 

19-09-1929

08-03-1943

 

De 8 volwassenen slachtoffers van het bombardement.

Enkele bijzonderheden:

Van 6 volwassenen is geen graf aanwezig of terug gevonden.

Pieter de Raadt

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Beroep

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

22 jaar

Zwartewaal

Zwartewaal

Distributie ambtenaar

Zwartewaal

Wouddijk

Brielle No 19

02-06-1920

 

maart 1943

Bron: historische werkgroep zwartewaal

Bernadina Cornelia Pijnaken

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Beroep

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

23 jaar

Oostvoorne

Rotterdam

Secretaresse

Oostvoorne

Voorweg

Brielle No 28 

21-01-1920

 

maart 1943

Paulus Visser

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Beroep

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

25 jaar

Zwijndrecht

Zwijndrecht

Chauffeur

Zwijndrecht

Jeroen Boschlaan

Brielle No 19

 

16-04-1917

 

09-03-1943

graf geruimd

Angenietje Roskam van der Meer

Angenietje Roskam van der Meer met haar zoon Ad.

     

Bron: Dhr. J. Roskam

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Getrouwd

Echtgenoot

Kinderen

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

26 jaar

Brielle

Oostvoorne

Nieuwenhoorn

Jacob Roskam

2

Brielle

G.J. v/d Boogerdweg

Brielle No 13

 

28-11-1916

04-08-1939

 

 

08-03-1943

geen grafsteen

Johanna Maria van den Dool Kohlmann

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Beroep

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

35 jaar

Hellevoetsluis

Bardenberg (D)

Werkvrouw

Hellevoetsluis

Rijksstraatweg

Brielle No 24

26-10-1906

 

maart 1943

Albertus Vink

     

Bron: rotterdamsch nieuwsblad, 06-03-1943

Albertus Vink met zijn vrouw Pieternella Groenenboom / portretfoto Albertus Vink

   

Bron: Mevr. T. Rietdijk

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

Kinderen

Beroep

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

44 jaar

Rotterdam

Barendrecht

Rotterdam

Pieternella Groenenboom

2

Chauffeur

Rotterdam

Zuiderbegraafplaats

Brielle No 30

10-10-1898

08-09-1926 

 

 

 

09-03-1943

Gobel Marinis van Stenis

     

Bron: rotterdamsch nieuwsblad, 08-03-1943

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Beroep

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

40 jaar

Rotterdam

Almkerk

wachtman WA

Rotterdam

Crooswijk

Brielle No 25

 

20-09-1902

 

09-03-1943

graf geruimd

Barbara Krabbe Schmidt

     

Leeftijd

Woonplaats

Geboren

Begraven

Begraafplaats

Akte van Overlijden

42 jaar

Rotterdam

Metz (D)

 

 

Rotterdam No 19

 

maart 1943

 
TOP

Graven

In Brielle bevinden zich twee begraafplaatsen waar zowel militaire als burger slachtoffers liggen begraven.

De Oude Algemene Begraafplaats aan de G.J. van den Boogerdweg.

 

Op de deze begraafplaats bevinden zich de graven van:

Geallieerd: D. Dickson.

Burger: Pieter van der Wallen, Piet en Pieter Oranje, Conelis Adrianus Kok.

Dienstplichtig: Herman Leendert Vreugdenhil, Cornelis Hendrik Smits.

De Rooms Katholieke Begraafplaats aan de Kloosterweg.

Hier bevinden zich de graven van:

Geallieerd: J.T. Cook.

Burger: Jacob Jansen.

David Dickson

   

Bron: Mr. I. Dickson

David Dickson, geboren op 28 maart 1923 in Tillycountry, is de 22 jarige zoon van Archibald en Mary Dickson uit Coalsnaughton, Clackmannanshire (Schotland). Hij is Flight Engineer bij de Royal Air Force Volunteer Reserve. De fatale vlucht wordt gemaakt met een Avro Lancaster III, met serie nummer ND 579 en roepletters AS-M. Er bestaat onduidelijkheid of het een M of een H was. De bemanning van de Lancaster bestond uit:

J.W. Reilly, Pilot Officer Pilot, Heeft de crash overleefd en is gevangen genomen door de Duitsers. Na ziekenhuisopname is hij naar het kamp Stalag III in Sagan (Polen) gestuurd. Hij stond te boek als POW nr. 5504.
P. Pochaillo, Flight Officer Bomb Aimer, Is ontkomen en overleden op 21 mei 2016.
D. Dickson, Sergeant Flight Engineer, Omgekomen en begraven te Brielle. De Duitsers hebben zijn graf 180 graden verkeerd geplaatst.
L.C. Clutterbuck, Navigator Flight Sergeant, Omgekomen en begraven te Hoek van Holland.
T.J. Meehan, Sergeant Wireless Operator, Omgekomen en begraven te Hoek van Holland.
W.B. Rankin, Sergeant Mid Upper Gunner, Omgekomen en begraven te Den Haag - Westduin.
A. Patmore, Sergeant Rear Gunner, Na de oorlog geborgen en herbegraven te Bergen op Zoom.

De Missie van de Avro Lancaster III (ND579 AS-M) naar Duisburg op 21-05-1944.

     

bron: backtonormandy / On Wings Of War, by Jim Wright

Op zondag 21 mei 1944 om 22:30 steeg (een deel van) het 166 squadron (RAF) op vanaf het vliegveld Kirmington voor een missie naar Duisburg. De terugkeer van de missie was gepland voor maandag 22 mei 1944. Rond 02:15 werd de Lancaster op de terugweg naar Engeland onderschept boven de Noordzee. De Lancaster werd neergeschoten door een Messerschmitt Bf 110 G-4 (Bayerische Flugzeugwerke) door nachtjagerpiloot Hauptmann Martin Drewes van de Stabsstaffel III./Nachtjagdgeschwader 1. Het vliegtuig stortte neer nabij de kust van Hoek van Holland, de huidige Maasvlakte.

 BF 110

bron: defensieweb

Enkele delen van het vliegtuig en resten van sergeant Patmore werden in juni 1971 door de afdeling Berging van de Koninklijke Luchtmacht teruggevonden / geborgen uit het havenbekken in aanbouw. (dossier nummer RNLAF-61). De rest van het vliegtuig bevind zich nog in de bodem van het Yangtze kanaal.

 crashsite 1944   crashsite heden

Bron: kadaster

Pieter van der Wallen

  

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

Titel

Beroep

Rang

Groep

Gearresteerd  

Gefusilleerd

 

30-08-1900, Brielle

29-04-1930

Wilhelmina Petronella Stork

Ingenieur

Fabrieksdirecteur Kalkfabriek Brielle

Reserve Kapitein RVO

Verzet

21-12-1944

18-02-1945

Heinenoord

Pieter van der Wallen was naast directeur ook reserve kapitein RVO. Hij spioneerde en hielp diverse personen om naar Engeland te komen. Op 21 september 1944 vond er in Brielle een razzia plaats, waarbij alle mannen zich op de Markt moesten verzamelen, terwijl de Russische militairen de huizen doorzochten. Meerdere mensen werden opgepakt, waaronder Pieter van der Wallen en Pieter Oranje. Pieter van der Wallen word op 20 december 1944 vastgezet in het Oranje hotel te Scheveningen.

Het verhaal achter zijn executie:

Op 7 december 1944 werd de NSB’er Martinus Adrianus Simonis benoemd tot waarnemend burgemeester van Nieuw-Beijerland, Goudswaard en Piershill. In die functie bleek Marinus Adrianus Simonis maar wat fanatiek, samen met zijn door hem benoemde zoon (een SS-er) leverde hij de bevolking van deze drie dorpen veel problemen. Het plaatselijke verzet, knokploeg Zinkweg, was niet erg gecharmeerd van de nieuwe burgemeester en besloot op 13 februari 1945 de heer Simonis een waarschuwing te geven. Ze drongen de woning van de burgemeester binnen en lieten hem en zijn zoon afgeranseld achter. Als reactie op deze verzetsdaad hield de bezetter, in opdracht van Simonis, in de late avond van 15 februari een razzia in het dorp. Ongeveer 75 mannen werden op transport gesteld naar Schouwen-Duivenland om daar te werken voor de Wehrmacht. Reden voor het verzet om een plan te bedenken om de NSB-burgemeester uit de weg te ruimen. Al op 17 februari deed zich een mogelijkheid voor. Toen Simonis naar zijn woning in Leidschendam fietste, werd hij op de provinciale weg, ter hoogte van de Oud-Heinenoordseweg door vier leden van het verzet doodgeschoten en in de sloot gegooid. Om één uur ’s middags diezelfde dag vond een wachtmeester van de rijkspolitie het lichaam. Op hetzelfde moment passeerden ook twee leden van de Sicherheitsdienst. Uit het persoonsbewijs bleek dat het om het lichaam van burgemeester Simonis ging. De volgende morgen werden tien gevangenen, waaronder Pieter van der Wallen, uit de strafgevangenis van Scheveningen gehaald en overgebracht naar de bewuste plek aan de provinciale weg. Zonder enig vorm van proces werden zij door de bezetter gefusilleerd. Eén van de weinige getuigen was Pleun Rozendaal. Hij woonde in het nabijgelegen buurtschap Platte Reedijk. Het was geen executie van allemaal op een rij en knal. De tien mannen werden opgesteld. Op een bepaald moment, waarschijnlijk toen ze snapten dat het menens was, probeerden sommigen nog weg te rennen. Het vuur werd geopend. Als eenden werden ze afgeschoten. De roep “moeder” was op zondagmorgen 18 februari 1945 te horen in Heinenoord. Een van hen slaakte die kreet vlak voordat hij werd doodgeschoten.

Op 18 februari 1946 om negen uur, precies één jaar na dato, is een tijdelijk monument neergezet voor deze tien willekeurige mannen die als represaillemaatregel waren doodgeschoten. Het huidige monument Moeder werd op 20 mei 1950 onthuld. De namen van de tien mannen staan op de sokkel van het beeld. Aan de andere kant ervan staan de namen van oorlogsslachtoffers uit de Hoeksche Waarden. Hoeksche Waards personen die door of voor het verzet overleden. Mannen van Westmaas, ’s Gravendeel, Oud-Beijerland en één vrouw namelijk Catharina Traas-de Jager, de moeder van het verzet.

Pieter van der Wallen wordt genoemd in de Dodenboeken van het Oranjehotel en in de erelijst van Gevallenen 1940-1945, welke in de entree van de tweede kamer der Staten Generaal ligt.

           

Bron: nationaalarchief / erelijst van gevallenen 1940-1945 

Zijn familie kreeg pas half 1945 zekerheid over zijn lot zoals blijkt uit de familiebeichten in diverse kranten.

     

Bron: strijdend nederland, 27-06-1945

Na de oorlog is de Zuiddam hernoemd naar Pieter van der Wallendam.

 

Pieter Oranje

Piet en Pieter liggen bij elkaar. Piet, de zoon van Pieter is besproken bij de slachtoffers van het vergissings bombardement.

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

Rang

Groep

Gearesteerd

Huis van Bewaring Noordsingel  

Kamp Amersfoort

Gefusilleerd

 

29-11-1887, Den Haag

07-05-1915

Jansje Luijting

Sergeant torpedist / Adjudant onderofficier b.d. 

Verzet

21-12-1944

23-12-1944 tot 07-03-1945

7 - 8 maart

08-03-1945

Leusden

 

Tijdens de razzia van 21 september in Brielle, werd onder ander Pieter Oranje gevangen genomen. Pieter Oranje werd op 23 december 1944 afgevoerd naar Rotterdam en zat daar tijdelijk vast in het Huis van Bewaring Noordsingel te Rotterdam. Hij stond te boek als Todeskandidat.  Een Todeskandidat was een gevangene die op een lijst stond om gefusilleerd te worden als represaille voor een aanslag van het verzet. Dezelfde dag is hij opgehaald en naar kamp Amersfoort gebracht. Op 23 december zijn er zeven eiland bewoners door Kriminal Oberassistent Richter aangegeven. Uit het arrestantenregister van de Rotterdamse politie is het aannemelijk dat dit een verzetsgroep was en bestond uit: Frederik Hendrik Gijsbertus van Itterson (Nr 9844), Cornelis de Jonge (Nr 9845), Theodorus Johannes Kwanten (Nr 9846), Jan Boot (Nr 9847), Pieter Oranje (Nr 9848), Pieter Burik (Nr 9849), Adriaan Diederik van Bergeijk (Nr 9850). 

          

Bron: stadsarchief rotterdam

In de nacht van 6 op 7 maart 1945 vind er een overval plaats op een vlees transport op de Veluwe. Door een samenloop van omstandigheden vind er onbedoeld een aanslag plaats op de Duitse leider van de politie in Nederland, SS officier Hans Albin Rauter. Die overleefd de aanslag nipt en wordt naar een ziekenhuis gebracht. Karel Eberhard Schöngarth en Arthur Seyss-Inquart besluiten na overleg met Rauter over te gaan tot zware represailles. een represaillemaatregel die Rauter zelf ingesteld heeft. Namelijk, elke gedode Duitser kost tien Todeskandidaten. In de ochtend van 8 maart executeerden de Duitse bezetters als wraak 117 gevangenen bij de plaats van deze aanslag. De gevangenen kwamen vanuit de Willem III-kazerne te Apeldoorn, uit gevangenissen in Assen, Almelo, Zwolle, Doetinchem en Colmschate. Daarnaast werden door het hele land executies voltrokken: 53 gevangenen in Amsterdam, 11 uit het Oranjehotel met nog 27 Todeskandidaten op de nabijgelegen Waalsdorpervlakte, 6 gevangenen uit Utrecht bij Fort de Bilt en 49 Todeskandidaten in Kamp Amersfoort. Hier zitten Pieter Oranje en Theodorus J. Kwanten ook bij.

Curt Carl Ferdinand Henry Richter was in dienst van de Duitse Sicherheitspolizei (Sipo) Rotterdam. Op 27 juni 1949 werd hij berecht door een Nederlandse rechtbank te Rotterdam op beschuldiging van deelname aan het doodschieten van 4 Nederlandse mannen en het mishandelen van gevangenen. Hij wordt veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Op 2 juli 1954 wordt hij vrijgelaten uit Nederlandse hechtenis en overgedragen aan de Duitse autoriteiten.

Pieter Oranje wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945, welke in de entree van de tweede kamer der Staten Generaal ligt.

Bron: erelijst der gevallenen 1940-1945

Cornelis Adrianus Kok

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

 

Kinderen

Hertrouwd

Echtgenote

Beroep

Omgekomen

 

30-11-1881, Gouda

03-11-1905

Geertruida Groenenscheij

✝︎ 28-01-1932

2

13-09-1936

Neeltje Elisabeth Schrijver

Postbesteller

24-10-1944

Hellevoetsluis

Via het Kanaal door Voorne worden door de Duitse bezetter eenmansduikboten en sprengboten aangevoerd naar de haven van Hellevoetsluis, voor acties tegen geallieerde schepen op de Westerschelde en de dan al bevrijde haven van Antwerpen. Op 16 en 24 oktober 1944 word de haven van Hellevoetsluis gebombardeerd. Op 16 oktober stijgen elf Spitfires op voor een aanval op de schepen in de haven. Vier schepen worden geraakt. Verder vallen er nog bommen op het spoorweg emplacement. Hierbij komen twee burgers om het leven. Nog geen week later, op 24 oktober wordt Hellevoet wederom opgeschrikt door een bombardement. Zestien Typhoons droppen hun lading. Twee munitieschepen in de haven worden geraakt en er vallen bommen op het rangeerterrein van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij. Verder vuren ze nog 64 raketten af. Door een rondvliegende scherf wordt, zoals vermeld in het verslag van de Mareschaussee, opgemaakt door Opperwachtmeester J. Groenendijk, één persoon gedood.

Hellevoetsluis 25 Oktober 1944

MARECHAUSSEE GEWEST ROTTERDAM.

GROEP HELLEVOETSLUIS.

Rapport van bominslag te Hellevoetsluis

op 24 October 1944

In aansluiting op de telefonische 24 October 1944 te omstreeks 17.45 uur heeft ondergetekende, J. Groenendijk, Opperwachtmeester der Marechaussee te Hellevoetsluis, de eer Uwe edel Gestrenge, het volgende nader te rapporteren:

Op Dinsdag den 24 October 1944, te omstreeks 17.30 uur, zijn er vanuit een zestiental vliegtuigen, 30 bommen neergeworpen, verspreid over de Gemeente Hellevoetsluis: waaronder raketbommen zich bevonden, terwijl het gewicht van de brisantbommen zeer uiteenliep. Bedoelde bommen waren o.a. neergekomen op het terrein van de voormalige marinewerf alhier, waardoor schade aan een gebouw werd toegebracht. Ten 2e op en nabij schepen liggende in het Openbaar vaarwater het Kanaal alhier, waardoor een motorschip, behorende aan de Rijksbetonning is gezonken. Tenslotte waren een zestal bommen neer gekomen naast het rangeerterrein van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij, waarbij één Persoon werd gedood door een bomscherf. Bedoelde persoon was genaamd:

– Cornelis Adrianus Kok: geboren te Gouda op 30 November 1881, brievenbesteller gewoond hebbende te Hellevoetsluis, Kerkstraat No. 16a.

Een persoon was licht gewond. Verder was er vooral in de nabijheid waar de bommen neergevallen waren, veel glasschade.

Waarvan door mij, Opperwachtmeester dit rapport is opgemaakt op den eed bij den aanvang mijner bediening afgelegd.

De Opperwachtmeester, J.Groenendijk

Aan den heer- Hoofdinspecteur Der Luchtbescherming te s’ Gravenhage

Gezien: De Burgemeester- Politiegezagsdrager te Hellevoetsluis

Adrianus Cornelis Kok, komt dus om bij een bombardement op Hellevoetsluis. Hij wordt op 26 september 1944 begraven op de Algemene Begraafplaats aan de G.J. van den Boogerdweg te Brielle. Bij de Oorlogsgravenstichting, gevestigd te ’s Gravenhage ligt een persoonlijk dossier van Adrianus Kok.

De Torpedisten

Omdat het Korps Torpedisten sinds 1882 Brielle als standplaats had gekregen, schreven de “Nieuwe Brielsche Courant” en het “Weekblad of Brielsche Courant voor Voorne, Putten, Overflakkee en Goederede”, uitvoerig over het noodlottige ongeval waarbij zes militairen tijdens de uitoefening van hun plicht waren omgekomen. Dit waren: 1e luitenant Johannes Oostrijck, wonende te Den Haag. Sergeant-majoor Herman Leendert Vreugdenhil, wonende te Den Briel. Sergeant-schipper Cornelis Hendrik Smits, wonende te Den Briel. Sergeant-duiker C. Stigter, wonende te Den Helder. Milicien B. Visser, wonende te Scheveningen. Kanonnier-stoker, Arie Cornelis van Luijpen, wonende te Rotterdam.

Bron: nationaal archief/collectie spaarnestad/het leven/fotograaf onbekend

vlnr; Sergeant Majoor Herman Leendert Vreugdenhil, Sergeant-schipper Cornelis Hendrik Smits, Milicien B. Visser.

De loodsen aan het eind van de Langestraat zijn in 1884 gebouwd voor de sloepen van het Korps Torpedisten. De torpedisten konden hun vaartuigen te water laten in de Maarlandse haven. De sloepen werden gebruikt om torpedo’s (zeemijnen) in havens en riviermondingen te leggen.

Na serie proefnemingen met verschillende watermijnen zond het Bataljon Mineurs en Sappeurs in 1866 een detachement genisten naar Brielle om de mijnen te bedienen. Dat werd in 1867 de Torpedistencompagnie. Naast het plaatsen van mijnen werden de torpedisten ook ingezet om wrakken op te ruimen die hinderlijk in de weg lagen voor de visserij. Op donderdag 14 oktober 1909 vertrokken er een ijzeren barkas (grote sloep) met een duiktoestel, een vlet en de sleepboot “Torpedodienst II” richting Katwijk. Aan boord bevonden zich torpedisten en soldaten van de Pantserfort Artillerie. De opdracht was om het in december 1894 gestrande stoomschip Caledonia met explosieven te ruimen. Bij het scheepswrak aangekomen ging het barkas boven het wrak liggen en bleven de sleepboot en de vlet op een afstand. De duiker ging te water om twee ladingen pikrine zuur op het wrak aan te brengen. Nadat de duiker weer aan boord was verwijderde de barkas zich van het wrak om van een veilige afstand de lading met hulp van elektrische stroom tot ontploffing te brengen. Niemand weet wat er precies gebeurd is, waarschijnlijk is het pikrine zuur in aanraking gekomen met het slagkwik, maar plotseling hoorden de vier mannen in de vlet een zware explosie. Op de plaats waar de barkas lag zagen zij een grote, schuimende, waterkolom tientallen meters omhoog schieten. Door de kracht van het water werd de vlet omhoog geslingerd maar sloeg niet om. De bemanning van de vlet ging direct naar overlevenden zoeken. Van de barkas en bemanning was niets meer te zien. Wel zagen zij kanonnier stoker van Luijpen drijven en haalden hem binnen boord. Korporaal van Dijk verklaarde: “Toen leefde hij nog. De aan het hoofd ernstig verwonde vroeg nog wat er gebeurd was en sloot toen de oogen.” Van de andere opvarenden van de barkas werd ter plekke niets meer gevonden. ‘s Avonds spoelde bij paal 5, enigszins ten noorden van de Wassenaarse Slag het lichaam van sergeant-majoor Vreugdenhil aan. Zijn arm en been waren gebroken en zijn horloge stond stil op half twee. Zondag de 17de vond men op het strand bij Bloemendaal het lichaam van milicien B. Visser. De lichamen van van Luijpen en Vreugdenhil werden per torpedo stoomboot overgebracht naar Brielle, waar maandagmiddag 18 oktober onder grote belangstelling de begrafenis plaats vond in twee aparte graven.

     

Maandag 25 oktober spoelde, binnen de pieren van IJmuiden, het lichaam van sergeant-schipper C. Smits aan en het lichaam werd dezelfde dag per trein naar Den Briel vervoerd. Hij werd in de ochtend van woensdag 27 oktober te Den Briel begraven. Eind oktober werd er ten behoeve van weduwe Smits een liefdadigheid voorstelling gegeven, om haar karige pensioentje aan te vullen. Zodat zij met haar kleine zoon de winter door kon komen. Briellenaren werden gevraagd gul te geven. Op de 27ste werd het lichaam van de duiker Stigter op het strand van Noordwijk aan Zee gevonden. Vrijdag 12 november spoelde het lichaam van luitenant Oostrijck aan op het strand van Wijk aan Zee. De identificatie van Johannes Oostrijck en Cornelis Hendrik Smits werd onder andere gedaan door eerste luitenant der artillerie Josephus Adrianus Mussert de broer van Anton Mussert.

Josephus Adrianus Mussert

     Geboren 02-12-1880 te werkendam, overleden 14-05-1940 te Sliedrecht.

Bron: algemeen dagblad, 26-11-1966

Josephus Adrianus (Jo) Mussert was gestationeerd bij de torpedisten in de rang van 1ste Luitenant der Artillerie en woonde van 5 oktober 1907 tot 13 januari 1913 in Brielle met als opgegeven adres Nympf.

Bron: collectie streekarchief Voorne-Putten

John Thomas Cook 

     

Bron: mr. John Garth Cook

John Thomas Cook groeide op in het graafschap Cork (Ierland) waar hij trouwde met Catherina. Ze hadden drie kinderen en het gezin verhuisde in 1939 naar Southampton, Engeland. Toen de oorlog uitbrak kwam hij terecht bij de Royal Navy Reserve. Hij volgde hier een trainingsprogramma en werd opgeleid tot Anti-Submarine Detector Operator. In oktober 1939 werd hij als matroos toegevoegd aan de bemanning van de HMS Cayton Wyke. De Cayton Wyke was een in 1932 gebouwde trawler (vissersvaartuig). Veel van deze schepen werden zowel tijdens de 1ste en 2dewereldoorlog door de Royal Navy gevorderd, omgebouwd en als mijnenvegers ingezet. Ze werd uitgerust met dieptebommen en kreeg een 18-koppige bemanning.

  Een ASW (anti submarine warfare) trawler.

Bron: uboat

Op 24 oktober 1939 werd er tijdens een patrouille in Het Kanaal de aanwezigheid van de Duitse onderzeeër U16 opgemerkt. De U16 op 16 mei 1936 in gebruik genomen behoorde bij het 3de Unterseebootsflottille en was zes dagen eerder voor de derde keer uitgevaren om mijnen te leggen voor de kust bij Dover. Samen met HMS Puffin, die eveneens in de buurt was, werd de jacht geopend op de onderzeeboot. Nabij de zandbank van Goodwin Sands bij Kent werd de onderzeeër bestookt met dieptebommen en zwaar beschadigd. De U16 wist nog wel te ontkomen naar de zandbank, maar om kwart over vier in de ochtend van 25 oktober werd aan het hoofdkwartier de melding gemaakt: "Boot voor Dover zwaar beschadigd. Moet tot zinken gebracht worden." Voor hun aandeel hierin werd matroos Cook onderscheiden met een Distinguished Service Medal.

   wrak positie U16            DSM medaille

In mei 1940 werd de HMS Cayton Wyke ingezet tijdens de evacuatie van de Britse troepen bij Duinkerken (operatie Dynamo). Op maandag 8 juli 1940 voer HMS Cayton Wyke voor de kust van Essex tijdens een patrouille. Toen er koers werd gezet in de richting van Dover passeerde het schip de plek waar ze tien maanden eerder de U 16 tot zinken had gebracht. Exact op dat moment werd de Cayton Wyke aan bakboord geraakt door een torpedo. Deze was afkomstig van een Duitse motor torpedoboot en veroorzaakte een enorme explosie. De trawler kapseisde, zonk direct en kwam ondersteboven op de bodem van Goodwin Sands terecht. Alle achttien opvarenden kwamen bij de explosie om het leven. Het wrak van de U16 en de Cayton Wyke liggen slechts enkele honderden meters van elkaar verwijderd.

  HMS Cayton Wyke

Onwetend over het exacte lot van haar man, kreeg de weduwe van Cook enkele weken later de onderscheiding van haar echtgenoot uitgereikt door koning George VI. Op dat moment was er nog geen lichaam gevonden.

                         

Bron: ecomare / cwgc  

Stroming patroon Engels kanaal - Noordzee

Het lichaam van John Cook spoelde aan bij Oostvoorne en werd gevonden door inwoners. Zij hebben hem begraven in een veld in de buurt van het dorp. Na de bevrijding is hij herbegraven op de rooms-katholieke begraafplaats aan de Kloosterweg in Brielle. Als gevolg van de onduidelijke gegevens van de Commonwealth War Graves Commision is het graf lastig te vinden. Ook de weduwe en kinderen van Cook wisten lange tijd niet waar hun man en vader begraven was.

Jacob Jansen

Bron: dhr K. Meuldijk

 

Geboren

 

Getrouwd

Echtgenote

 

Kinderen

Beroep

Omgekomen

 

 

 

13-02-1902

Brielle

06-12-1929

Cornelia Maria Smit

✝︎ 30-06-1994

Stoker

11-12-1944

Zöschen, Duitsland

Landkreis Merseburg

 

Jacobus Jansen is geboren op 13 februari 1902 en volgens het Duitse archief op 11 of 12 december 1944 overleden. Hij trouwt op 6 december 1929 met Cornelia Maria Smit. Het gezin bestond uit drie kinderen en woonde in de Venkelstraat 46. De bezetter vraagt een werkpas voor hem aan op 13 augustus 1943. Jacobus Jansen wordt verplichte tewerk gesteld in Duitschland. Op de 16de augustus wordt de pas uitgereikt en zijn adres in Duitsland is dan Bochum (veldpostnr 56131 B) Hij staat te boek als arbeider (gevangennr 2118) bij de Organisation Todt. (De O.T. was een Duitse overheidsinstantie die na het uitbreken van de oorlog leiding gaf aan bouwprojecten zoals de Atlantikwall en de Polar Eisenbahn. Voor deze projecten werden op grote schaal dwangarbeiders ingezet). Op 12 september 1943 is hij weer tijdelijk thuis. Daarna vertrekt hij weer naar Duitsland. 11 januari schrijft hij in een brief aan zijn vrouw dat hij een koffer met heerlijke dingen heeft ontvangen uit Nederland. Eind mei 1944 komt hij met ziekenverlof naar huis. Op 12 juni wordt hij gearresteerd en via Dordrecht, Amersfoort overgebracht naar een kamp in Dölkau. Jacob Jansen is op 11 december door ondervoeding overleden in dit kamp gelegen in Zöschen Landkreis Merseburg.

 
TOP

Monumenten

In Brielle bevinden zich diverse monumenten die ons doen herinneren aan de tweede wereldoorlog en latere gewapende conflicten.

Het Indië monument op de algemene begraafplaats aan de G.J. van den Boogerdweg.

     

Monument voor de gevallenen, naast de Sint Catherijene kerk.

Het Joods monument in de Sjoel.

Het "vergissings" bombardement monument in de Burgemeester H. van Sleenstraat.

Een Plaquette ter herinnering aan de omgekomen oud leerlingen van de HBS Brielle in het Maerlant College.

De Gedenksteen voor Manuel Avelino bij de rotonde G.J. van den Boogerdweg / Schrijversdijk.

De Vlam, Het Bevrijding monument staat sinds 2022 op het Turfplein.

     

          

Het monument is door corona twee jaar later onthuld dan de bedoeling was. Op de gedenkplaat voor het monument staan de vlaggen van de vier landen die geholpen hebben ons land te bevrijden. Aan de achterzijde bevind zich een gedenkplaat voor de tweede wereldoorlog veteraan Eugene E. (Gene) Gilbreath. Hij heeft het bevrijdingsfestival bezocht van 2015 tot 2019. 

Het Vrijheidsbos aan de Spanjaardsweg.

  
TOP

Briellenaren met een oorlogsverhaal

Gerrit Jan van den Boogerd 

Bron: lo-lkp

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

Kinderen

Beroep

Rang

Groep

Gearresteerd

Gefusilleerd

 

22-08-1908, Zwartewaal

16-10-1936

Leuntje Maria Neecken

2

Kandidaat Notaris

Reserve 1e Luitenant bij 2-III-11 R.I.

Verzet, knokploeg

20-04-1944

25-07-1944

Rhijnauwen

In 1926 behaald Gerrit Jan van den Boogerd zijn eindexamen van de RHBS te Brielle. Daarna gaat hij op voor het examen kandidaat notaris. Hij werkt enkele jaren in Rotterdam en Zeist voordat hij als kandidaat verbonden wordt aan Notariskantoor L.P. van den Blink in Brielle. Tijdens de mobilisatie in 1939 wordt hij opgeroepen en wordt ingedeeld bij het 2de compagnie 11 Regiment Infanterie, gestationeerd te Amerongen. In de eerste dagen van de Duitse inval was hij actief bezig met de   verdediging van de Grebbenberg. Toen 14 Mei 1940 Nederland capituleerde deelde Gerrit van den Boogerd zijn manschappen mede dat de oorlog nog niet voorbij was, maar pas begonnen en hij met andere middelen, verbitterd de strijd zou voort te zetten. In Brielle werden in de loop van de zomer van 1940 verschillende voorbereidingen getroffen. Zo werden er zoeklichten en afweergeschut geplaatst. De grenspolizei nam haar intrek in een winkelpand in de Voorstraat. Hitler besluit als geste naar de Nederlander om de krijgsgevangen Nederlandse soldaten vrij te laten. Een besluit dat hij later weer zal terug draaien. In juli  1940 wordt de Nederlandse Unie opgericht en via een oproep in de Nederlandse dagbladen wordt het Volk gevraagd zich te verenigen. Het  was een alternatief voor alle opgeheven partijen, en moest dienen als krachtige tegenhanger van de NSB. De organisatie wist binnen een week na de oproep meer dan honderdduizend leden te werven en dat aantal steeg daarna tot ruim negenhonderd duizend. Dankzij de drijvende kracht van de kandidaat-Notaris G.J. van den Boogerd abonneerden maar liefst 250 mensen uit Brielle en omgeving zich op het Unie orgaan. In augustus arriveerden Duitse soldaten. De sloepenloodsen en diverse schoollokalen werden ingericht als kazerne. De bezetting bleek lang te gaan duren te zijn, dus werden op bastion 5 en 6 barakken opgericht. De Ortskommandantur kreeg zijn bureau in de HBS. De gemeenteraad bleef voorlopig in ongewijzigde vorm aan, maar speelde nauwelijks een rol van betekenis. Als in 1943  alle ex militairen zich moeten melden voor krijgsgevangenschap duikt Gerrit Jan onder. Al sinds het najaar in 1940 heeft hij contact gelegd met enige officieren. Hij duikt onder in de achterhoek. Daar woont een groot gedeelte van zijn legermaten. Hij zet in Lintvelde onder de schuilnaam Oom Gert een militaire knokploeg op. De groep bestaat uit zo’n 500 man. Begin 1944 wordt de verzetsgroep geïnfiltreerd door de SD’er Willy van Erp. Deze verzameld gedurende drie maanden genoeg informatie om op 20 april een groot deel van de knokploeg op te laten pakken tijdens een geplande aanslag op een Rurloose landwacht. Twee maanden later wordt hij door de Duitsers wegens spionage en wapenbezit ter dood veroordeeld. Op 25 juli 1944 word hij bij Fort Rhijnauwen (nabij Utrecht) gefusilleerd. Zijn lichaam wordt direct daarna gecremeerd in het crematorium Driehuis Westerveld (gemeente Velsen). De as is nimmer terug gevonden.

Gerrit Jan van den Boogerd wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945, welke in de entree van de tweede kamer der Staten Generaal ligt.

Bron: erelijst der gevallenen 1940-1945

Na de oorlog wordt het eerste stukje Rijksstraatweg in Brielle vernoemd naar G.J. van den Boogerd.

Arnoldus Botbijl

Arnoldus Bravenboer, geboren op 27 augustus 1910, is een kind van Maria Bravenboer (14-12-1887). Zij treed op 08-12-1910 in het huwelijk met Arnoldus Botbijl (04-06-1989) en daarbij wordt Arnoldus Bravenboer geëcht en krijgt de achternaam Botbijl. Hoewel geboren in Geervliet brengt Arnoldus een groot deel van zijn jeugd door in Brielle. Na de lagere technische school gaat hij naar de zeevaartschool in Vlissingen en volgt daar de opleiding tot machinist. Ten tijde van de tweede wereldoorlog is Arnoldus 3de machinist aan boord van het stoomschip Rooseboom. Dit schip voer voor de KPM (Koninklijke Pakket Maatschappij). De KPM begon met het vervoer van passagiers en vracht tussen de eilanden van Nederlands Indië. Later werd dit uitgebreid met lijnen naar China, Australië en Siam. Het huidige Thailand. In februari 1942 hadden Brits Malaya (Malaisie) en Singapore zich overgegeven aan het Japanse leger. Meer dan 100.000 Britse en keizerlijke militairen waren gevangenen geworden, evenals duizenden burgers. Een paar duizend anderen ontsnapten naar het nabijgelegen Nederlands Indië en vandaar naar Australië, Ceylon of India in elk schip dat maar te vinden was. Op 26 februari 1942 vertrok de Rooseboom met Arnoldus Botbijl uit Emma haven, Padang (Sumatra) met ongeveer 500 passagiers (militairen en burgers) op weg naar Colombo, Sri Lanka. Op 1 maart wordt het schip opgemerkt door de Japanse onderzeeboot I-59. Luitenant Yoshimatsu torpedeert het schip in de Indische oceaan. De Rooseboom zinkt vrijwel direct.

    

Bron: marhisdata

Er kan nog één reddingsboot te water worden gelaten. Waar normaal plek is voor 28 personen zitten er nu 80. In het water klampen nog 135 mensen zich vast aan die ene reddingsboot, wrakhout of drijven in het water. Twee van deze drenkelingen worden na negen dagen opgepikt en men is in de veronderstelling dat dit de enige overlevende van deze ramp zijn. Na de oorlog wordt in 1949 tijdens een openbaar verhoor in de rechtbank van Edinburgh duidelijk wat er met de drenkelingen in de sloep is gebeurt, als Korporaal Walter Gardiner Gibson zijn verhaal doet. Na een reis van 1600 kilometer drijft de sloep op een koraalrif bij het eiland Sipora. Door het overlijden aan verwondingen, zelfmoord en moord waren er nog slecht 5 personen van de 80 in leven. Eén Javaan verdronk in de branding en twee andere Javanen verdwenen in de jungle. Gibson en de Chinese Doris Lin worden opgevangen en verzorgt door de lokale bevolking. Later zijn ze opgepakt door een Japanse patrouille. Gibson wordt weer krijgsgevangen gezet en Doris geëxecuteerd. Of Arnoldus Botbijl bij de overlevende zat of direct is overleden is niet te achterhalen. 

Arnoldus Botbijl wordt genoemd in de digitale erelijst van Gevallenen 1940-1945.

Na de oorlog wordt het pad tussen het Scharloo en de Pieter van der Wallendam vernoemd naar Arnoldus Botbijl.

Manuel Avelino

Manuel Avelino is in 1889 geboren op het Kaapverdische eiland Ilha do Fogo. Hij komt rond 1920 naar Nederland. Daar ontmoet hij zijn vrouw, de Brielse Willempje Heijndijk en trouwd met haar in 1929. Manuel en Willempje krijgen drie kinderen, Andre, Maarten en Luzia.

          

Bron: mevr. L. Avelino

Hij voer bij de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM) en monsterde aan in september 1939 op het motorschip Colombia. Gezien de oorlogsdreiging werd het schip veilig gesteld door het naar West-Indië te sturen. Toen de oorlog uitbrak werd het schip gevorderd door de marine. Omdat Manuel de Portugese nationaliteit heeft, mocht hij niet meer aan boord blijven. De oplossing werd gevonden in het vrijwillig in dienst gaan bij de Nederlandse marine, waardoor hij het Nederlanderschap verkreeg. Door de gebrekkige communicatie sijpelde dit bericht niet door naar Nederland. Zijn vrouw en kinderen werden door de Duitse bezetters automatisch aangemerkt als vreemdeling. Ze moesten hun huis verlaten en gingen naar Rotterdam waar ze de hongerwinter hebben doorstaan.

          

Bron: Mevr. L. Avelino / marhisdata

Voor vrijwel alle Nederlandse oorlogsschepen was het na de vele krijgsverrichtingen in de Indische Archipel noodzakelijk om reparaties te ondergaan. Hiervoor stoomde de schepen naar Bombay (India). De Nederlandse onderzeeboot O19 kreeg orders om naar Kilindini op te stomen. De Colombia moest derhalve mee. In augustus werd naar East-London gevaren, waar ze werd ingezet voor de haven verdediging. Het MS Colombia vertrekt 27 februari om 07:00 vanuit het Zuid-Afrikaanse East London (Oos London) naar Simonstown (Simonstad) om daar het dok in te gaan voor reparaties.

In de ochtend van 27 februari 1943 krijgt commandant Gerhard Wiebe van de U 516 het Nederlandse schip in het vizier. OM 11:42 word de Colombia getroffen door een torpedo. Het schip maakt snel slagzij en loopt vol met water. De kapitein geeft order om het schip te verlaten. Tijdens het laten zakken van reddingsboot no 2 loopt deze vast. Manuel Avelino klimt weer terug aan boord en zorgt ervoor dat de reddingssloep veilig te water komt. Daarna heeft hij nog geholpen bij het strijken van nog drie sloepen. Hierdoor heeft hij vele levens gered Nadat het schip gezonken was, werd hij uit het water gehaald. Er worden 8 opvarende vermist. De rest 312 zeevarende, worden veilig aan wal gezet in East-London. De Portugese matroos in Nederlandse dienst voer de rest van de oorlog op andere schepen van de KNSM waarmee hij onder andere geallieerde troepen naar Sicilië bracht. Hij werd pas in augustus van 1945 met zijn vrouw en kinderen herenigd.

Zijn zoon, Andre Avelino vertelt.

"Na de oorlog kwamen wij vanuit Rotterdam terug naar Brielle. Daar ontvingen we van de familie Hamelink uit Terneuzen een brief. De heer Hamelink had met mijn vader gevaren en werkte na de oorlog bij de post. In de sluis van Gent naar Terneuzen kwam hij mijn vader tegen. Die voer toen op de Vulcanes van de KNSM . In de brief stond dat als ik mijn vader wilde ontmoeten, dat ik dan moest komen en bij hun kon logeren totdat het schip weer langskwam. Ik ging proberen om daar te komen. In Rotterdam ben ik naar een garage van het militair gezag gegaan. Daar heb ik gevraagd of er een auto richting Terneuzen ging. Helaas was er die ochtend net een wagen die kant op gegaan. Dus ik mocht wachten tot er eventueel weer één ging. Ik sta daar een poosje en er komt een mannetje met een rieten koffer langs mij lopen en die vraagt naar een auto richting Den Briel. Ik loop naar de man toe en vraag: bent u Avelino. Hij zegt: Ja. Nou, ik ben je zoon. We zijn direct naar Brielle terug gegaan. Hij mocht een weekend naar zijn familie. Hij had Cadbury chocolade mee. Heerlijk. Maandag ochtend is hij op de motor door directeur Kalkman van de houthandel weer terug gebracht naar Rotterdam. Daar vandaan is hij weer teruggegaan naar Terneuzen. Er moest tenslotte weer gevaren worden."

Op 6 mei 1943 word Manuel Avelino door Koningin Wilhelmina voorgedragen voor het Kruis van Verdienste voor moedig, bekwaam en doortastend optreden.

          

Bron: Mevr. L. Avelino

Manuel Avelino is gedecoreerd met het Kruis der verdienste en het Oorlogsherinneringkruis met de gespen: Oorlogsdienst-Koopvaardij 1940-1945, Middellandse Zee 1940-1945, Oost Azie - Zuid Pacific 1942-1945. Beide uitgereikt maart 1953.

In 1947 is Manuel genaturaliseerd tot Nederlander. Op 8 juni 1980 is hij op 81-jarige leeftijd in Brielle overleden. De vaartplicht beloning, welke het rijk normaal gesproken vlak na de oorlog uitkeerde aan gemilitariseerde bemanningsleden van Nederlandse koopvaardijschepen, werd pas in 1995 uitgekeert. 

Plaquette nabij de rotonde aan de G.J. van de Boogerdweg onthuld november 2012. 

Nelis Guilonard

     

bron: flensted / collectie streekarchief Voorne-Putten

Nelis Guilonard wordt op 29 juni 1904 geboren in Brielle. Hij is het zevende kind van Pieter Guilonard en Neeltje Kraak. Na de HBS volgt hij de officiersopleiding van de Koninklijke marine. In 1925 krijgt hij de aanstelling Luitenant-ter-zee derde klasse en vertrekt naar Nederlands- Indië. Begin 1929 keert hij terug naar Nederland en verandert zijn voornaam op 18 februari van Nelis naar Nicodême. Op eigen verzoek wordt hij ingedeeld bij de Marine Luchtvaartdienst. Daar behaalt hij zijn brevetten voor vliegtuigmitrailleurschutter, waarnemer en vlieger. Hij trouwt in 1931 met Wilhelmina Dorothea van Hoogstraten, waarmee hij vier kinderen krijgt. Kort na het huwelijk vertrekken ze samen naar Nederlands - Indië. In 1934 keren ze met hun twee kinderen terug naar Nederland. Na gewerkt te hebben in Duitsland en wederom een terugkeer naar Nederlands - Indië, verhuist het gezin naar de Verenigde Staten. Eerst als inkoper van militair materieel voor de Marine Luchtvaart Dienst. In 1942 wordt hij overgeplaatst naar Jackson, Mississippi, en aangesteld als vlieginstructeur bij de Royal Netherlands Military Flying School. Hij voert het bevel over de Advanced Training Twin Engine op de Lockheed 12 en Beechcraft AT-11 en daarna de operationele training op de B-25 Mitchell. Ondanks dat hij ook belast is met de torpedo opleiding volgt hij de gevechtstraining op de B-25. In 1943 krijgt hij de opdracht om de geallieerde vliegtuigopleiding onder de loep te nemen. Tijdens deze taak wordt hij in 1944 door het ministerie van Marine teruggeroepen naar Engeland. Hij moet daar de wederopbouw van de Marine Luchtvaart Dienst gaan voorbereiden. Nadat ook zijn vrouw met vier kinderen naar Engeland zijn gekomen, word hij overgeplaatst naar Schotland. Op vier september wordt hij gedetacheerd bij het 206 squadron. In november 1944 volgt hij een aanvullende opleiding bij de 1674 Heavy Conversion Unit. Begin 1945 mag hij uiteindelijk op missie als gezagvoerder. Na tien geslaagde patrouillevluchten wordt de elfde hem noodlottig.

Op 20 april 1945 om 11 minuten over acht ’s avonds vertrekt de B-24 Liberator vanaf het Schotse vliegveld Leuchars. De elf koppige bemanning is onder leiding van Luitenant ter zee eerste klasse Nic Guilonard begonnen aan een nieuwe gevechtsmissie.

     

Bron: flensted

De Russen staan aan de poort van Berlijn. De oorlog is bijna voorbij en Duitse onderzeeboten trachten een veilig heen komen te zoeken. Kort na middernacht gaat het fout. De Liberator stort, door onbekende oorzaak, neer in de bos van Norland nabij Alstrup. Het toestel expoldeert bij inslag. Er zijn geen overlevenden. De Duitse bezetter begraaft de bemanning in een veldgraf. Deze wordt pas na twee jaar weer teruggevonden, waarna de omgekomen bemanning hun laatste rustplaats krijgen op de begraafplaats van Aalestrup.

Bron: flensted

 
TOP