Brielle

Stolpersteine / Struikelstenen

Bommen op Brielle

Graven

Monumenten

Briellenaar met een oorlogsverhaal

Omgekomen inwoners

Omgekomen tijdelijke inwoner

Omgekomen oud inwoners

Stolpersteine / Struikelstenen

Ik heb ze allemaal gekend. Kitty Katan was van mijn leeftijd. Daar speelde ik mee, in de Boterstraat. Ik zie ze nog zo voor me. Je kunt je het eigen niet voorstellen. Ze waren op een dag gewoon weg. Het is 's morgens vroeg gebeurd, wij wisten het niet eens. Je kunt het niet bevatten dat zoiets bestaat.

Na een diepe emotionele stilte waarin verdriet, ongeloof en onbegrip te voelen is zegt hij: "Het is nog steeds onbegrijpelijk.”

Andre Avelino.

Stolpersteine, ook bekend als struikelstenen, is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. De stenen zijn van beton met op de kop een messing plaatje, waarin de naam, geboortedatum, deportatiedatum, plaats en datum van het overlijden zijn gestanst. De Stolpersteine herinneren ons aan de Joden, Sinti en Roma, politieke gevangenen, dienstweigeraars, homoseksuelen, Jehova's getuigen en gehandicapten, die door de nazi's verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. De gedenktekens worden in het trottoir voor de vroegere woonhuizen van mensen geplaatst. Het is een over geheel Europa verspreid monument voor de slachtoffers van het nationaalsocialisme.

Weggevoerde Joodse bewoners uit Brielle

Uit Brielle zijn 21 joodse inwoners weggevoerd.

Familie I. Gazan

Het gezin van Izaäk Gazan woonde in de Nobelstraat 10. (Izaäk Gazan was de broer van Simon Gazan uit de Nobelstraat 85)

     

     

Eigendom: 1,2) Bevrijdingsfestival Brielle / 3,4) Mevr. R. de Leeuw van Weenen

Portretfoto van Izaäk Gazan, omcirkeld op de groepsfoto de kinderen van Izaak Gazan en Roosje Louisa Gazan - Izaks.

 Izaak (Izaäk) Gazan

Geboren: 14 maart 1891 te Brielle,     Vermoord: 10 september 1943, Auschwitz,     Beroep: veehandelaar / slager.

 Louisa Gazan - Izaks

Geboren: 19 februari 1896 te Woerden,     Vermoord: 10 september 1943, Auschwitz.

 Salomon Gazan

Geboren: 20 maart 1916 te Brielle,     Vermoord: 30 september 1942, Auschwitz,     Beroep: slager.

 Mietje Gazan

Geboren: 27 februari 1921 te Brielle,     Vermoord: 30 september 1942, Auschwitz.

 Hanna Gazan

Geboren: 05 mei 1922 te Brielle,     Vermoord: 30 september 1942, Auschwitz.

 Roosje gazan

Geboren: 07 oktober 1924 te Brielle,   Vermoord: 30 september 1942, Auschwitz.

 Eliza Louise (Liesje) Gazan

Geboren: 13 februari 1935 te Brielle,     Vermoord: 10 september 1942, Auschwitz.

Broer en zus Cohen

Broer en zus Cohen woonden in de Nobelstraat 67

     

Eigendom: 1,2) Bevrijdingsfestival Brielle / Bron: 3) staatkundig gereformeerd dagblad, 06-03-1943

 Michel Cohen

Geboren: 18 februari 1882 te Brielle,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz,     Beroep: winkelier in ijzerwaren.

 Esther Cohen

Geboren: 06 november 1879 te Brielle,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz.

Michel en Esther Cohen hadden nog een zus Roosje Bloeme, getrouwd Serlui, en een broer Joseph. Beide waren voor de oorlog verhuisd.

Familie S. Gazan

Het gezin van Simon Gazan woonde in de Nobelstraat 85. (Simon Gazan was de broer van Izaäk Gazan, uit de Nobelstraat 10).

     

Eigendom: 1,2) Bevrijdingsfestival Brielle

In 1941 werd het hem verboden om nog naar veemarkten te gaan. Om het risico van deportatie (werkeloos) te voorkomen werd hij bakker. Op 27 oktober 1942 werd het gezin naar Loods 24 in Rotterdam gebracht. De verzamelplaats voor Joodse bewoners van de eilanden en Rotterdam, ingericht door de Duitse bezetter. Ze hoefden niet meteen naar kamp Westerbork, maar mochten naar Amsterdam waar ze op de van Woustraat 154 terecht kwamen. Hun dochter Miep is nog enige tijd opgenomen geweest in de Willem Arentzhoeve in Den Dolder.

          

Bron: 1,2,3) arolsen archief

Tijdens een razzia in 1943 werden ze gearresteerd en ze arriveren op 11 mei in kamp Westerbork waar ze inm barak 62 worden vastgezet. Op 18 mei worden ze op transport gezet naar Sobibor. Daar zijn ze drie van de 2511 personen die direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd.

 Simon Gazan

   Eigendom: 1) Mevr. R. de Leeuw van Weenen

Geboren: 21 september 1887 te Brielle,     Vermoord: 21 mei 1943, Sobibor,     Beroep: slager

 Elisa (Eliza) Gazan - Izaks

   Eigendom: 1) Mevr. R. de Leeuw van Weenen

Geboren: 19 februari 1896 te Woerden,     Vermoord: 21 mei 1943, Sobibor.

 Mietje Gazan

   Eigendom: 1) Mevr. R. de Leeuw van Weenen

Geboren: 06 april 1916 te Brielle,     Vermoord: 21 mei 1943, Sobibor.

Ze hadden nog een dochter, Hanna Gazan. Zij trouwt in 1943 met Mozes van Stedum, is woonachtig in Rotterdam en vermoord op 11 juni 1943 in Sobibor.

Familie Philipse

Het gezin Philipse woont in de Koopmanstraat 7.

     

     

Eigendom: 1,2) Bevrijdingsfestival Brielle / 3,4) Mevr. R. de Leeuw van Weenen

Portretfoto van Jannetje Philipse van Buren en zoon Jacob Joseph Philipse.

 Jannetje Philipse van Buren

Geboren: 07 augustus 1845 te Goederede,     Vermoord: 05 maart 1943, Sobibor.

Jannetje van Buren is getrouwd met Joseph Salomon Philipse (✝︎ 1923) en ze hebben negen kinderen. Ze woont met haar dochter Philippina Josephina in bij haar zoon Jacob Joseph en schoondochter Rica Stranders. Op 27 oktober 1942 wordt ze opgenomen in het Joods ziekenhuis op de Schietbaanlaan. Daar blijft ze tot 26 februari. Dan haalt de Sicherheidsdienst met behulp van Nederlandse landwachten alle Joden op bij het Joodse weeshuis (Mathenesserlaan), het Joods bejaardenhuis (Claes de Vrieslaan) en het Joods Ziekenhuis. Via loods 24 wordt ze naar Westerbork gebracht en van daaruit naar Sobibor.

 Phillipine Josephine Philpse

Geboren: 12 september 1888 te Brielle,     Overleden: 03 mei 1945, Poortugaal.

De verstandelijk beperkte Phillipine Josephine wordt op 27 oktober samen met haar moeder naar het Joods ziekenhuis op de Schietbaanlaan in Rotterdam gebracht. Phillipine wordt op 26 november 1942 opgenomen in Maasoord (het huidige Delta Ziekenhuis in Poortugaal). Daar overlijdt ze aan een hartaanval.

 Jakob (Jacob) Joseph

Geboren: 30 juni 1877 te Brielle,     Getrouwd met Rica Stranders,     Overleden: 15 januari 1943, Amsterdam.

Jacob was actief bij verschillende koren en bij de gymnastiekvereniging Brinio en muziekleraar. Hij schreef de Brielse Vrijheidsmars (Libertatis Primitiae) componeerde de Bloemenwals, dirigeerde en gaf pianoles. Op 27 oktober wodt hij samen met zijn moeder, zus en vrouw naar Loods 24 (Rotterdam) gebracht. Daar wordt besloten dat hij en Rica naar Amsterdam gaan. Daar worden ze gehuisvest op de Keizersgracht. Hij beland in het Nederlands Israëlitisch Ziekenhuis waar hij overlijd.

 Rica Philipse - Stranders

Geboren: 02 juni 1887 te Charlois,     Getrouwd met Jakob Joseph Philipse,     Vermoord: 14 mei 1943, Sobibor.

Bron : 1) arolsen archives

Rica woont samen met haar man Jacob, schoonmoeder en schoonzus in de Koopmanstraat. Nadat ze vanuit Brielle op transport gezet zijn gaan ze via Loods 24 (Rotterdam) naar de Keizerstraat Amsterdam. Daar worden ze gehuisvest op de Keizersgracht 22. Na een razzia in 1943 wordt ze opgepakt en op 6 mei komt ze aan in kamp Westerbork waar ze wordt vastgezet in barak 55. Ze wordt op 11 mei op transport gezet naar Sobibor waar ze op 14 mei aankomt. Daar is ze één van de 1446 personen die direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd.

Zeven kinderen van Joseph Salomon en Jannetje van Buuren zijn het huis al uit als de oorlog uitbreekt.

Salomon Joseph, verhuisd in 1903 naar Blackpool (Engeland) en overlijd in 1956.

Cornelia Josephina, woont in Hanover en is vermoord in Auschwitz (15 oktober 1942).

David Joseph, woont in Rotterdam en is vermoord in Sobibor (16 juli 1943).

Mozes Joseph, woont in Brielle en overlijd op 21 augustus 1957.

Mozes Joseph neemt in 1919 de danszaal en het cafe van zijn ouders over. Hij trouwt in 1922 met Francina Gorzeman (✝︎ 1980) en opent dat zelfde jaar een zomerrestaurant op het strand in Oostvoorne. In 1936 laat hij de danszaal verbouwen tot bioscooptheather. Het huis, cafe en bioscoop moet hij gedwongen verkopen en het gezin komt in de Langestraat 57 te wonen. Dit huis wordt tijdens het vallen van de Bommen op Brielle verwoest. Ze krijgen onderdak op het Slagveld waar ze blijven tot de bevrijding. Na de oorlog wordt de gedwongen verkoop teruggedraaid en ook opent hij zijn zomerrestaurant weer.

Eva (Eveline) Josephina, woont in Dordrecht en is getrouwd met de niet Joodse man Aldert Visser. Ze overlijd op 3 oktober 1955 in Den Haag.

     

Bron : 1) stadsarchief rotterdam / 2) arolsen archives

Elisabeth (Bets) Josephina, woont in Dordrecht en is getrouwd met de niet Joodse man Herman Jacobus Trotsenburg. Na de oorlog verhuizen ze naar Hellevoetsluis. Ze overlijd op 13 november 1967 in Rotterdam.

     

Bron : 1) stadsarchief rotterdam / 2) arolsen archives

Eva en Elisabeth worden beide opgepakt in maart 1944 door een dienstklopper en komen ze in handen van de Sicherheisdienst (jodenbegunstiging). Op 1 april komen ze aan in Westerbork maar worden op 4 april weer vrijgelaten.

Barend Karel Joseph, woont in Rotterdam en is vermoord in Auschwitz (15 oktober 1942). 

Familie Katan 

Het gezin Katan woonde in de Voorstraat 42 

     

          

Eigendom: 1,2) Bevrijdingsfestival Brielle / 3,4,5) mevr. R. de Leeuw van Weenen

Portretfoto van Kaatje Cato katan, Levie Israël Katan en Guus Katan.

Eigendom: 1) Mevr. R. de leeuw van Weenen

Omcirkeld op de groepsfoto de kinderen van Israël Levie Katan en Francisca Katan - Beerenborg.

 Israël Levie Katan

Geboren: 30 november 1894 te Vlaardingen,     Vermoord: 31 maart 1943, Midden - Europa,     Beroep: goud- en zilverhandelaar.

 Francisca Katan - Beerenborg

Geboren: 07 mei 1896 te Zevenbergen,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz.

 Kaatje Cato Katan

Geboren: 22 april 1929 te Rotterdam,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz.

 Levie Israël Katan

Geboren: 21 augustus 1930 te Rotterdam,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz.

 Guus Katan

Geboren: 01 januari 1935 te Rotterdam,     Vermoord: 05 november 1942, Auschwitz.

https://www.sjoelbrielle.nl/assets/lesbrieven/Lesbrief-Jodenvervolging-Kitty-2013.pdf

  
TOP 

Bommen op Brielle

Het uitgebreide verhaal is te lezen op: Bommen op Brielle

Op de grauwe ochtend van 4 maart 1943 vertrekken 71 vliegtuigen op missie richting Duitsland. De vliegtuigen vliegen via de Noordzee over Texel naar het Ruhrgebied om daar het rangeerterrein bij Hamm te bombarderen.

Door de slechte weersomstandigheden valt de formatie bij Texel uit elkaar en keert een deel terug. Het vliegtuig van Captain William E. Friend jr wordt tijdens het draaien voor de terugvlucht beschoten door een Focke- Wulf jachtvliegtuig bestuurt door Hans Meissner. Hierbij wordt een motor in brand geschoten.17 vliegtuigen gaan echter door naar Duitsland en 28 vliegtuigen zetten koers richting Rotterdam. Hier gaan ze, zoals afgesproken, de dokken van de scheepswerf Wilton - Feijenoord in Schiedam bombarderen. 

Na het bombarderen van de werf vliegt de formatie terug richting Engeland. Hierbij komen ze over Brielle. Eén van de B17 bommenwerpers loost zijn bommen welke op Brielle vallen.

Rond 10:30 valt de eerste bom in het talud van het Slagveld. Het beschadigde een boot die op dat moment net gelost was. Hierbij valt slechts één licht gewonde maar de ravage was aanzienlijk. Kasseien worden door de explosie gelanceerd en later teruggevonden op zolders van de huizen in de Voorstraat.

De tweede bom komt terecht in de Dijkstraat, verwoest een schuur en vier huizen. Hier vallen vier zwaargewonden waaronder distributieambtenaar Pieter de Raadt uit Zwartewaal die later overlijdt.

De derde bom valt midden in de Langestraat ter hoogte van het badhuis wat zwaar beschadigd raakt. Tevens worden vier huizen verwoest en wordt Angenietje Roskam van der Meer onder het puin begraven.

De vierde bom komt terecht op de Vakschool voor Meisjes. Dit gebouw is gevorderd door de bezetter om de Organisation Todt te huisvesten. Hierbij komen vier medewerkers van de OT om het leven en van de drie zwaargewonden overlijd er later alsnog één in het ziekenhuis.

De vijfde bom komt op een vleugel van de Ambachtsschool terecht. In de ambachtsschool waren op dat moment de Vakschool voor Meisjes en de Christelijke school voor lager onderwijs gevestigd.

Uit de puinhopen worden op vier maart 14 lichamen geborgen. Na inventarisatie in de buurt gemeentes over niet thuisgekomen kinderen wordt het 15de slachtoffer op 5 maart gevonden. In totaal komen er zeven meisjes, 7 jongens, vier volwassen vrouwen en vier volwassen mannen om het leven.

Helaas heeft de actie om het vliegtuig en zijn bemanning te redden niet mogen baten en is ze zo’n tien/twintig kilometer uit de kust bij Hoek van Holland in zee gestort. Eén bemanningslid is aangespoeld in een rubber reddingsvlot en begraven. Van de andere bemanningsleden is nog niets teruggevonden en staan dan ook nog officieel vermeld als Missing in Action (MIA). Cruciaal is het moment van deze dropping. Nu veroorzaakte de bommen veel schade en waren er diverse gewonden en doden te betreuren. Iets eerder of later had dit wellicht voorkomen. Al met al een zwarte dag voor Brielle.

Op initiatief van ir. Hoozemans is tijdens de herbouw van de lagere technische school een monument opgericht ter nagedachtenis aan dit drama voor de omgekomen leerlingen en medewerkers. De tekst op de gedenksteen luid:

TER HERINNERING AAN ONZE ADMINISTRATIE EN LEERLINGEN DIE IN 1943 DOOR DE OORLOG OM HET LEVEN KWAMEN

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

 
TOP

Graven

In Brielle bevinden zich twee begraafplaatsen waar zowel militaire als burger slachtoffers liggen begraven.

De Oude Algemene Begraafplaats aan de G.J. van den Boogerdweg.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Op de deze begraafplaats bevinden zich de graven van:

Geallieerd: D. Dickson.

Burger: Pieter van der Wallen, Piet en Pieter Oranje, Conelis Adrianus Kok.

Dienstplichtig: Herman Leendert Vreugdenhil, Cornelis Hendrik Smits.

De Rooms Katholieke Begraafplaats aan de Kloosterweg.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Hier bevinden zich de graven van:

Geallieerd: J.T. Cook.

Burger: Jacob Jansen.

David Dickson

     

Eigendom: 1) Mr. I. Dickson / 2) Bevrijdingsfestival Brielle

David Dickson, geboren op 28 maart 1923 in Tillycountry, is de 22 jarige zoon van Archibald en Mary Dickson uit Coalsnaughton, Clackmannanshire (Schotland). Hij is Flight Engineer bij de Royal Air Force Volunteer Reserve. De fatale vlucht wordt gemaakt met een Avro Lancaster III, met serie nummer ND 579 en roepletters AS-M. Er bestaat onduidelijkheid of het een M of een H was. De bemanning van de Lancaster bestond uit:

J.W. Reilly, Pilot Officer Pilot, Heeft de crash overleefd en is gevangen genomen door de Duitsers. Na ziekenhuisopname is hij naar het kamp Stalag III in Sagan (Polen) gestuurd. Hij stond te boek als POW nr. 5504.
P. Pochaillo, Flight Officer Bomb Aimer, Is ontkomen en overleden op 21 mei 2016.
D. Dickson, Sergeant Flight Engineer, Omgekomen en begraven te Brielle. De Duitsers hebben zijn graf 180 graden verkeerd geplaatst.
L.C. Clutterbuck, Navigator Flight Sergeant, Omgekomen en begraven te Hoek van Holland.
T.J. Meehan, Sergeant Wireless Operator, Omgekomen en begraven te Hoek van Holland.
W.B. Rankin, Sergeant Mid Upper Gunner, Omgekomen en begraven te Den Haag - Westduin.
A. Patmore, Sergeant Rear Gunner, Na de oorlog geborgen en herbegraven te Bergen op Zoom.

De Missie van de Avro Lancaster III (ND579 AS-M) naar Duisburg op 21-05-1944.

    

Bron: 1) backtonormandy / 2) On Wings Of War, by Jim Wright

Op zondag 21 mei 1944 om 22:30 steeg (een deel van) het 166 squadron (RAF) op vanaf het vliegveld Kirmington voor een missie naar Duisburg. De terugkeer van de missie was gepland voor maandag 22 mei 1944. Rond 02:15 werd de Lancaster op de terugweg naar Engeland onderschept boven de Noordzee. De Lancaster werd neergeschoten door een Messerschmitt Bf 110 G-4 (Bayerische Flugzeugwerke) door nachtjagerpiloot Hauptmann Martin Drewes van de Stabsstaffel III./Nachtjagdgeschwader 1. Het vliegtuig stortte neer nabij de kust van Hoek van Holland, de huidige Maasvlakte.

 BF 110

Bron: 1) defensieweb

Enkele delen van het vliegtuig en resten van sergeant Patmore werden in juni 1971 door de afdeling Berging van de Koninklijke Luchtmacht teruggevonden / geborgen uit het havenbekken in aanbouw. (dossier nummer RNLAF-61). De rest van het vliegtuig bevind zich nog in de bodem van het Yangtze kanaal.

 crashsite 1944   crashsite heden

Bron: 1,2) kadaster

Pieter van der Wallen

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

Titel

Beroep

Rang

Groep

Gearresteerd  

Gefusilleerd

 

30-08-1900, Brielle

29-04-1930

Wilhelmina Petronella Stork

Ingenieur

Fabrieksdirecteur Kalkfabriek Brielle

Reserve Kapitein RVO

Verzet

21-12-1944

18-02-1945

Heinenoord

Bron: 1) nationaalarchief / Eigendom: 2) Bevrijdingsfestival Brielle

Pieter van der Wallen was naast directeur ook reserve kapitein RVO. Hij spioneerde en hielp diverse personen om naar Engeland te komen. Op 21 september 1944 vond er in Brielle een razzia plaats, waarbij alle mannen zich op de Markt moesten verzamelen, terwijl de Russische militairen de huizen doorzochten. Meerdere mensen werden opgepakt, waaronder Pieter van der Wallen en Pieter Oranje. Pieter van der Wallen word op 20 december 1944 vastgezet in het Oranje hotel te Scheveningen.

Het verhaal achter zijn executie:

Op 7 december 1944 werd de NSB’er Martinus Adrianus Simonis benoemd tot waarnemend burgemeester van Nieuw-Beijerland, Goudswaard en Piershill. In die functie bleek Marinus Adrianus Simonis maar wat fanatiek, samen met zijn door hem benoemde zoon (een SS-er) leverde hij de bevolking van deze drie dorpen veel problemen. Het plaatselijke verzet, knokploeg Zinkweg, was niet erg gecharmeerd van de nieuwe burgemeester en besloot op 13 februari 1945 de heer Simonis een waarschuwing te geven. Ze drongen de woning van de burgemeester binnen en lieten hem en zijn zoon afgeranseld achter. Als reactie op deze verzetsdaad hield de bezetter, in opdracht van Simonis, in de late avond van 15 februari een razzia in het dorp. Ongeveer 75 mannen werden op transport gesteld naar Schouwen-Duivenland om daar te werken voor de Wehrmacht. Reden voor het verzet om een plan te bedenken om de NSB-burgemeester uit de weg te ruimen. Al op 17 februari deed zich een mogelijkheid voor. Toen Simonis naar zijn woning in Leidschendam fietste, werd hij op de provinciale weg, ter hoogte van de Oud-Heinenoordseweg door vier leden van het verzet doodgeschoten en in de sloot gegooid. Om één uur ’s middags diezelfde dag vond een wachtmeester van de rijkspolitie het lichaam. Op hetzelfde moment passeerden ook twee leden van de Sicherheitsdienst. Uit het persoonsbewijs bleek dat het om het lichaam van burgemeester Simonis ging. De volgende morgen werden tien gevangenen, waaronder Pieter van der Wallen, uit de strafgevangenis van Scheveningen gehaald en overgebracht naar de bewuste plek aan de provinciale weg. Zonder enig vorm van proces werden zij door de bezetter gefusilleerd. Eén van de weinige getuigen was Pleun Rozendaal. Hij woonde in het nabijgelegen buurtschap Platte Reedijk. Het was geen executie van allemaal op een rij en knal. De tien mannen werden opgesteld. Op een bepaald moment, waarschijnlijk toen ze snapten dat het menens was, probeerden sommigen nog weg te rennen. Het vuur werd geopend. Als eenden werden ze afgeschoten. De roep “moeder” was op zondagmorgen 18 februari 1945 te horen in Heinenoord. Een van hen slaakte die kreet vlak voordat hij werd doodgeschoten.

     

Eigendom: 1,2) Dhr. A. v. Prooijen

Op 18 februari 1946 om negen uur, precies één jaar na dato, is een tijdelijk monument neergezet voor deze tien willekeurige mannen die als represaillemaatregel waren doodgeschoten. Het huidige monument Moeder werd op 20 mei 1950 onthuld. De namen van de tien mannen staan op de sokkel van het beeld. Aan de andere kant ervan staan de namen van oorlogsslachtoffers uit de Hoeksche Waarden. Hoeksche Waards personen die door of voor het verzet overleden. Mannen van Westmaas, ’s Gravendeel, Oud-Beijerland en één vrouw namelijk Catharina Traas-de Jager, de moeder van het verzet.

Pieter van der Wallen wordt genoemd in de Dodenboeken van het Oranjehotel en in de erelijst van Gevallenen 1940-1945, welke in de entree van de tweede kamer der Staten Generaal ligt.

           

Bron: 1) nationaalarchief / 2) erelijst van gevallenen 1940-1945 

Zijn familie kreeg pas half 1945 zekerheid over zijn lot zoals blijkt uit de familiebeichten in diverse kranten.

     

Bron: 1,2,) strijdend nederland, 27-06-1945

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Na de oorlog is de Zuiddam hernoemd naar Pieter van der Wallendam.

Pieter Oranje

Piet en Pieter liggen bij elkaar. Piet, de zoon van Pieter is besproken bij de slachtoffers van het vergissings bombardement.

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

Rang

Groep

Gearesteerd

Huis van Bewaring Noordsingel

Kamp Amersfoort

Gefusilleerd

29-11-1887, Den Haag

07-05-1915

Jansje Luijting

Sergeant torpedist / Adjudant onderofficier b.d. 

Verzet

21-12-1944

23-12-1944 tot 07-03-1945

7 - 8 maart

08-03-1945, Leusden

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Tijdens de razzia van 21 september in Brielle, werd onder ander Pieter Oranje gevangengenomen. Pieter Oranje word op 23 december 1944 afgevoerd naar Rotterdam en zat daar tijdelijk vast in het Huis van Bewaring Noordsingel te Rotterdam. Hij stond te boek als Todeskandidat. Een Todeskandidat was een gevangene die op een lijst stond om gefusilleerd te worden als represaille voor een aanslag van het verzet. Op 23 december zijn er zeven eilandbewoners door Kriminal Oberassistent Richter aangegeven. Uit het arrestantenregister van de Rotterdamse politie is het aannemelijk dat dit een verzetsgroep was en bestond uit: Frederik Hendrik Gijsbertus van Itterson (Nr 9844), Cornelis de Jonge (Nr 9845), Theodorus Johannes Kwanten (Nr 9846), Jan Boot (Nr 9847), Pieter Oranje (Nr 9848), Pieter Burik (Nr 9849), Adriaan Diederik van Bergeijk (Nr 9850). Dezelfde dag is hij samen met Theodorus Johannes Kwanten naar kamp Amersfoort gebracht.

     

Bron: 1,2) stadsarchief rotterdam

Het verhaal achter zijn executie:

In de nacht van 6 op 7 maart 1945 vindt er een overval plaats op een vlees transport op de Veluwe. Door een samenloop van omstandigheden vindt er onbedoeld een aanslag plaats op de Duitse leider van de politie in Nederland, SS-officier Hans Albin Rauter. Die overleefd de aanslag nipt en wordt naar een ziekenhuis gebracht. Karel Eberhard Schöngarth en Arthur Seyss-Inquart besluiten na overleg met Rauter over te gaan tot zware represailles. een represaillemaatregel die Rauter zelf ingesteld heeft. Namelijk, elke gedode Duitser kost tien Todeskandidaten. In de ochtend van 8 maart executeerden de Duitse bezetters als wraak 117 gevangenen bij de plaats van deze aanslag. De gevangenen kwamen vanuit de Willem III-kazerne te Apeldoorn, uit gevangenissen in Assen, Almelo, Zwolle, Doetinchem en Colmschate. Daarnaast werden door het hele land executies voltrokken: 53 gevangenen in Amsterdam, 11 uit het Oranjehotel met nog 27 Todeskandidaten op de nabijgelegen Waalsdorpervlakte, 6 gevangenen uit Utrecht bij Fort de Bilt en 49 Todeskandidaten in Kamp Amersfoort. Hier zitten Pieter Oranje en Theodorus J. Kwanten ook bij. Na de fusillade is Pieter Oranje begraven in Amersrfoort op algemene begraafplaats Rusthof. In augustus 1945 is hij herbegraven in Brielle.

Curt Carl Ferdinand Henry Richter was in dienst van de Duitse Sicherheitspolizei (Sipo) Rotterdam. Op 27 juni 1949 werd hij berecht door een Nederlandse rechtbank te Rotterdam op beschuldiging van deelname aan het doodschieten van 4 Nederlandse mannen en het mishandelen van gevangenen. Hij wordt veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Op 2 juli 1954 wordt hij vrijgelaten uit Nederlandse hechtenis en overgedragen aan de Duitse autoriteiten.

Pieter Oranje wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945, welke in de entree van de tweede kamer der Staten-Generaal ligt.

Bron: 1) erelijst van gevallenen 1940-1945

Cornelis Adrianus Kok

Geboren

Getrouwd

Echtgenote

 

Kinderen

Hertrouwd

Echtgenote

Beroep

Omgekomen

30-11-1881, Gouda

03-11-1905

Geertruida Groenenscheij

✝︎ 28-01-1932

2

13-09-1936

Neeltje Elisabeth Schrijver

Postbesteller

24-10-1944, Hellevoetsluis

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Via het Kanaal door Voorne worden door de Duitse bezetter eenmansduikboten en sprengboten aangevoerd naar de haven van Hellevoetsluis, voor acties tegen geallieerde schepen op de Westerschelde en de dan al bevrijde haven van Antwerpen. Op 16 en 24 oktober 1944 word de haven van Hellevoetsluis gebombardeerd. Op 16 oktober stijgen elf Spitfires op voor een aanval op de schepen in de haven. Vier schepen worden geraakt. Verder vallen er nog bommen op het spoorweg emplacement. Hierbij komen twee burgers om het leven. Nog geen week later, op 24 oktober wordt Hellevoet wederom opgeschrikt door een bombardement. Zestien Typhoons droppen hun lading. Twee munitieschepen in de haven worden geraakt en er vallen bommen op het rangeerterrein van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij. Verder vuren ze nog 64 raketten af. Door een rondvliegende scherf wordt, zoals vermeld in het verslag van de Mareschaussee, opgemaakt door Opperwachtmeester J. Groenendijk, één persoon gedood.

Hellevoetsluis 25 Oktober 1944

MARECHAUSSEE GEWEST ROTTERDAM.

GROEP HELLEVOETSLUIS.

Rapport van bominslag te Hellevoetsluis

op 24 October 1944

In aansluiting op de telefonische 24 October 1944 te omstreeks 17.45 uur heeft ondergetekende, J. Groenendijk, Opperwachtmeester der Marechaussee te Hellevoetsluis, de eer Uwe edel Gestrenge, het volgende nader te rapporteren:

Op Dinsdag den 24 October 1944, te omstreeks 17.30 uur, zijn er vanuit een zestiental vliegtuigen, 30 bommen neergeworpen, verspreid over de Gemeente Hellevoetsluis: waaronder raketbommen zich bevonden, terwijl het gewicht van de brisantbommen zeer uiteenliep. Bedoelde bommen waren o.a. neergekomen op het terrein van de voormalige marinewerf alhier, waardoor schade aan een gebouw werd toegebracht. Ten 2e op en nabij schepen liggende in het Openbaar vaarwater het Kanaal alhier, waardoor een motorschip, behorende aan de Rijksbetonning is gezonken. Tenslotte waren een zestal bommen neer gekomen naast het rangeerterrein van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij, waarbij één Persoon werd gedood door een bomscherf. Bedoelde persoon was genaamd:

– Cornelis Adrianus Kok: geboren te Gouda op 30 November 1881, brievenbesteller gewoond hebbende te Hellevoetsluis, Kerkstraat No. 16a.

Een persoon was licht gewond. Verder was er vooral in de nabijheid waar de bommen neergevallen waren, veel glasschade.

Waarvan door mij, Opperwachtmeester dit rapport is opgemaakt op den eed bij den aanvang mijner bediening afgelegd.

De Opperwachtmeester, J.Groenendijk

Aan den heer- Hoofdinspecteur Der Luchtbescherming te s’ Gravenhage

Gezien: De Burgemeester- Politiegezagsdrager te Hellevoetsluis

Alhoewel Adrianus Cornelis Kok woont en bij een bombardement op Hellevoetsluis omkomt, wordt hij op 26 september 1944 in Brielle begraven op de Algemene Begraafplaats aan de G.J. van den Boogerdweg.

De Torpedisten

Herman Leendert Vreugdenhil & Cornelis Hendrik Smits

Omdat het Korps Torpedisten sinds 1882 Brielle als standplaats had gekregen, schreven de “Nieuwe Brielsche Courant” en het “Weekblad of Brielsche Courant voor Voorne, Putten, Overflakkee en Goederede”, uitvoerig over het noodlottige ongeval waarbij zes militairen tijdens de uitoefening van hun plicht waren omgekomen. Dit waren: 1e luitenant Johannes Oostrijck, wonende te Den Haag. Sergeant-majoor Herman Leendert Vreugdenhil, wonende te Den Briel. Sergeant-schipper Cornelis Hendrik Smits, wonende te Den Briel. Sergeant-duiker C. Stigter, wonende te Den Helder. Milicien B. Visser, wonende te Scheveningen. Kanonnier-stoker, Arie Cornelis van Luijpen, wonende te Rotterdam.

 Eigendom: 1) nationaal archief/collectie spaarnestad/het leven/fotograaf onbekend

vlnr; Sergeant Majoor Herman Leendert Vreugdenhil, Sergeant-schipper Cornelis Hendrik Smits, Milicien B. Visser.

De loodsen aan het eind van de Langestraat zijn in 1884 gebouwd voor de sloepen van het Korps Torpedisten. De torpedisten konden hun vaartuigen te water laten in de Maarlandse haven. De sloepen werden gebruikt om torpedo’s (zeemijnen) in havens en riviermondingen te leggen.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Na serie proefnemingen met verschillende watermijnen zond het Bataljon Mineurs en Sappeurs in 1866 een detachement genisten naar Brielle om de mijnen te bedienen. Dat werd in 1867 de Torpedistencompagnie. Naast het plaatsen van mijnen werden de torpedisten ook ingezet om wrakken op te ruimen die hinderlijk in de weg lagen voor de visserij. Op donderdag 14 oktober 1909 vertrokken er een ijzeren barkas (grote sloep) met een duiktoestel, een vlet en de sleepboot “Torpedodienst II” richting Katwijk. Aan boord bevonden zich torpedisten en soldaten van de Pantserfort Artillerie. De opdracht was om het in december 1894 gestrande stoomschip Caledonia met explosieven te ruimen. Bij het scheepswrak aangekomen ging het barkas boven het wrak liggen en bleven de sleepboot en de vlet op een afstand. De duiker ging te water om twee ladingen pikrine zuur op het wrak aan te brengen. Nadat de duiker weer aan boord was verwijderde de barkas zich van het wrak om van een veilige afstand de lading met hulp van elektrische stroom tot ontploffing te brengen. Niemand weet wat er precies gebeurd is, waarschijnlijk is het pikrine zuur in aanraking gekomen met het slagkwik, maar plotseling hoorden de vier mannen in de vlet een zware explosie. Op de plaats waar de barkas lag zagen zij een grote, schuimende, waterkolom tientallen meters omhoog schieten. Door de kracht van het water werd de vlet omhoog geslingerd maar sloeg niet om. De bemanning van de vlet ging direct naar overlevenden zoeken. Van de barkas en bemanning was niets meer te zien. Wel zagen zij kanonnier stoker van Luijpen drijven en haalden hem binnen boord. Korporaal van Dijk verklaarde: “Toen leefde hij nog. De aan het hoofd ernstig verwonde vroeg nog wat er gebeurd was en sloot toen de oogen.” Van de andere opvarenden van de barkas werd ter plekke niets meer gevonden. ‘s Avonds spoelde bij paal 5, enigszins ten noorden van de Wassenaarse Slag het lichaam van sergeant-majoor Vreugdenhil aan. Zijn arm en been waren gebroken en zijn horloge stond stil op half twee. Zondag de 17de vond men op het strand bij Bloemendaal het lichaam van milicien B. Visser. De lichamen van van Luijpen en Vreugdenhil werden per torpedo stoomboot overgebracht naar Brielle, waar maandagmiddag 18 oktober onder grote belangstelling de begrafenis plaats vond in twee aparte graven.

     

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle / Bron: 2) onbekende krant 17-10-1909

Maandag 25 oktober spoelde, binnen de pieren van IJmuiden, het lichaam van sergeant-schipper C. Smits aan en het lichaam werd dezelfde dag per trein naar Den Briel vervoerd. Hij werd in de ochtend van woensdag 27 oktober te Den Briel begraven. Eind oktober werd er ten behoeve van weduwe Smits een liefdadigheid voorstelling gegeven, om haar karige pensioentje aan te vullen. Zodat zij met haar kleine zoon de winter door kon komen. Briellenaren werden gevraagd gul te geven. Op de 27ste werd het lichaam van de duiker Stigter op het strand van Noordwijk aan Zee gevonden. Vrijdag 12 november spoelde het lichaam van luitenant Oostrijck aan op het strand van Wijk aan Zee. De identificatie van Johannes Oostrijck en Cornelis Hendrik Smits werd onder andere gedaan door eerste luitenant der artillerie Josephus Adrianus Mussert de broer van Anton Mussert.

Josephus Adrianus Mussert

     Geboren 02-12-1880 te werkendam, overleden 14-05-1940 te Sliedrecht.

Bron: 1) algemeen dagblad, 26-11-1966

Josephus Adrianus (Jo) Mussert was gestationeerd bij de torpedisten in de rang van 1ste Luitenant der Artillerie en woonde van 5 oktober 1907 tot 13 januari 1913 in Brielle met als opgegeven adres Nympf.

Bron: 1) streekarchief Voorne-Putten

John Thomas Cook 

     

Eigendom: 1) mr. John Garth Cook / 2) Bevrijdingsfestival Brielle

John Thomas Cook groeide op in het graafschap Cork (Ierland) waar hij trouwde met Catherina. Ze hadden drie kinderen en het gezin verhuisde in 1939 naar Southampton, Engeland. Toen de oorlog uitbrak kwam hij terecht bij de Royal Navy Reserve. Hij volgde hier een trainingsprogramma en werd opgeleid tot Anti-Submarine Detector Operator. In oktober 1939 werd hij als matroos toegevoegd aan de bemanning van de HMS Cayton Wyke. De Cayton Wyke was een in 1932 gebouwde trawler (vissersvaartuig). Veel van deze schepen werden zowel tijdens de 1ste en 2dewereldoorlog door de Royal Navy gevorderd, omgebouwd en als mijnenvegers ingezet. Ze werd uitgerust met dieptebommen en kreeg een 18-koppige bemanning.

  Een ASW (anti submarine warfare) trawler.

Bron: 1) uboat

Op 24 oktober 1939 werd er tijdens een patrouille in Het Kanaal de aanwezigheid van de Duitse onderzeeër U16 opgemerkt. De U16 op 16 mei 1936 in gebruik genomen behoorde bij het 3de Unterseebootsflottille en was zes dagen eerder voor de derde keer uitgevaren om mijnen te leggen voor de kust bij Dover. Samen met HMS Puffin, die eveneens in de buurt was, werd de jacht geopend op de onderzeeboot. Nabij de zandbank van Goodwin Sands bij Kent werd de onderzeeër bestookt met dieptebommen en zwaar beschadigd. De U16 wist nog wel te ontkomen naar de zandbank, maar om kwart over vier in de ochtend van 25 oktober werd aan het hoofdkwartier de melding gemaakt: "Boot voor Dover zwaar beschadigd. Moet tot zinken gebracht worden." Voor hun aandeel hierin werd matroos Cook onderscheiden met een Distinguished Service Medal.

  wrak positie U16       DSM medaille

Bron : 1) ba chart / 2) onbekend

In mei 1940 werd de HMS Cayton Wyke ingezet tijdens de evacuatie van de Britse troepen bij Duinkerken (operatie Dynamo). Op maandag 8 juli 1940 voer HMS Cayton Wyke voor de kust van Essex tijdens een patrouille. Toen er koers werd gezet in de richting van Dover passeerde het schip de plek waar ze tien maanden eerder de U 16 tot zinken had gebracht. Exact op dat moment werd de Cayton Wyke aan bakboord geraakt door een torpedo. Deze was afkomstig van een Duitse motor torpedoboot en veroorzaakte een enorme explosie. De trawler kapseisde, zonk direct en kwam ondersteboven op de bodem van Goodwin Sands terecht. Alle achttien opvarenden kwamen bij de explosie om het leven. Het wrak van de U16 en de Cayton Wyke liggen slechts enkele honderden meters van elkaar verwijderd.

  HMS Cayton Wyke

Bron: 1) googlemaps

Onwetend over het exacte lot van haar man, kreeg de weduwe van Cook enkele weken later de onderscheiding van haar echtgenoot uitgereikt door koning George VI. Op dat moment was er nog geen lichaam gevonden.

     

Bron: 1) ecomare / 2) cwgc  

Stroming patroon Engels kanaal - Noordzee

Het lichaam van John Cook spoelde aan bij Oostvoorne en werd gevonden door inwoners. Zij hebben hem begraven in een veld in de buurt van het dorp. Na de bevrijding is hij herbegraven op de rooms-katholieke begraafplaats aan de Kloosterweg in Brielle. Als gevolg van de onduidelijke gegevens van de Commonwealth War Graves Commision is het graf lastig te vinden. Ook de weduwe en kinderen van Cook wisten lange tijd niet waar hun man en vader begraven was.

Jacob Jansen 

   

Eigendom: 1) Dhr. K. Meuldijk / 2) Bevrijdingsfestival Brielle

Jacobus Jansen is geboren op 13 februari 1902. Hij trouwt op 6 december 1929 met Cornelia Maria Smit en ze krijgen drie kinderen. Het gezin woonde in de Venkelstraat 46 en hij was stoker van beroep. De bezetter vraagt een werkpas voor hem aan op 13 augustus 1943. Jacobus Jansen wordt verplichte tewerk gesteld in Duitschland. Op de 16de augustus wordt de pas uitgereikt en zijn adres in Duitsland is dan Bochum (veldpostnr 56131 B) Hij staat te boek als arbeider (gevangennr 2118) bij de Organisation Todt. (De O.T. was een Duitse overheidsinstantie die na het uitbreken van de oorlog leiding gaf aan bouwprojecten zoals de Atlantikwall en de Polar Eisenbahn. Voor deze projecten werden op grote schaal dwangarbeiders ingezet). Op 12 september 1943 is hij weer tijdelijk thuis. Daarna vertrekt hij weer naar Duitsland. 11 januari schrijft hij in een brief aan zijn vrouw dat hij een koffer met heerlijke dingen heeft ontvangen uit Nederland. Eind mei 1944 komt hij met ziekenverlof naar huis. Op 12 juni wordt hij gearresteerd en via Dordrecht, Amersfoort overgebracht naar een kamp in Dölkau. Jacob Jansen is op 11 december door ondervoeding overleden in dit kamp gelegen in Zöschen Landkreis Merseburg. Zijn vrouw overlijd in 1994 en ze wordt begraven naast het graf van haar man op de Kloosterweg.

 
TOP

Monumenten

In Brielle bevinden zich diverse monumenten die ons doen herinneren aan de tweede wereldoorlog en latere gewapende conflicten.

Het Indië monument op de algemene begraafplaats aan de G.J. van den Boogerdweg.

     

Eigendom: 1,2) Bevrijdingsfestival Brielle

Monument voor de gevallenen, naast de Sint Catherijene kerk.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Het Joods monument in de Sjoel.

Eigendom: 1) Bevriidingsfestival Brielle

Het "vergissings" bombardement monument in de Burgemeester H. van Sleenstraat.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Een Plaquette ter herinnering aan de omgekomen oud leerlingen van de HBS Brielle in het Maerlant College.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

De Gedenksteen voor Manuel Avelino bij de rotonde G.J. van den Boogerdweg / Schrijversdijk.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

De Vlam, Het Bevrijding monument staat sinds 2022 op het Turfplein.

     

     

Eigendom: 1,2,3,4) Bevrijdingsfestival Brielle

Het monument is door corona twee jaar later onthuld dan de bedoeling was. Op de gedenkplaat voor het monument staan de vlaggen van de vier landen die geholpen hebben ons land te bevrijden. Aan de achterzijde bevind zich een gedenkplaat voor de tweede wereldoorlog veteraan Eugene E. (Gene) Gilbreath. Hij heeft het bevrijdingsfestival bezocht van 2015 tot 2019. 

Het Vrijheidsbos aan de Spanjaardsweg.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

  
TOP

Briellenaar met een oorlogsverhaal

Manuel Avelino

Manuel Avelino is in 1889 geboren op het Kaapverdische eiland Ilha do Fogo. Hij komt rond 1920 naar Nederland. Daar ontmoet hij zijn vrouw, de Brielse Willempje Heijndijk en trouwt met haar in 1929. Manuel en Willempje krijgen drie kinderen, Andre, Maarten en Luzia.

          

Eigendom: 1,2,3) Mevr. L. Avelino

Hij voer bij de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM) en monsterde aan in september 1939 op het motorschip Colombia. Gezien de oorlogsdreiging werd het schip veiliggesteld door het naar West-Indië te sturen. Toen de oorlog uitbrak werd het schip gevorderd door de marine. Omdat Manuel de Portugese nationaliteit heeft, mocht hij niet meer aan boord blijven. De oplossing werd gevonden in het vrijwillig in dienst gaan bij de Nederlandse marine, waardoor hij het Nederlanderschap verkreeg. Door de gebrekkige communicatie sijpelde dit bericht niet door naar Nederland. Zijn vrouw en kinderen werden door de Duitse bezetters automatisch aangemerkt als vreemdeling. Ze moesten hun huis verlaten en gingen naar Rotterdam waar ze de hongerwinter hebben doorstaan.

          

Eigendom: 1) Mevr. L. Avelino / Bron: 2) marhisdata / 3) googlemaps

Voor vrijwel alle Nederlandse oorlogsschepen was het na de vele krijgsverrichtingen in de Indische Archipel noodzakelijk om reparaties te ondergaan. Hiervoor stoomde de schepen naar Bombay (India). De Nederlandse onderzeeboot O19 kreeg orders om naar Kilindini op te stomen. De Colombia moest derhalve mee. In augustus werd naar East-London gevaren, waar ze werd ingezet voor de haven verdediging. Het MS Colombia vertrekt 27 februari om 07:00 vanuit het Zuid-Afrikaanse East London naar Simonstown om daar het dok in te gaan voor reparaties.

In de ochtend van 27 februari 1943 krijgt commandant Gerhard Wiebe van de U 516 het Nederlandse schip in het vizier. OM 11:42 wordt de Colombia getroffen door een torpedo. Het schip maakt snel slagzij en loopt vol met water. De kapitein geeft order om het schip te verlaten. Tijdens het laten zakken van reddingsboot no 2 loopt deze vast. Manuel Avelino klimt weer terug aan boord en zorgt ervoor dat de reddingssloep veilig te water komt. Daarna heeft hij nog geholpen bij het strijken van nog drie sloepen. Hierdoor heeft hij vele levens gered Nadat het schip gezonken was, werd hij uit het water gehaald. Er worden 8 opvarende vermist. De rest 312 zeevarende, worden veilig aan wal gezet in East-London. De Portugese matroos in Nederlandse dienst voer de rest van de oorlog op andere schepen van de KNSM waarmee hij onder andere geallieerde troepen naar Sicilië bracht. Hij werd pas in augustus van 1945 met zijn vrouw en kinderen herenigd.

Zijn zoon, Andre Avelino vertelt.

"Na de oorlog kwamen wij vanuit Rotterdam terug naar Brielle. Daar ontvingen we van de familie Hamelink uit Terneuzen een brief. De heer Hamelink had met mijn vader gevaren en werkte na de oorlog bij de post. In de sluis van Gent naar Terneuzen kwam hij mijn vader tegen. Die voer toen op de Vulcanes van de KNSM . In de brief stond dat als ik mijn vader wilde ontmoeten, dat ik dan moest komen en bij hun kon logeren totdat het schip weer langskwam. Ik ging proberen om daar te komen. In Rotterdam ben ik naar een garage van het militair gezag gegaan. Daar heb ik gevraagd of er een auto richting Terneuzen ging. Helaas was er die ochtend net een wagen die kant op gegaan. Dus ik mocht wachten tot er eventueel weer één ging. Ik sta daar een poosje en er komt een mannetje met een rieten koffer langs mij lopen en die vraagt naar een auto richting Den Briel. Ik loop naar de man toe en vraag: bent u Avelino. Hij zegt: Ja. Nou, ik ben je zoon. We zijn direct naar Brielle teruggegaan. Hij mocht een weekend naar zijn familie. Hij had Cadbury chocolade mee. Heerlijk. Maandag ochtend is hij op de motor door directeur Kalkman van de houthandel weer teruggebracht naar Rotterdam. Daar vandaan is hij weer teruggegaan naar Terneuzen. Er moest tenslotte weer gevaren worden."

Op 6 mei 1943 wordt Manuel Avelino door Koningin Wilhelmina voorgedragen voor het Kruis van Verdienste voor moedig, bekwaam en doortastend optreden.

     

Eigendom: 1,2) Mevr. L. Avelino

Manuel Avelino is gedecoreerd met het Kruis der verdienste en het Oorlogsherinneringskruis met de gespen: Oorlogsdienst-Koopvaardij 1940-1945, Middellandse Zee 1940-1945, Oost Azië - Zuid Pacific 1942-1945. Beide uitgereikt maart 1953.

In 1947 is Manuel genaturaliseerd tot Nederlander. Op 8 juni 1980 is hij op 81-jarige leeftijd in Brielle overleden. De vaartplicht beloning, welke het rijk normaal gesproken vlak na de oorlog uitkeerde aan gemilitariseerde bemanningsleden van Nederlandse koopvaardijschepen, werd pas in 1995 uitgekeerd. In november 2012 is er een plaquette, nabij de rotonde aan de G.J. van den Boogerdweg / Schrijversdijk, ter nagedachtenis onthuld.

 
TOP

Omgekomen inwoners

Tijdens de tweede wereldoorlog

B

 Florus van den Berg

Geboren: 30 juni 1897     Zeemansgraf: 16 september 1940, Atlantische Oceaan.

     

Eigendom: 1) Familie Kruyne van den Berg / Bron: 2) Brielsche courant 04-04-1941

Op 13 september 1940 vertrekt kapitein Florus van den Berg met het stoomschip Stad Schiedam vanaf Bermuda richting Halifax om zich aan te sluiten bij een konvooi richting Engeland. De lading bestaat uit 8000 ton zwavel. Tijdens een zware storm horen ze ’s avonds op 16 september een aantal explosies in het ruim.

     

Bron: 1) marhisdata / 2) googlemaps

Binnen 5 minuten breekt het schip en zinkt direct. Twintig opvarende, waaronder oud inwoner Dirk Verhagen (Hellevoetsluis) komen om. De twaalf resterende drijven nog 5 dagen in vlotten totdat ze opgepikt worden. Oud inwoner Maarten van Noort (Rozenburg) is één van hen. Na de oorlog is het wandelpad vanaf de rotonde G.J. v/d Boogerdweg naar de oude HBS naar Florus van den Berg vernoemd.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

 Gerrit Jan van den Boogerd 

Bron: 1) lo-lkp

Geboren: 22 augustus 1908, Zwartewaal     Gefusilleerd: 25 juli 1944, Rijnhauwen.

In 1926 behaald Gerrit Jan van den Boogerd zijn eindexamen van de RHBS te Brielle. Daarna gaat hij op voor het examen kandidaat notaris. Hij werkt enkele jaren in Rotterdam en Zeist voordat hij als kandidaat verbonden wordt aan Notariskantoor L.P. van den Blink in Brielle. Gerrit Jan van den Boogerd trouwt op 16 oktober 1936 met Leuntje Maria Neeken en ze krijgen twee kinderen. Tijdens de mobilisatie in 1939 wordt hij opgeroepen en met de rang van Reserve 1e Luitenant bij 2-III-11 R.I. ingedeeld bij het 2de compagnie 11 Regiment Infanterie, gestationeerd te Amerongen. In de eerste dagen van de Duitse inval was hij actief bezig met de verdediging van de Grebbenberg. Toen 14 Mei 1940 Nederland capituleerde deelde Gerrit van den Boogerd zijn manschappen mede dat de oorlog nog niet voorbij was, maar pas begonnen en hij met andere middelen, verbitterd de strijd zou voort te zetten. In Brielle werden in de loop van de zomer van 1940 verschillende voorbereidingen getroffen. Zo werden er zoeklichten en afweergeschut geplaatst. De grenspolizei nam haar intrek in een winkelpand in de Voorstraat. Hitler besluit als geste naar de Nederlander om de krijgsgevangen Nederlandse soldaten vrij te laten. Een besluit dat hij later weer zal terug draaien. In juli 1940 wordt de Nederlandse Unie opgericht en via een oproep in de Nederlandse dagbladen wordt het Volk gevraagd zich te verenigen. Het was een alternatief voor alle opgeheven partijen, en moest dienen als krachtige tegenhanger van de NSB. De organisatie wist binnen een week na de oproep meer dan honderdduizend leden te werven en dat aantal steeg daarna tot ruim negenhonderd duizend. Dankzij de drijvende kracht van de kandidaat-Notaris G.J. van den Boogerd abonneerden maar liefst 250 mensen uit Brielle en omgeving zich op het Unie orgaan. In augustus arriveerden Duitse soldaten. De sloepenloodsen en diverse schoollokalen werden ingericht als kazerne. De bezetting bleek lang te gaan duren te zijn, dus werden op bastion 5 en 6 barakken opgericht. De Ortskommandantur kreeg zijn bureau in de HBS. De gemeenteraad bleef voorlopig in ongewijzigde vorm aan, maar speelde nauwelijks een rol van betekenis. Als in 1943  alle ex militairen zich moeten melden voor krijgsgevangenschap duikt hij onder. Al sinds het najaar in 1940 heeft hij contact gelegd met enige officieren. Hij duikt onder in de achterhoek. Daar woont een groot gedeelte van zijn legermaten. Hij zet in Lintvelde onder de schuilnaam Oom Gert een militaire knokploeg op. De groep bestaat uit zo’n 500 man. Begin 1944 wordt de verzetsgroep geïnfiltreerd door de SD’er Willy van Erp. Deze verzameld gedurende drie maanden genoeg informatie om op 20 april een groot deel van de knokploeg, waaronder Gerrit Jan, op te laten pakken tijdens een geplande aanslag op een Rurloose landwacht. Twee maanden later wordt hij door de Duitsers wegens spionage en wapenbezit ter dood veroordeeld. Op 25 juli 1944 word hij bij Fort Rhijnauwen (nabij Utrecht) gefusilleerd. Zijn lichaam wordt direct daarna gecremeerd in het crematorium Driehuis Westerveld (gemeente Velsen). De as is nimmer terug gevonden.

Gerrit Jan van den Boogerd wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945, welke in de entree van de tweede kamer der Staten Generaal ligt.

Bron: 1) erelijst der gevallenen 1940-1945

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Na de oorlog wordt het eerste stukje Rijksstraatweg in Brielle vernoemd naar G.J. van den Boogerd.

 Arnoldus Botbijl

Geboren: 27 augustus 1910     Zeemansgraf: 28 februari 1942, Indische Oceaan

Arnoldus Bravenboer, geboren op 27 augustus 1910, is een kind van Maria Bravenboer (14-12-1887). Zij treed op 08-12-1910 in het huwelijk met Arnoldus Botbijl (04-06-1989) en daarbij wordt Arnoldus Bravenboer geëcht en krijgt de achternaam Botbijl. Hoewel geboren in Geervliet brengt Arnoldus een groot deel van zijn jeugd door in Brielle. Na de lagere technische school gaat hij naar de zeevaartschool in Vlissingen en volgt daar de opleiding tot machinist. Ten tijde van de tweede wereldoorlog is Arnoldus 3de machinist aan boord van het stoomschip Rooseboom. Dit schip voer voor de KPM (Koninklijke Pakket Maatschappij). De KPM begon met het vervoer van passagiers en vracht tussen de eilanden van Nederlands Indië. Later werd dit uitgebreid met lijnen naar China, Australië en Siam. Het huidige Thailand. In februari 1942 hadden Brits Malaya (Malaisie) en Singapore zich overgegeven aan het Japanse leger. Meer dan 100.000 Britse en keizerlijke militairen waren gevangenen geworden, evenals duizenden burgers. Een paar duizend anderen ontsnapten naar het nabijgelegen Nederlands Indië en vandaar naar Australië, Ceylon of India in elk schip dat maar te vinden was. Op 26 februari 1942 vertrok de Rooseboom met Arnoldus Botbijl uit Emma haven, Padang (Sumatra) met ongeveer 500 passagiers (militairen en burgers) op weg naar Colombo, Sri Lanka. Kort voor middernacht wordt het schip opgemerkt door de Japanse onderzeeboot I-59. Luitenant Yoshimatsu torpedeert het schip in de Indische oceaan. De Rooseboom zinkt vrijwel direct.

    

Bron: 1) marhisdata / 2) googlemaps

Er kan nog één reddingsboot te water worden gelaten. Waar normaal plek is voor 28 personen zitten er nu 80. In het water klampen nog 135 mensen zich vast aan die ene reddingsboot, wrakhout of drijven in het water. Twee van deze drenkelingen worden na negen dagen opgepikt en men is in de veronderstelling dat dit de enige overlevende van deze ramp zijn. Na de oorlog wordt in 1949 tijdens een openbaar verhoor in de rechtbank van Edinburgh duidelijk wat er met de drenkelingen in de sloep is gebeurt, als Korporaal Walter Gardiner Gibson zijn verhaal doet. Na een reis van 1600 kilometer drijft de sloep op een koraalrif bij het eiland Sipora. Door het overlijden aan verwondingen, zelfmoord en moord waren er nog slecht 5 personen van de 80 in leven. Eén Javaan verdronk in de branding en twee andere Javanen verdwenen in de jungle. Gibson en de Chinese Doris Lin worden opgevangen en verzorgt door de lokale bevolking. Later zijn ze opgepakt door een Japanse patrouille. Gibson wordt weer krijgsgevangen gezet en Doris geëxecuteerd. Of Arnoldus Botbijl bij de overlevende zat of direct is overleden is niet te achterhalen. 

Arnoldus Botbijl wordt genoemd in de digitale erelijst van Gevallenen 1940-1945.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Na de oorlog wordt het pad tussen het Scharloo en de Pieter van der Wallendam vernoemd naar Arnoldus Botbijl.

L

 Arij Jan Luijendijk

Geboren: 25 mei 1919     Omgekomen: 23 december 1942, Rangoon.

          

Bron: 1) marhisdata / 2) oorlogsgravenstichting

Arij Jan Luijendijk is geboren op 25 mei 1919. Op 2 november 1938 gaat hij als dienstplichtig soldaat het leger en wordt ingedeeld bij het Regiment kustartillerie. Op 3 oktober 1939 krijgt hij een vijfjarig verbintenis voor de overzeese militaire dienst voor zowel in als buiten Europa. Hij stapt aan boord op 7 februari 1940 van het ms Dempo en vertrekt vanuit Genua naar Nederlands Indië als kanonnier 2de klasse. Na de inval wordt hij op 8 maart 1942 opgepakt in Tjimani en naar een kamp op Java gebracht.

   

Bron: 1) universiteit van washington / 2) nationaal archief

Na een reis op de Tacoma Maru komt hij 15 augustus aan in kamp III te Rangoon. Daar overlijd hij op 23 december 1942 en wordt daar begraven. Op 23 maart 1950 wordt hij herbegraven op het Nederlands Ereveld Menteng Pulo.

M

 Simon Jan Mol

Geboren: 10 mei 1913     Zeemansgraf: 24 november 1940, Atlantische Oceaan.

     

Bron: 1) marhisdata / 2) googlemaps

Simon Jan Mol is derde stuurman aan boord van het ss Ootmarsum. Het schip vertrekt op 9 novemebr 1940 in konvooi naar Engeland. Ze is geladen met ijzererts. Op 23 november wordt het konvooi ontdekt door de Duitse onderzeeboot U-100. Deze valt gedurende de dag het konvooi aan waardoor zeven schepen zinken. Het ss Ootmarsum wordt om 01:01 getorpedeerd en zinkt zo snel dat de bemanning, waaronder Hugo Jacob van Staveren (oud inwoner Brielle) geen kans heeft om in de reddingsboten te stappen. De konvooi commandant heeft zelfs niet in de gaten dat het schip gezonken is.

Na de oorlog wordt het pad langs de Schrijversdijk van de Plantage tot de tramhalte (huidige Chinees) vernoemd naar Simon Jan Mol.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

R

Angenietje Roskam van der Meer

Geboren: 28 november 1916, Oostvoorne     Omgekomen: 04 maart 1943, Brielle.

Eigendom: 1) Dhr. J. Roskam

Angenietje van der Meer trouwt op 4 augustus 1939 in Nieuwenhoorn met Jacob Roskam. Ze wonen in de Langestraat 66, waar op 4 maart bommen neerkomen. Angenietje Roskam van der Meer komt onder het puin van haar huis terecht en overleefd het niet. Haar twee kinderen en een buurmeisje die bij haar in huis schuilt overleven de ramp. Ze is één van de acht volwassenen die omkomen. Zie ook Bommen op Brielle.

S

Wilhelmus Cornelis Simons

Geboren: 14 februari 1872     Omgekomen: 05 januari 1941,Brielle.

Wilhelmus Cornelis Simons (schilder van beroep) woont met zijn vrouw Gijsberta Johanna Smeent in de Langestraat 11. Op zaterdagavond 4 januari 1941 wordt hij ongewild het slachtoffer van de oorlog.

In het boek Voorne en Putten in Tijd Van Oorlog, gebundelde brieven van L. van der Knoop, wordt gesproken over veelvuldig bezoek van de RAF en het eerste oorlogsslachtoffer door een licht parachute.

De Brielsche Courant van 7 januari vermeld:

Bron: 1) streekarchief vpr

V

Cornelis Pieter van der Veer

Geboren: 16 juni 1920     Omgekomen: 12 september 1943, Düsseldorf. 

Bron: 1) Herr Stefan Bellgardt

Cornelis Pieter van de Veer is kantoorbediende bij de PTT en woont op Maarland NZ 3. Hij wordt op 6 december 1943 via de arbeitseinsatz ingezet als beamte op het postkantoor van station Munster, Westfalen. Tijdens een bombardement is hij omgekomen en wordt begraven op het Waldfriedhof Lauheide. In 1955 wordt hij herbegraven op het Nederlands Ereveld in Dusseldorf.

Na WW2

M

 Willem Mol

Geboren: 27 juni 1926     Omgekomen: 12 februari 1951, Hoensong Korea.

     

Bron: 1) oorlogsgravenstichting / 2) nationaal archief

In januari 1950 keert Wim Mol terug uit Indonesië, waar hij sinds 1946 in dienst was bij de verbindingsdienst. In september 1950 tekent hij als vrijwilliger bij het Nederlands Detachement Verenigde Naties. Hij is sergeant bij het Regiment van Heutsz en verbindingsmedewerker bij de Stafcompagnie. In deze eenheid bevind zich ook dorpsgenoot Johannes Josephus Zwart. Direct na aankomst worden de manschappen naar het front gestuurd waar men vecht tegen het oprukkende communisme. Op 11 februari wordt de compagnie verrast door een aanval van het Chinese Volksleger. Er volgt een bloedige strijd, waarin hij sneuvelt. Hij is begraven op de Erebegraafplaats van de Verenigde Naties in Busan.

Willem Mol wordt genoemd in de lijst van gevallenen 1945-heden en op het Indië monument in Brielle.

T

 Hermanus Izaak Troost

Geboren: 09 april 1928, Den Helder     Omgekomen: 23 augustus 1948, Tjigelan.

     

Bron: 1,2) oorlogsgravenstichting

Na het slagen voor het HBS-B examen gaat Hermanus Izaak Troost in dienst en komt bij de Grenadiers. Begin 1948 vertrekt hij naar Nederlands-Indië en wordt ingedeeld bij het 4de compagnie 5de bataljon 7de regiment infanterie. Daar wordt hij bevorderd tot 2de luitenant . Op 22 augustus 1948 gaat hij met een kleine patrouille naar Tjigelam. Het vermoeden bestaat dat een berucht plaatselijk bendehoofd bij een wajangvoorstelling aanwezig zal zijn. Een hinderlaag wordt opgezet en Hermanus Troost bevindt zich tussen het publiek. In de kampong wordt de patrouille verrast door een aanval van de bende. Herman Troost wordt door de vluchtende mensen meegevoerd. Een later uitgezonden patrouille vindt zijn verminkte lichaam met een afgesneden hoofd met één of twee schotwonden door het hoofd terug. Hij is op 23 augustus 1949 begraven op het Nederlands Ereveld Menteng Pulo.

     

Bron: 1) De Locomotief 27-08-1948/ / 2) Nederlands Indië monument

Hermanus Izaak Troost wordt zowel genoemd op een plaquette die op de gedenktafels bij het Nationaal Indië-monument 1945-1962 als bij het Monument voor Vredesoperaties ligt.

Z

 Johannes Josephus Zwart

Geboren: 24 mei 1929     Omgekomen: 15 februari 1951, Manyong Korea.

          

Bron: 1) oorlogsgravenstichting / 2) nationaal archief / 3) ministerie van defensie

In september 1949 gaat Johannes Josephus Zwart als dienstplichtige naar Indonesië. Na de soevereiniteitsoverdracht blijft hij daar gelegerd tot hem in oktober 1950 gevraagd wordt te tekenen voor Korea. Als korperaal van het regiment van Heusz is hij bij de slag om Hoengsong van 11 februari, waarbij dorpsgenoot Willem Mol omkomt. Even verderop ligt Heuvel 325 welke van groot strategisch belang is. Een Amerikaanse elite-compagnie is door Chinezen van de heuvel verdreven en het Nederlandse bataljon krijgt de opdracht deze positie tot elke prijs te hernemen. Door zijn op zeer bekwame wijze geleide mortiervuur, zonder dat er dekking voor hem aanwezig was, heeft de eenheid na twee mislukte pogingen de ingegraven vijand bij de derde aanval van de heuvel te verdreven. Tijdens de laatste bestorming is hij gesneuveld. Hij is begraven op de Erebegraafplaats van de Verenigde Naties in Busan. 

Johannes Josephus Zwart wordt genoemd in de lijst van gevallenen 1945-heden en op het Indië monument in Brielle. Hij is 1951 postuum onderscheiden met het Bronzen kruis.

 
TOP

Omgekomen tijdelijke inwoner

 Jan Nienhuis

Geboren: 31 maart 1910     Woonplaats: Wildervank     Omgekomen: 26 juni 1941, Brielle.

        

Bron: 1) oorlogsgravenstichting / 2) utrechtsch nieuwsblad 30-06-1941 / Eigendom: 3) Bevrijdingsfestival Brielle

Jan Nienhuis, getrouwd en vader van een zoon, is sergeant 10de Regiment motor artillerie. Hij is tijdelijk in Brielle geplaats om een door de RAF afgeworpen bom die in de haven terecht is gekomen op te ruimen. Op 26 juni rond 13:15 is hij bezig met het ontmantelen van de pantsergranaat in de werkplaats onder de woning van Dhr. Smit in de Vischstraat 8. Hij was waarschijnlijk in de veronderstelling dat de granaat geen gevaar meer opleverde en tijdens de demontage gebruikt hij als verlichting een benzinelamp. De granaat ontploft en Jan Nienhuis wordt dodelijk aan het hoofd verwond. Dhr. Smit had slechts lichte verwondingen. Jan Nienhuis is begraven in Baarn op de Nieuwe Algemene begraafplaats  Wijkamplaan. Zijn graf is in de jaren 90 geruimd.

 
TOP

Omgekomen oud Inwoners

In Brielle geboren personen (verhuisd) die niet meer thuis gekomen zijn ten gevolge van oorlogshandelingen.

Voor WW2

 Frederik Scheffers

Geboren: 25 juni 1884     Woonplaats: Rotterdam     Zeemansgraf: 17 november 1939, Atlantische Oceaan.

 

     

Bron: 1,2) marhisdata / googlemaps

Frederik Scheffers is aangemonsterd als chef-hofmeester aan boord van de tanker Sliedrecht welke in oktober 1939 vanuit Abadan (Iran) met een lading brandstof vertrekt om via Gibraltar naar Trondheim en Svalgar (Noorwegen) te varen. In Gibraltar wordt duidelijk gemaakt dat het schip eerst in Kirkwall (westkust Engeland) door de douane gecontroleerd moet worden. Op 16 november wordt het schip gestopt door de Duitse U-28. De bemanning moet de scheepspapieren tonen. Met een sloep gaan vijf opvarende naar de onderzeeboot. Na 5 minuten krijgt men te horen dat ze 30 minuten hebben om het schip te verlaten. Alhoewel Nederland neutraal is, besluit de onderzeebootkapitein om de Sliedrecht te torpederen. Vanwege het slechte weer roeit de bemanning in 25 minuten terug naar de Sliedrecht. De overige 26 opvarende strijken de tweede sloep en verlaten het schip. Om 21:50 treft een torpedo het schip. De twee reddingssloepen verliezen elkaar uit oog in het donker. De sloep met de vijf bemanningsleden bereikt op 23 november de kust bij Bara Head. Daar worden ze door een Britse vissersboot gered. De uitgeputte bemanning wordt naar het ziekenhuis in Oban (Schotland) gebracht. Van de tweede reddingssloep met daarin Frederik Scheffers en Machiel Janse Dubbeld (oud inwoner Hellevoetsluis) is nooit meer wat teruggevonden.

Tijdens WW2

B

 Adrianus Bakker

Geboren: 19 april 1889     Woonplaats: Rotterdam     Omgekomen: 26 december 1943, Rotterdam.

Bron: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Adrianus Bakker is als stoker in dienst bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland. Na zijn overlijden in Rotterdam wordt hij begraven op de begraafplaats Crooswijk. Onbekend is of hij door toedoen van de bezetter is overleden. Hij wordt rond 1960 herbegraven (graf D-160) op het Ereveld te Loenen.

 Jan den Bakker

Geboren: 18 augustus 1915     Woonplaats: Maassluis     Zeemansgraf: 17 maart 1943, Atlantische Oceaan.

     

Bron: 1,2) marhisdata / googlemaps

Matroos a/b van het stoom vrachtschip Alderamin, eigendom van de Rotterdamse rederij van Nievelt Goudriaan & Co. Sinds 1940 vaart de Alderamin alleen of in konvooi over de wereldzeeën. Op 5 maart vertrekt ze in een konvooi van 65 schepen vanuit New York naar Liverpool. Op 16 maart worden ze midden op de Atlantische oceaan ontdekt door de U-338. Deze vuurt net na middernacht een torpedo af op het konvooi. De Alderamin wordt midscheeps geraakt en krijgt slagzij en de bemanning verlaat het schip. Eén van de sloepen is beschadigd en maakt door hoge golven al gauw water. Jan den Bakker, die in deze sloep zit, overlijdt in de nacht door ontbering. 15 opvarenden van de 64 komen om.

Jan den Bakker wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

 Cornelis Johannes Beekman

Geboren: 09 novermber 1884     Woonplaats: Rotterdam     Zeemansgraf: 26 februari 1941, Atlantische Oceaan.

     

Bron: 1,2) marhisdata / googlemaps

Aangemonsterd als stoker aan boord van het stoomschip Beursplein vertrekt het schip in ballast op 24 februari 1941 vanuit Gourock (Schotland) naar New York. Op 26 februari wordt het konvooi aangevallen door de U-47 en Focke Wulf-200 Condor vliegtuigen. Acht schepen vergaan. Bij deze eerste aanval. Op 28 februari wordt de Beursplein opnieuw gebombardeerd. Nadat er brand uitbreekt verlaat de bemanning het schip. Eén vlot en reddingssloep met opvarenden worden gered. Een tweede sloep met 20 bemanningsleden wordt niet meer teruggevonden. 22 bemanningsleden van de 34 overleven deze aanval niet.

Cornelis Johannes Beekman wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

 Sientje Bendien-Monnikendam

Geboren: 12 juni 1873     Woonplaats: Den Haag / Amsterdam     Vermoord: 30 april 1943, Sobibor.

Bron: 1) arolsen archief

Sientje Bendien Monnikendam woonde op de Eikstraat 34 in Den Haag. Op 1 februari 1943 werd ze door de Duitsers gedwongen om naar Amsterdam te verhuizen, waar ze op de Muiderschans 91 (Sarphatiestraat) terecht kwam. Ruim 1 maand later, op 17 april, is ze afgevoerd naar kamp Westerbork en vastgezet in barak 68. Op 27 april wordt ze op het 9de transport gezet naar Sobibor. Daar is ze één van de 1204 personen die direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd.

Ze is de zus van Eva Hartogensis Monnikendam, Hartog Monnikendam en Rebekka Monnikendam (oud inwoners Brielle).

 Flora van den Berg

Geboren: 25 december 1864     Woonplaats: Den Haag     Vermoord: 11 december 1942, Auschwitz.

 Cornelia Josephina Blitz-Phillipse

Geboren: 28 juli 1879     Woonplaats: Den Haag     Vermoord: 15 oktober 1942, Auschwitz.

In 1912 trouwt ze met David Blitz. Hij krijgt in 1913 een baan in Hanover, waarna ze zich daar vestigen. In 1915 wordt hun dochter Sara Jeanette geboren. Het gehele gezin is in Auschwitz vermoord

Ze is een dochter van Joseph Salomon Philipse (✝︎ 1923) en Jannetje van Buren (Brielle). De zus van Salomon Joseph, Jacob Joseph, Mozes Joseph, Eva Josephina, Elisabeth Josephina, Philipina Josephina (Brielle), David Joseph en Barend Karel Joseph (oud Brielle).

Johanna Maria Bolte-Welman

Geboren: 4 januari 1888     Woonplaats: Batavia     Omgekomen: 27 juni 1945, Djakarta.

Johanna Maria trouwt op 9 mei 1888 met Pieter Adrianus Cornelis Bolte, 2de luitenant-kwartiermeester bij het Oost Indische leger. Op 20-jarige leeftijd verhuist ze vanuit Brielle naar Nederlands-Indië. In 1918 overlijdt haar oudste zoon (Pieter Adrianus Cornelis Bolte) die ter plaatse wordt begraven. Tijdens de oorlog worden zij en haar dochter opgepakt door de Japanse bezetter en zitten ze eerst enige maanden in de gevangenis Bantjeu en daarna in het vrouwenkamp Tjihapit te Bandung. Niet veel later worden ze naar Djakarta gebracht waar Johanna naar het interneringsziekenhuis Bidara Tjina wordt gebracht. Op 27 juni 1945 overlijdt ze in het kamp Sint Vincentius aan uitputting en wordt begraven op de begraafplaats Tjitamboeran. Na de oorlog laat de familie haar herbegraven en wordt ze bijgezet in het graf van haar zoon die al op de begraafplaats van Tjitamboeran begraven ligt.

 Leendert Bravenboer

Geboren: 28 december 1899     Woonplaats: Koetaradja     Omgekomen: 03 augustus 1943, Khon Khan.

          

Bron: 1,2) oorlogsgravenstichting / 3) nationaal archief

Leendert Bravenboer gaat in dienst op 30 januari 1918. Hij vervult zijn diensttijd bij de KNIL tot 30 juni 1930. Hij trouwt op 29 oktober 1930 met A.M. Djoemasih, waar hij 5 kinderen mee krijgt. Hij keert twee keer terug naar Nederland en vestigt zich in juli 1939 in Koetaradja op Sumatra. Op 16 maart 1942 wordt hij daar gearresteerd en vastgezet. Bijna een jaar later op  21 januari 1943 arriveert hij in kamp 55 Tambaya. Daar moet hij meewerken aan de Birma spoorlijn. Dit kamp ligt 55 kilometer van Thanbyuzayat. Hij wordt op 1 juni ziek en overlijd aan dysenterie op 3 augustus om 12:40 in het ziekenhuis van Khon Khan. Hij wordt begraven in Thanbyuzayat. Later herbegraven op het Nederlands Ereveld Thanbyuzayat.

Leendert Bravenboer wordt genoemd op het Birma - Siam en Pakan Baroe Spoorwegen monument te Arnhem en in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

Frans van den Brink

Geboren: 04 maart 1923     Woonplaats: Wageningen     Omgekomen: onbekend.

Bron: 1) arolsen archief

Frans van den Brink is student medicijnen en wordt op 15 februari 1944 gearresteerd in Bergharen en geboekt als politiek Hollander. Op 18 april wordt hij vanuit Amersfoort op transport gezet naar Buchenwald. Hij wordt tewerkgesteld in de Siebel Flugzeug Werke. Begin augustus 1944 is hij ziekgemeld en heeft een maagontsteking en diarree. Op 16 november 1944 wordt hij en nog 50 andere uit Buchenwald ontslagen. Op zijn persoonskaart staat vermeld dat dit door de actie terugstroom (Aktion Rückflute) is gebeurd. Zijn persoonlijke bezittingen zijn i.v.m. vijandelijk optreden vernietigd (durch feindeinwirkung vernichtet). Hierna zijn er geen gegevens meer te vinden. De plaats en datum van overlijden zijn onbekend.

C

 Cornelis Abraham Casteleijn

Geboren: 05 oktober 1911     Woonplaats: Den Haag     Omgekomen: 13 mei 1940, Grebbenberg.

     

Bron: 1,2) oorlogsgravenstichting / onbekend

Cornelis Casteleijn is kantoorbediende van beroep. Als dienstplichtig soldaat heeft hij de rang van sergeant. Hij is ingedeeld bij 2-I-24-R.I. (2de Compagnie 1ste Bataljon 24ste Regiment infanterie). Hij sneuvelt als de stelling waar hij inzit van twee kanten door de Duitsers wordt aangevallen met handgranaten. Op 17 mei 1940 wordt zijn lichaam gevonden. De gesneuvelden zijn begraven in het algemeen krijgsmansgraf op de Grebbeberg. In 1942 is Cornelis Abraham Casteleijn herbegraven in een privé graf op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Hij heeft postuum het oorlogsherinneringskruis met gesp Nederland mei 1940 ontvangen.

Cornelis Abraham Casteleijn wordt genoemd op het monument voor Grenadiers en Jagers te Schaarsbergen en in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

 Johanna Cohen

Geboren: 05 januari 1883     Woonplaats: Assen     Vermoord: 29 oktober 1942, Auschwitz.

 Joseph Cohen

Geboren: 13 september 1877     Woonplaats: Amersfoort     Vermoord: 26 januari 1943, Auschwitz.

Joseph Cohen is de broer van Roosje Bloeme Serlui Cohen, Esther Cohen en Michel Cohen (Brielle).

 Rebekka Cohen-Gazan

Geboren: 16 oktober 1892     Woonplaats: Amsterdam     Vermoord: 05 maart 1943, Sobibor.

Rebekka Cohen Gazan is de zus van Reintje Gazan, Sara Gazan, Louisa Gazan, Louis Gazan, Simon Gazan en Izaäk Gazan (Brielle).

 Rozetta Sophia Content-Levie

Geboren:28 augustus 1888    Woonplaats: Hilversum     Vermoord: 13 november 1942, Auschwitz.

Eigendom: 1) Mevr. R. de Leeuw van Weenen

Rozetta Sophia Content Levie is de zus Sophia Emma Clara van Dijk Levie, Antje Mathilda Wolff Levie, Nathan Jonas Levie, Pienas Jacob Levie en Gustav Emanuël Julius Levie (Zuidland).

D

 Sophia Emma Clara van Dijk-Levie

Geboren: 21 november 1890     Woonplaats: Delft     Vemoord: 19 oktober 1942, Auschwitz.

Eigendom: 1) Mevr. R. de Leeuw van Weenen

Sophia Emma Clara van Dijk Levie is de zus Rozetta Sophia Content Levie, Antje Mathilda Wolff Levie, Nathan Jonas Levie, Pienas Jacob Levie en Gustav Emanuël Julius Levie (Zuidland).

Franciscus Job Adrianus (Frans) Duijkers

Geboren: 24 februari 1909     Woonplaats: Wijk aan Zee / Beverwijk     Gexecuteerd: 20 september 1944, Arnhem

     

Eigendom: 1) Mevr. S. Duijkers / Bron 2) arolsen archief

Frans Duijkers is monteur van beroep. Begin april wordt hij opgepakt op verdenking van zwarthandel en vastgezet op het politiebureau te Beverwijk. Van zijn werk had hij brandstof meegenomen en bij boeren geruild voor voedsel. Na zijn arrestatie wordt hij overgebracht naar Kamp Amersfoort waar hij op 6 april wordt ingeschreven. 15 augustus 1944 bombardeert de RAF het vliegveld Deelden. Voor de reparatie worden gevangenen uit kamp Amersfoort ingezet. Twee weken later wordt het vliegveld wederom gebombardeerd met onder andere tijdbommen. Door de consternatie die hierop ontstaat weet hij, Georg Deelman, Hendrik van Mill en Henk Heuning en nog een aantal gevangenen te vluchten. Frans Duijkers duikt onder bij een boerenfamilie. Op 17 september begint de slag om Arnhem. Op 18 september krijgt Frans en mede onderduiker burgerkleding en gaan ze op weg richting Otterlo. Onderweg lopen ze in de armen van een Duitse patrouille. Zonder papieren worden ze als spion aangezien en voorgeleid aan Obergruppenführer Rauter. De vier worden ’s avonds naar de bosrand van park Sonsbeek gebracht. Bij de executieplaats breekt er paniek uit en de mannen proberen te vluchten. Frans Duijkers, die nog houten kampklompen draagt, kan niet snel genoeg wegkomen en wordt ter plekke doodgeschoten en later in de berm begraven. Na de oorlog wordt mede op aanwijzing van de overlevende Deelman de graven van Duijkers en Mill gevonden. Ze worden herbegraven op de begraafplaats Moscowa te Arnhem. Zijn graf is reeds geruimd.

Het uitgebreide verhaal is te lezen op: De vergeten executie, geschreven door Dhr. J. Diender.

Franciscus Job Adrianus Duijkers wordt genoemd op het oorlogsslachtoffers monument te Wijk aan Zee.

E

  Jacobus van Eijsden

Geboren: 11 april 1900     Woonplaats: Tjihami     Omgekomen: 13 augustus 1943, Birma.

          

Bron: 1,2) oorlogsgravenstichting / 3) nationaal archief

Jacobus van Eijsden zat bij de KNIL als soldaat artillerie en in het Indische verzet. Op 8 maart 1942 wordt hij opgepakt door de japanse bezetter. Hij is naar Birma gebracht om aan de Birma spoorlijn te werken en zat vast in kamp kilo 80. Na zijn overlijden is hij begraven in Thanbyuzahat. Later is hij herbegraven op het Nederlandse Ereveld Thanbyuzahat.

Jacobus van Eijsden wordtgenoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

G

 Louis Gazan

Geboren: 11 mei 1894     Woonplaats: Rotterdam     Vermoord: 03 april 1944, Rotterdam.

Louis Gazan is de broer van Reintje Gazan, Sara Gazan, Louisa Gazan, Rebekka Gazan, Simon Gazan en Izaäk Gazan (Brielle).

 Louisa Gazan

Geboren: 22 maart 1886     Woonplaats: Den Haag     Vermoord: Sobibor.

Louisa Gazan is de zus van Reintje Gazan, Sara Gazan, Rebekka Gazan, Louis Gazan, Simon Gazan en Izaäk Gazan (Brielle).

 Reintje Gazan

Geboren: 25 april 1881     Woonplaats: Den Haag     Vermoord: 20 maart 1943, Sobibor.

Reintje Gazan is de zus van Sara Gazan, Louisa Gazan, Rebekka Gazan, Louis Gazan, Simon Gazan en Izaäk Gazan (Brielle).

 Sara Gazan

Geboren: 28 augustus 1883     Woonplaats: Den Haag    Vermoord: 05 maart 1943, Sobibor.

Sara Gazan is de zus van Reintje Gazan, Louisa Gazan, Rebekka Gazan, Louis Gazan, Simon Gazan en Izaäk Gazan (Brielle).

 Kaatje Gompertz-Goudsmit

Geboren: 01 december 1862     Woonplaats: Amsterdam     Vermoord: 22 oktober 1943, Auschwitz.

 Nicodême (Nelis) Guilonard

Geboren: 29 juni 1904     Woonplaats: Engeland     Omgekomen: 21 april 1945, Torstedlund Skov forest, Denemarken.

     

Bron: flensted

Nelis Guilonard wordt op 29 juni 1904 geboren in Brielle. Hij is het zevende kind van Pieter Guilonard en Neeltje Kraak. Na de HBS volgt hij de officiersopleiding van de Koninklijke marine. In 1925 krijgt hij de aanstelling Luitenant-ter-zee derde klasse en vertrekt naar Nederlands- Indië. Begin 1929 keert hij terug naar Nederland en verandert zijn voornaam op 18 februari van Nelis naar Nicodême. Op eigen verzoek wordt hij ingedeeld bij de Marine Luchtvaartdienst. Daar behaalt hij zijn brevetten voor vliegtuigmitrailleurschutter, waarnemer en vlieger. Hij trouwt in 1931 met Wilhelmina Dorothea van Hoogstraten, waarmee hij vier kinderen krijgt. Kort na het huwelijk vertrekken ze samen naar Nederlands - Indië. In 1934 keren ze met hun twee kinderen terug naar Nederland. Na gewerkt te hebben in Duitsland en wederom een terugkeer naar Nederlands - Indië, verhuist het gezin naar de Verenigde Staten. Eerst als inkoper van militair materieel voor de Marine Luchtvaart Dienst. In 1942 wordt hij overgeplaatst naar Jackson, Mississippi, en aangesteld als vlieginstructeur bij de Royal Netherlands Military Flying School. Hij voert het bevel over de Advanced Training Twin Engine op de Lockheed 12 en Beechcraft AT-11 en daarna de operationele training op de B-25 Mitchell. Ondanks dat hij ook belast is met de torpedo opleiding volgt hij de gevechtstraining op de B-25. In 1943 krijgt hij de opdracht om de geallieerde vliegtuigopleiding onder de loep te nemen. Tijdens deze taak wordt hij in 1944 door het ministerie van Marine teruggeroepen naar Engeland. Hij moet daar de wederopbouw van de Marine Luchtvaart Dienst gaan voorbereiden. Nadat ook zijn vrouw met vier kinderen naar Engeland zijn gekomen, word hij overgeplaatst naar Schotland. Op vier september wordt hij gedetacheerd bij het 206 squadron. In november 1944 volgt hij een aanvullende opleiding bij de 1674 Heavy Conversion Unit. Begin 1945 mag hij uiteindelijk op missie als gezagvoerder. Na tien geslaagde patrouillevluchten wordt de elfde hem noodlottig. Op 20 april 1945 om 11 minuten over acht ’s avonds vertrekt de B-24 Liberator vanaf het Schotse vliegveld Leuchars. De elf koppige bemanning is onder leiding van Luitenant ter zee eerste klasse Nicodême Guilonard begonnen aan een nieuwe gevechtsmissie.

     

Bron: flensted

De Russen staan aan de poort van Berlijn. De oorlog is bijna voorbij en Duitse onderzeeboten trachten een veilig heen komen te zoeken. Kort na middernacht gaat het fout. De Liberator stort, door onbekende oorzaak neer in het Torstedlund Skov bos ten zuiden van Aalborg. Het toestel explodeert bij inslag. Er zijn geen overlevenden. De Duitse bezetter begraaft de bemanning in een veldgraf. Deze wordt pas na twee jaar weer teruggevonden, waarna de omgekomen bemanning hun laatste rustplaats krijgen op de begraafplaats van Aarestrup.

Nicodême Guilonard wordt genoemd op het gedenkteken luchtvarende in Soest.

H

 Frederica Haas-Levinson

Geboren: 22 september 1876     Woonplaats: Den Haag     Vermoord: 26 februari 1943, Auschwitz.

 Henriëtte Haber-Jacobs

 Geboren: 26 december 1898     Woonplaats: Dordrecht     Vermoord: 19 november 1942, Auschwitz.

Henriëtte Haber Jacobs is de zus van Emanuel Jacobs, Salomon Jacobs en Wilhelmina Helena Paulina Maria jacobs.

 Pieter van Hal

Geboren: 28 augustus 1872     Woonplaats: Bandung     Omgekomen: 27 mei 1945, Ambarawa kamp 7.

     

Bron: 1) oorlogsgravenstichting

Pieter van Hal is gepensioneerd luitenant-kolonel militaire administratie en word in Ambarawa kamp 7 vastgezet. De voeding werd steeds minder en slechter. Op 13 mei wordt hij overgebracht naar de ziekenzaal waar hij de 27ste om 11 uur overleed aan ondervoeding, buikloop en dysenterie. Hij wordt begraven te Ambarawa. Pieter van Hal is op 16 januari 1951 herbegraven op het Nederlands Ereveld Menteng Pulo.

 Eva Hartogensis-Monnikendam

Geboren: 12 november 1875     Woonplaats: Den Haag     Vermoord: 11 juni 1943, Sobibor.

Bron: 1) arolsen archief

Eva Hartogensis Monnikendam woonde op de Eiklaan 34 in Den Haag. Ze arriveert op 19 februari 1943 in kamp Westerbork. Op 8 juni gaat ze met het 15de transport naar Sobibor. Daar is ze één van de 3017 personen die direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd

Ze is de zus van Hartog Monnikendam, Rebekka Monnikendam en Sientje Bendien Monnikendam (oud inwoners Brielle).

Gerard Hermans

Geboren: 24 augustus 1910     Woonplaats: Ouddorp     Omgekomen: 18 april 1945, kamp Neuengamme.

     

Bron: 1) katwijkinoorlog / 2) arolsen archives

Op 1 januari 1942 wordt Gerard Hermans geïnstalleerd als burgemeester van Ouddorp. Wegens zijn houding naar de Duitse bezetter toe, wordt hij in augustus alweer vervangen door een NSB aanhanger. Wel wordt hem de functie van burgemeester aangeboden in de gemeente Rijnsburg. Daar helpt hij het verzet met de verstrekking van persoonsbewijzen. Door verraad wordt hij op 3 februari 1944 gearresteerd en naar Scheveningen gebracht. Na een verblijf in kamp Amersfoort wordt hij op 2 februari 1945 overgeplaatst naar Wöblingen. Dit is een onderdeel van het concentratiekamp Neuengamme. Op 18 april 1945 overlijdt hij aan een longontsteking.

Gerard Hermans wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

 Leendert van der Hoeven

Geboren: 25 november 1911     Woonplaats: Rotterdam     Overleden: 11 juli 1940, Weymouth, Dorsetshire.

     

Bron: 1) marhisdata / 2) oorlogsgravenstichting

Matroos Leendert van der Hoeven en nog 10 bemanningsleden ontsnappen met het motorschip Mies op 15 mei naar Engeland. Op 10 juli vertrek het schip in konvooi vanuit Southend naar Porthleven. In de ochtend van 11 juli wordt een in de buurt varend groot schip door vliegtuigen aangevallen. Om dekking te zoeken zetten de drie kleine schepen koers naar de kust om dekking te zoeken. Het MS Mies wordt niet veel later door de Duitse vliegtuigen aangevallen en met bommen en machinegeweervuur bestookt. Leendert van der Hoeven raakt zwaargewond door bomscherven. Na aankomst in Weymouth overlijdt hij onderweg naar het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Hij is begraven op het Nederlands ereveld Mill-Hill.

J

 Emanuel Jacobs

Geboren: 13 oktober 1897     Woonplaats: Rotterdam     Vermoord: 11 juni 1943, Sobibor.

     

Bron: 1) stadsarchief Rotterdam / 2) arolsen archief

Emanuel Jacobs woont op de W. Buytenwechtstraat 120 a en is kantoorbediende van beroep. Hij wordt op 29 mei 1942 in bewaring gesteld voor de Sicherheitspolitzei en 5 juni 1942 weer vrijgelaten. Op 22 april 1943 komt hij aan in kamp Vught en een maand later, 20 mei, wordt hij doorgestuurd naar kamp Westerbork waar hij vastgezet wordt in barak 57. Hij wordt op het 15de transport gezet naar Sobibor. Daar is hij één van de 3017 persponen die direct na aankomst naar de gaskamer wordt afgevoerd.

Emanuel Jacobs is de broer van Henriëtte Haber Jacobs, Salomon Jacobs en Wilhelmina Helena Paulina Maria Jacobs (oud inwoners Brielle).

 Salomon Jacobs

Geboren: 11 november 1906     Woonplaats: Amsterdam     Vermoord: 31 augustus 1943, Auschwitz.

Salomon Jacobs is de broer van Henriëtte Habers Jacobs, Emanuel Jacobs en Wilhelmina Helena Paulina Maria Jacobs.

 Wilhelmina Helena Paulina Maria Jacobs

Geboren: 31 augustus 1900     Woonplaats: onbekend     Vermoord: 30 september 1942, Auschwitz.

Wilhelmina Helena Paulina Maria Jacobs is de zus van Henriëtte Habers Jacobs, Emanuel Jacobs en Salomon Jacobs.

K

William Harry Leonard Kampman

Geboren: 02 juni 1894     Woonplaats: Nijmegen     Omgekomen: 31 januari 1945, Holzen.

     

Bron: 1,2) oorlogsgravenstichting

William Harry Leonard Kampman zat in het verzet. Na verraad werd hij op 17 mei 1941 gearresteerd bij het verstoppen van mitrailleurs en munitie in Reek bij Grave. Via de strafgevangenis Scheveningen werd hij overgebracht naar een gevangenis in Rheinbach bij Bonn. Eind 1944 werd hij getransporteerd naar Holzen, een Aussenlager van Tuchthuis Hameln. Hij is overleden in Zuchthaus Holzen na afschuwelijke afbeuling op 31 januari 1945.

William Harry Leonard Kampman wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

 Hendrik Kans

Geboren: 11 mei 1895     Woonplaats: Bandoeng     Zeemansgraf: 18 september 1944, Indische Oceaan.

          

Bron: 1) powtaiwain.org / 2) nationaalarchief / 3) googlemaps

Hendrik Kans, militair luchtvaart KNIL sergeant, wordt op 8 maart 1942 gearresteerd door Japanners in Bandung. Op 16 september 1944 wordt hij met nog 2300 krijgsgevangenen en 4200 Javaanse Romusha's (krijgsgevangenen/werkslaven) aan boord gezet van de Junyo Maru. Dit schip zou de krijgsgevangenen naar Sumatra brengen voor de bouw van de Pekanbaru-spoorweg van Pekanbaru naar Muaro. Op 18 september ontdekte de Engelse onderzeeboot Tradewind de Junyo Maru. Omdat het schip geen rode kruis op de huid had werden vier torpedo's afgeschoten. Twee raakten de Junyo Maru welke na 20 minuten zonk. Hierbij kwamen ruim 5600 gevangenen om, waaronder oud inwoners Johan Marinus Adriaan de Ruijter (Brielle), Willem Cornelis Termijn (Hellevoetsluis), Cornelis Buurmeester (Nieuw-Helvoet), Alfred Goudswaard, Cornelis Wageveld (Rockanje) en Egbert Quispel (Spijkenisse). 

 Kleis Ketting

Geboren: 28 mei 1919     Woonplaats: Rotterdam   Omgekomen: 06 april 1945, Leipzig.

          

Bron: 1,2) oorlogsgravenstichting / Eigendom: 3) Bevrijdingsfestival Brielle

Als oud-militair (22 Reg. inf.) in juli 1943 via Amersfoort naar Stalag IV-b Mülberg gebracht. In augustus 1943 overgebracht naar Arbeitskommando Grünlichtenberg-Beiersdorf en daarna naar Arbeitskommando HASAG in Leipzig. Na bombardementen werd de fabriek waar hij werkte stilgelegd. De krijgsgevangenen moesten puinruimen in Leipzig. Tijdens een bombardement zaten zij in een schuilkelder welke werd getroffen en instortte. 15 Nederlandse en 10 buitenlandse krijgsgevangen kwamen om. Kleis Ketting is in 1948 herbegraven in Rotterdam op de Zuiderbegraafplaats en in 1956 verplaatst naar het Erehof der oorlogsslachtoffers op begraafplaats Crooswijk.

Kleis Ketting wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

Jacob Kwak

Geboren: 29 december 1891     Woonplaats: IJmuiden     Omgekomen: 03 februari 1945, kamp Flossenbürg.

Jacob Kwak is vanwege de arbeitseinsatz in Duitsland terecht gekomen. Hij komt om in het concnetratiekamp Flossenbürg.

L

Willem Lankhorst

Geboren: 07 februari 1892     Woonplaats: Java     Omgekomen: 19 juli 1945, Jatinegara.

Bron: 1) oorlogsgravenstichting

Willem Lankhorst trouwt met de in Poerwaredjo geboren Charlotte Francoise Picard. Hij wordt in 1918 benoemd tot veearts b/d burgerlijke veeartsenijkundige dienst. Gedurende zijn functie (gouvernement veearts) is hij op verschillende plaatsen op Java gestationeerd geweest. In 1939 wordt hij gestationeerd in Batavia. Willem Lankhorst wordt vastgezet in Tjimahi en later naar Meester Cornelis (Jatinegara), stadsdeel in Jakarta, gebracht. Als hij ziek wordt hij naar het burgerkamp Sint Vincentius (oud weeshuis). Daar overlijdt hij op 19 juli 1945 en wordt begraven op de gemeentelijke begraafplaats in de wijk Petamburan. In augustus 1951 wordt hij herbegraven op het Nederlands Ereveld Menteng Pulo.

 Nathan Jonas Levie

Geboren: 01 mei 1894     Woonplaats: Amsterdam     Vermoord: 16 juli 1943, Sobibor.

    

Eigendom: 1) Mevr. R. de Leeuw van Weenen / Bron: 2) arolsen archief

Nathan Jonas Levie trouwt op 2 september 1931 met Anna Drieduite. Hij is van beroep handelsreiziger. Ze verhuizen op 3 september 1935 naar de Niersstraat 37 I en op 29 juni 1936 naar de Biesboschstraat 58 II. in Amsterdam. Ze krijgen twee kinderen, Bertha Levie (25 september 1933) en Alexander Meijer Levie (19 september 1939). Op 1 december 1942 verhuizen ze naar de Louis Bothastraat 2 I. Daarvandaan wordt het gezin op 20 juni 1943 afgevoerd naar kamp Westerbork en gevangengezet in barak 6. Op 13 juli 1943 worden ze (met zijn broer Pienas Jacob en schoonzuster Wilhelmina Levie) met het 18de transport gedeporteerd naar Sobibor. Daar is hij één van de 1988 personen die direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd.

Hij is de broer van Pienas Jacob Levie (Zuidland), Rozetta Sophia Content Levie, Antje Mathilda Wolff Levie, Sophia Emma Clara Dijk Levie (oud inwoners Brielle) en Gustav Emanuël Julius Levie (Zuidland).

 Pienas Jacob Levie

Geboren: 09 september 1887     Woonplaats: Zuidland / Amsterdam     Vermoord: 16 juli 1943, Sobibor.

     

Eigendom: 1) Mevr. R. de Leeuw van Weenen / Bron: 2) arolsen archief

Pienas jacob Levie is getrouwd met Wilhelmina Levie. Ze hebben twee kinderen en wonen in Zuidland. Na zijn arrestatie wordt hij gehuisvest op de Louis Bothastraat 2 I. Op 11 december 1942 wordt hij in kamp Westerbork in barak 66 vastgezet. Op 13 juli 1943 worden hij, zijn vrouw Wilhelmina Levie en zijn broer (Nathan Jonas Levie) met het 18de transport naar Sobibor gedeporteerd. Daar is hij één van de 1988 personen die direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd.

Pienas Jacob Levie is de broer van Rozetta Sophia Content Levie, Antje Mathilda Wolff Levie, Sophia Emma Clara Dijk Levie, Nathan Jonas levie en Gustav Emanuël Julius Levie (Zuidland).

 Sopia Amanda Levie-Lorjé

Geboren: 22 april 1879     Woonplaats: Arnhem     Vermoord: 02 april 1943, Sobibor.

 Jeanette Levinson

Geboren: 30 juli 1874     Woonplaats: Amersfoort     Vermoord: 14 januari 1943, Auschwitz.

M

 Hartog Monnikendam

Geboren: 13 juni 1865     Woonplaats: Amsterdam     Vermoord: 23 april 1943, Sobibor.

Bron: 1) arolsen archief

Hartog Monnikendam woont op de Noorder Amstellaan 180. Op 20 maart komt hij aan in kamp Westerbork en wordt vastgezet in barak 81 en op 20 april op het 8ste transport gezet naar Sobibor. Hij is één van de 1166 personen die direct na aankomt naar de gaskamer worden afgevoerd. Hij is de broer Eva Hartogensis Monnikendam, Rebekka Monnikendam en Sientje Bendien Monnikendam (oud inwoners Brielle).

 Rebekka Monnikendam

Geboren: 09 november 1869     Woonplaats: Hilversum / Amsterdam     Vermoord: 23 april 1943, Sobibor.

Bron: 1) arolsen archief

Rebekka Monnikendam woonde op de Borneolaan 13 in Hilversum en moet in februari naar de Krammerstraat 6 in Amsterdam verhuizen. Op 13 april komt ze in kamp Westerbork aan en wordt vastgezet in barak 60 en 20 april 1943 is ze vanuit kamp Westerbork op het 8ste transport gezet naar Sobibor. Daar is ze één van de 1166 personen die direct na aankomt naar de gaskamer worden afgevoerd.

Ze is de zus van Eva Hartogensis Monnikendam, Hartog Monnikendam en Sientje Bendien Monnikendam (oud inwoners Brielle).

 Jan Moree

Geboren: 18 augustus 1893     Woonplaats: Nieuwer Amstel     Omgekomen: 10 mei 1940, Rotterdam.

Eigendom: 1) Bevrijdingsfestival Brielle

Jan Moree is sergeant-majoor opzichter 3de klas en gestationeerd op vliegveld Waalhaven. Tijdens het Duitse bombardement in de vroege ochtend op de hangars komt hij om het leven.

Jan Moree wordt genoemd op het oorlogsmonument in Soesterberg en in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

 André Morel

Geboren: 28 november 1869    Woonplaats: Den Haag     Vermoord: 23 juli 1943, Sobibor.

Bron: 1) yad vashem

André Morel is arts van beroep en broer van Saartje Zeelander Morel.

 Job cornelis Mosterdijk

Geboren: 24 september 1910     Woonplaats: Den Helder     Zeemansgraf: 19 november 1940, Skagerak.

          

Bron: 1,3) oorlogsgravenstichting / 2) nimh

Job Cornelis Mosterdijk is sergeant torpedomaker aan boord van de onderzeeer O-22. De O-22 vertrok op 5 november voor hun 5de missie vanuit Dundee naar de kust van Noorwegen nabij Stavanger. De volgende dag werden ze verder naar het zuiden gestuurd om zo'n 18 mijl uit de kust bij Lindesness te patrouilleren. Op 13 november werd de U-28 gedetecteerd en aangevallen. De twee afgeschoten torpedo's missen doel. Wat er daaarna is gebeurd is onduidelijk. De O-22 zonk naar een diepte van 180 meter en is pas op 13 augustus 1993 gevonden tijdens een survey.

Job Cornelis Mosterdijk wordt genoemd op het monument voor gevallenen van de onderzeedienst in Den Helder en wordt genoemd in gedenkboek 38.

N

 Simon Niël

Geboren: 23 oktober 1915     Woonplaats: Soerabaja     Omgekomen: 21 oktober 1944, China Bay.

     

Bron: 1,2) nationaal archief

Simon Niël verhuist in september 1939 van Den Helder naar Soerabaja. Hij is kolonel vliegtuigmaker bij de koninklijke marine. Hij overlijd in 1944 in China Bay, Ceylon en is begraven op het Trincomalee war cemetry waar in 1958 de oude grafsteen is vervangen.

Johan Albertus Nieuwenhuis

Geboren: 27 augustus 1884     Woonplaats: Java     Omgekomen: 26 januari 1945, Ambawara, kamp 7.

Bron: 1) oorlogsgravenstichting

Johan Albertus Nieuwenhuis werkte voor gouvernements zoutbedrijf. Hij wordt vastgezet in kamp 7 en overlijd daar aan een ernstige ontsteking van de darmen. Johan Albertus Nieuwenhuis wordt begaven te Ambawara en op 19 september 1950 herbegraven op het Nederlands Ereveld Kalibanteng.

P

 Maria Peper

Geboren: 12 juli 1905     Woonplaats: Den Haag     Vermoord: 22 oktober 1942, Auschwitz.

 Barend Karel Joseph Philipse

Geboren: 26 oktober 1890     Woonplaats: Den Haag     Vermoord: 15 oktober 1942, Auschwitz.

Barend Karel Joseph is banketbakker en verkoopt kruidenierswaren in Rotterdam. In 1919 trouwt hij met Sara Viool en sinds 1931 wonen ze in Den Haag. Ze hebben twee dochters, Jannetje en Judik. Het hele gezin is in Auschwitz vermoord.

Hij is een zoon van Joseph Salomon Philipse (✝︎ 1923) en Jannetje van Buren (Brielle). De broer van Salomon Joseph, Jacob Joseph, Mozes Joseph, Eva Josephina, Elisabeth Josephina, Philipina Josephina (Brielle), Cornelia Josephina getrouwd Blitz en David Joseph (oud Brielle).

 David Joseph Philipse

Geboren: 22 juli 1881     Woonplaats: Rotterdam / Hilversum     Vermoord: 16 juli 1943, Sobibor.

Bron: 1) arolsen archief

David Joseph trouwt op 30 mei 1912 in Rotterdam met Judith Frieser (vermoord Sobibor). Hij heeft een drogisterij op de 1ste Middellandstraat 49b. In 1940 verhuizen ze naar de ’s Gravendijkwal 17. Ze hebben twee dochters. Esther Jeanette (vermoord Auschwitz), een begaafd artieste en Jeanette (vermoord Dorohucza). In de oorlog verhuizen ze naar Hilversum en wonen op de Mauritslaan 26. Op 8 april 1943 worden hij en zijn vrouw vastgezet in kamp Westerbork in barak 55. Op 13 juli worden ze vanuit kamp Westerbork op het 18de transport naar Sobibor gezet. Daar zijn zij één van de 1988 personen ie direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd.

Hij is een zoon van Joseph Salomon Philipse (✝︎ 1923) en Jannetje van Buren (Brielle). De broer van Salomon Joseph, Jacob Joseph, Mozes Joseph, Eva Josephina, Elisabeth Josephina, Philipina Josephina (Brielle), Cornelia Josephina getrouwd Blitz en Barend Karel Joseph (oud Brielle).

 Samuel Jacob Philipse

Geboren: 09 maart 1871     Woonplaats: Rotterdam     Vermoord: 15 oktober 1942, Auschwitz.

     

Eigendom: 1,2) Dhr. P. Philipse

Samuel Jacob Philipse trouwt op 12 december 1900 met Dientje Betje Droomer (Auschwitz, 15 oktober 1942). Ze krijgen vijf kinderen waarvan Nathan (Auschwitz, 24 september 1943) en Simon (Sobior, 11 juni 1943) vermoord worden. Hun andere drie kinderen (Samson, Benjamin en Karel Simon) overleven de oorlog doordat ze zijn ondergedoken.

 Antoine Bastiaan van der Pijl

Geboren: 29 juli 1917     Woonachtig: Gorinchem     Zeemansgraf: 27 februari 1942, Javazee.

     

Bron: 1) state library of victoria / 2) googlemaps

Antoine Bastiaan van der Pijl (stoker olieman) vertrekt in de eerste oorlogsdagen aan boord van de Hr.Ms. Sumatra. Later zit hij aan boord van de Hr.Ms. Java. Deze kruiser wordt tijdens de slag in de Javazee in de nacht van 27 februari getroffen door een torpedo afgeschoten door de Japanse kruiser Nachi. De torpedo raakt het achterste munitieruim. Er onstaat een explosie waardoor het achterschip afbreekt. De Hr.Ms. Java zinkt vrijwel direct en 491 van de 512 bemanningsleden komen om, waaronder oud inwoners Gerrit Joseph Jöbsis, Jacobus de Pijper en Marius Rozenberg (Hellevoetsluis), Pieter Kuit (Nieuwenhoorn), Piet Bijl en Jan Izak Hamers (Nieuw Helvoet) en Corstiaan van der Jagt (Spijkenisse).

Antoine Bastiaan van der Pijl wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

 Henriëtte Polak

Geboren: 18 februari 1877     Woonplaats: Zandvoort / Amsterdam    Vermoord: 07 mei 1943, Sobibor.

     

Bron: 1,2) arolsen archief

Henriëtte Polak, ziekenverzorgster van beroep, woont op de Zeestraat 67 in Zandvoort. Ze wordt verplicht gehuisvest op de Muiderschans (Sarphatiestraat) 37 in Amsterdam. Op 1 mei komt ze aan in kamp Westerbork en wordt vastgezet in barak 55 en op 4 mei op het 10de transport gezet naar Sobibor waar ze 7 mei aankomt. Daar is ze één van de 1187 personen die direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd.

Henriëtte Polak is de zus van Klara Tabak Polak en Sientje de Vries Polak (oud inwoners Brielle).

R

 Hendrikus Reijtenbach

Geboren: 20 november 1908     Woonplaats: Den Helder     Zeemansgraf: 19 juni 1940, Skagerak.

     

Bron: 1) oorlogsgravenstichting / 2) wikipedia

Hendrikus Reijtenbach trouwt op 2 mei 1929 met Maartje Brouwer. Hij is sergeant torpedomaker aan boord van de onderzeeboot O-13. De O-13 was gestationeerd in Dundee en vertrekt op 12 juni 1940 voor haar eerste patrouille in de buurt van het Skagerak. Op 19 juni wordt er vergeefs radiocontact gezocht met de onderzeeboot welke op 13 juni terug verwacht wordt. Toen ze niet terugkwam werd 21 juni aangehouden als vermissingsdatum. Aangenomen wordt dat de O-13 op een zeemijn is gelopen. De zoektocht naar de onderzeeboot loopt nog steeds.

Hendrikus Reijtenbach wordt genoemd op het monument voor gevallenen van de onderzeedienst in Den Helder en in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

 Leon Rippe

Geboren: 06 mei 1880     Woonplaats: Scheveningen     Vermoord: 21 januari 1941, Auschwitz.

 Johan Marinus Adriaan de Ruijter

Geboren: 03 juni 1895     Woonplaats: Bandoeng     Zeemansgraf:18 september 1944, Indische Oceaan.

Bron: 1) nationaal archief

Johan Marinus Adriaan de Ruijter trouwt met Catharina Teuna Oostdijk uit Heenvliet. Ze verhuizen naar Nederlands Indië. In dienst van de KNIL wordt hij aangesteld als onderwijzer. Na diverse eilanden en scholen gezien te hebben is zijn laatste functie schoolhoofd met de rang sergeant te Cheribon. Na zijn arrestatie op 8 maart 1943 wordt hij 15 augustus geplaats in een strafkamp op Java. Op 16 september 1944 wordt hij met nog 2300 krijgsgevangenen en 4200 Javaanse Romusha's (krijgsgevangenen/werkslaven) aan boord gezet van de Junyo Maru. Dit schip zou de krijgsgevangenen naar Sumatra brengen voor de bouw van de Pekanbaru-spoorweg van Pekanbaru naar Muaro. Het wordt op 18 september ontdekt door de Engelse onderzeeboot Tradewind. Omdat het schip geen rode kruis op de huid had werden vier torpedo's afgeschoten. Twee raakten de Junyo Maru welke na 20 minuten zonk. Hierbij kwamen ruim 5600 gevangenen om, waaronder oud inwoners Hendrik Kans (Brielle), Willem Cornelis Termijn (Hellevoetsluis), Cornelis Buurmeester (Nieuw-Helvoet), Alfred Goudswaard, Cornelis Wageveld (Rockanje) en Egbert Quispel (Spijkenisse).

Johannes Marinus Adriaan de Ruijter wordt genoemd in gedenkboek 39.

S

Ebe Scheeper

Geboren: 21 februari 1903     Woonplaats: Pernis     Omgekomen: 10 juni 1944, kamp Sachsenhausen.

     

Bron: 1) stadsarchief rotterdam /2) arolsen archief

Hij is chauffeur van beroep en trouwt op 13 november 1929 met Leentje Visser uit Rotterdam. Ze wonen op de Overhandstraat 68 in Pernis. Hij wordt op 20 maart 1941 gearresteerd en vastgezet in Rotterdam. Op 8 juli wordt hij gedeporteerd het kamp Sachsenhausen in Oranienburg. Daar overlijdt hij aan longtuberculose op 10 juni 1943.

 Wiecher Bote Schrage

Geboren: 17 februari 1917     Woonplaats: Emmen     Omgekomen: 13 november 1941, Noordzee.

Wiecher Bote Schrage, Engelandvaarder, verzetsman en spion.

          

Bron: 1) ministerie van defensie / Eigendom 2,3) Bevrijdingsfestival Brielle

Na de ULO en de rijks HBS te Coevorden, gaat Wiecher naar de politieschool en word inspecteur. Tijdens zijn dienstplicht had hij voor het uitbreken van de oorlog de functie van 1ste reserve luitenant bij de motordienst. Op 13 mei 1940 wordt hij met meerdere militairen door een Engels korvet vanuit Hoek van Holland naar Engeland gebracht. Daar wordt hij bij MI6 opgeleid tot geheim agent. In de nacht van 13 op 14 juni wordt hij samen met sergeant Adelborst Johan Jacob Zomer geparachuteerd bij Vledder – Boschoord (Drenthe). Onder de naam Kees Visser verzamelt hij militaire informatie, werkt aan de uitbreiding van een spionagenetwerk en seint gegevens door over troepenbeweging, transporten, fortificaties en economische omstandigheden. Nadat Johan Jacob Zomer is gearresteerd, besluit hij op 13 november samen met Cor Sporre vanaf de Hondsbossche zeewering nabij Petten (NH) om over te steken naar Engeland. Van beide wordt niets meer vernomen en men neemt aan dat ze zijn omgekomen op de Noordzee. Hij is postuum drager van de dapperheidsonderscheiding De Bronzen Leeuw.

Wiecher Bote Schrage wordt genoemd op het herdenkingsbord voor Engelandvaarders in de kerk op het Ereveld te Loenen en in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

 Roosje Bloeme Serlui-Cohen

Geboren: 12 juni 1886     Woonplaats: Den Haag     Vermoord: 21 januari 1943, Auschwitz.

Roosje Bloeme Serlui Cohen, is de zus Joseph Cohen en van Esther Cohen en Michel Cohen (Brielle).

 Hugo Jacob van Staveren

Geboren: 27 november 1904     Woonplaats: Rotterdam     Zeemansgraf: 24 november 1940, Atlantische Oceaaan.

     

Bron: 1) marhisdata / 2) googlemaps

Hugo Jacob van Staveren is aangemonsterd als olieman aan boord van het ss Ootmarsum. Het schip vertrekt op 9 novemebr 1940 in konvooi naar Engeland. Ze is geladen met ijzererts. Op 23 november wordt het konvooi ontdekt door de Duitse onderzeeboot U-100. Deze valt gedurende de dag het konvooi aan waardoor zeven schepen zinken. Het ss Ootmarsum wordt om 01:01 getorpedeerd en zinkt zo snel dat de bemanning, waaronder Simon Jan Mol (Brielle), geen kans heeft om in de reddingsboten te stappen. De konvooi commandant heeft zelfs niet in de gaten dat het schip gezonken is.

Hugo Jacob van Staveren wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

 Hanna van Stedum-Gazan

Geboren: 20 mei 1917     Woonplaats: Rotterdam / Amsterdam    Vermoord: 11 juni 1943, Sobibor.

Bron: 1) arolsen archief

Hanna Gazan trouwt in 1941 met Mozes van Stedum. Ze wonen dan op de Delfgaauwstraat 41c. Ze “verhuizen” naar Amsterdam waar ze op de Retiefstraat 110 worden gehuisvest. Op 9 april wordt ze naar kamp Vught gebracht. Daar verblijft ze een maand en gaat op 7 juni door naar kamp Westerbork. Op 8 juni wordt ze op het 15de transport naar Sobibor gezet waar ze 11 juni aankomt. Daar is ze één van de 3017 personen die direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd.

Hanna van Stedum Gazan is de dochter van Simon Gazan en Elisa Gazan Izaks (Brielle) en zus van Mietje Gazan (Brielle).

Cornelia Johanna Jacoba Stemberg

Geboren: 28 februari 1883     Woonplaats: Java     Omgekomen: 17 juni 1944, kamp Bangkinang.

Bron: 1) oorlogsgravenstichting

Cornelia Johanna Jacoba Stemberg komt in juli 1930 aan in Batavia. Ze is maatschappelijk werkster en woont begin 1942 in het parkhotel te Fort de Kock. Begin 1942 wordt door de Japanse bezetter op West Sumatra begonnen met het interneren van Europese burgers. Eind 1943 werden de gevangenen vanuit Padang verhuisd naar Bangkinang, zo’n 250 kilometer landinwaarts waar ze overlijdt na een kort ziektebed. Ze wordt ter plaatse begraven en in 1950 herbegraven op het Nederlands Ereveld in Padang. Eind 1962 wordt deze begraafplaats opgeheven en wordt zij herbegraven op het Nederlands Ereveld Leuwigajah.

T

 Klara Tabak-Polak

Geboren: 18 maart 1888     Woonplaats: Amsterdam     Vermoord: 04 juni 1943, Sobibor.

Bron: 1) arolsen archief

Klara Polak is getrouwd met Arnold Tabak.  Ze wonen op de Muiderschans 37 (Sarphatiestraat) met hun zoon en dochter. Omdat haar man als ondersteuner / controleur van buitenlandse Joden te boek staat bij de Joodse Raad, heeft Klara vrijstelling van deportatie. Tevens is zij vrijwilliger verzorgster bij het gemeentelijk bureau voor sociale zaken en is ze ingeschreven bij de Joodse Raad als verzorgster armlastigen. Ze wordt op 26 mei 1943 naar Westerbork gestuurd en vastgezet in barak 60. Op 1 juni wordt ze op het 14de transport naar Sobibor gezet waar ze 4 juni aankomt. Daar is ze één van de 3006 personen die direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd.

Klara Tabak Polak is de zus van Henriëtte Polak en Sientje de Vries Polak.

V

Theodoor Johannes Vermaas

Geboren: 08 december 1891     Woonplaats: onbekend     Omgekomen: 13 mei 1945, Tjimahi, kamp 4.

Bron: oorlogsgravenstichting

Tjimahi 4 was een krijgsgevangenkamp, mannenkamp en opvangkamp op West-Java ten noordwesten van Bandoeng. Van 31 januari 1944 tot 23 augustus 1945 fungeerde het als mannenkamp. Theodoor Johannes Vermaas was muziekleraar van beroep. Hij ligt begraven op het Nederlands Ereveld Leuwigajah.

 Leendert Vijfvinkel

Geboren: 17 augustus 1915     Woonplaats: Soerabaja     Zeemansgraf: 27 februari 1942, Javazee.

      

Bron: koninklijke marine / google maps

Leendert Vijfvinkel vertrekt in januari 1937 naar Nederlands Indië. Hij is korperaal machinist op het marineschip Hr.Ms. De Ruyter. Op 27 februari 1942 voer het schip uit voor de Slag in de Javazee. De opdracht was Japanse konvooien met invasietroepen te beletten om Java te bereiken. De konvooien werden echter niet gevonden. Vervolgens raakte het eskader slaags met een ander Japans eskader, waarbij de Nederlandse kruisers de Java en de De Ruyter werden getorpedeerd. In totaal komen 345 bemanningsleden van de De Ruyter om het leven waaronder oud inwoners Frans Anton Boerman (Hellevoetsluis) en Pieter George Eekman (Nieuw Helvoet).

Leendert Vijfvinkel wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

 Abraham Samuel de Vries

Geboren: 5 december 1905     Woonplaats: Rotterdam     Vermoord: 9 juli 1943, Sobibor.

     

Bron: 1) stadsarchief rotterdam / 2) arolsen archief

Abraham Samuel de Vries, scheepsmeter van beroep, is in juli 1934 getrouwd met Aaltje Boeki. Samen met hun zoon wonen ze op de Schepenstraat 95c. Op 27 november 1942 wordt hij gearresteerd en drie dagen later naar kamp Westerbork gestuurd. Eind februari 1943 wordt hij naar kamp Vught doorgestuurd. Vanuit Vught wordt hij te werk gesteld in buitencommando Moerdijk waar hij verblijft in barak 2B. In oude scheepsbarakken aan de Moerdijkse havenkade verbleven ongeveer 500 Joden en politiek gevangenen die via station Lage Zwaluwe aangevoerd werden. Ze hadden toezegging gekregen dat door hiernaartoe te gaan hun families niet op transport zouden worden gezet. Wat uiteraard niet waar was. Zijn vrouw en kind zijn op 8 juni met het zogenaamde kindertransport naar Sobibor gedeporteerd en op 11 juni vergast. De gevangenen in het Aussenkommando Moerdijk moesten tankvallen graven in Zuid-Holland en de Westhoek van Noord-Brabant. Op 6 juli 1943 wordt hij op het 17de transport gezet naar Sobibor. Daar is hij één van de 2417 personen die direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd.

Abraham Samuel de Vries is de broer van Cato Henriette Bertha de Vries (oud inwoner Spijkenisse).

 Sientje de Vries-Polak

Geboren: 19 juni 1875     Woonplaats: Amsterdam     Vermoord: 14 mei 1943, Sobibor.

Bron: 1) arolsen archief

Sientje de Vries Polak woont op Boerhavenplein 20 in Amsterdam. Ze wordt afgevoerd naar kamp Westerbork waar ze op 6 mei aankomt en vastgezet wordt in barak 84 en op 11 mei wordt ze op het 11de transport gezet naar Sobibor. Daar is ze één van de 1446 personen die direct na aankomst naar de gaskamer worden afgevoerd.

Sientje de Vries Polak is de zus van Henriëtte Polak en Klara Tabak Polak (oud inwoners Brielle).

W

 Esther Wiesebron

Geboren: 12 september 1869     Woonplaats: Amsterdam     Vermoord: 28 september 1942, Monowitz.

 Judith Wiesebron

Geboren: 11 december 1869     Woonplaats: onbekend     Vermoord: 11 december 1942, Auschwitz.

 Antje Mathilda Wolf-Levie

Geboren: 30 oktober 1889     Woonplaats: Oss     Vermoord: 03 september 1942, Auschwitz

Eigendom: 1) Mevr. R. de Leeuw van Weenen

Antje Mathilda Wolf Levie is de zus van Pienas Jacob Levie, Rozetta Sophia Content Levie, Sophia Emma Clara Dijk Levie, Nathan Jonas levie en Gustav Emanuël Julius Levie (Zuidland).

Z

 Saartje Zeelander-Morel

Geboren: 04 februari 1861     Woonplaats: Gouda     Vermoord: 23 april 1943, Sobibor.

Bron: 1) arolsen archief

Saartje Zeelander Morel woonde op de Oosthaven 31 (Centraal Israëlitisch Oude Mannen- en Vrouwenhuis). Ze komt op 10 april aan in Kamp Westerbork en vastgezet in barak 72. Op 20 april wordt ze vanuit kamp Westerbork op het 8ste transport naar Sobibor gezet. Daar is ze één van de 1166 personen die direct na aankomt naar de gaskamer worden afgevoerd.

Ze is de zus van André Morel (oud inwoner oud Brielle).

Berrtus Zoetemeijer

Geboren: 08 juni 1889     Woonplaats: Midden Java, Klatan     Overleden: 11 november 1945, Semarang.

Bertus Zoetemeijer omt na d capatulatie in het Bangkong kamp. Hij overlijd in het Carolus Borromeus (zendelingen) ziekenhuis en wordt begraven de, inmiddels opgeheven begraafplaats van Semarang, Ko Bong.

 Johan Hendrik Cornelis Zwerver

Geboren:  20 december 1911     Woonplaats: Batavia     Omgekomen: 24 september 1943, Thailand.

Bron: 1) oorlogsgravenstichting

Johannes Hendrik Cornelis Zwerver is op 19 februari 1939 verhuist van Rijswijk naar Batavia. Daar zat hij als soldaat bij de MGD (militair geneeskundige dienst) van de KNIL. Tijdens zijn krijgsgevangenschap is hij overleden bij de aanleg van de Birmaspoorweg. Hij ligt begraven op de  Chungkai war cementry in Thailand.

Johan Hendrik Cornelis Zwerver wordt genoemd in de erelijst van Gevallenen 1940-1945.

Na WW2

 Ary Lenis Verwoerd

Geboren: 08 februari 1890     Woonplaats: Java     Omgekomen: 13 september 1945 Bandoeng.

Bron: 1) oorlogsgravenstichting

Ary Lenis Verwoerd is hoofdingenieur bij het departement burgelijke openbare werken (BOW). Hij is in 1940 met pensioen gegaan. In 1941 word hij aangesteld als majoor bij het departement van Oorlog en word ingezet bij de aanleg van militaire vliegvelden. Hij overlijd aan een oedeem ten gevolge van ondervoeding in het Juliana ziekenhuis te Bandoeng.

 
TOP